In Leiden gaan zelfs de kleuters naar het museum

Lang niet alle Nederlandse kinderen komen één keer per jaar in een museum. Sommigen komen er zelfs bijna nooit. In Leiden is dat anders, sinds in 1997 het Museum & School Programma begon. Dat is inmiddels zó succesvol, dat staatssecretaris Van der Ploeg overweegt het landelijk in te voeren.

LEIDEN - Aan een tafel in het Leidse wetenschapsmuseum Boerhaave zit Johan (12) uit groep 8 van de Pacellischool met drie klasgenootjes over een vragenlijst gebogen. Hij heeft een veel te grote bril met jampotglazen op. Die is gelukkig niet van hem, maar van het museum. Johan houdt hem voor een lichtbak en kijkt hoe de stralen door de lens weerkaatst worden. Is die hol of bol? En is de bril dan bedoeld voor bijziende of juist voor verziende mensen?

,,Het is leuk om te leren hoe dat in elkaar zit', vindt Ronald. ,,We zijn met school ook al in de Lakenhal geweest en in het museum van Oudheden. Met mijn ouders ga ik ongeveer een keer per jaar.' De rest van zijn groep gaat niet zo vaak naar een museum, maar ze vinden het wel leuk in Boerhaave.

Het bezoek wordt afgesloten met een speurtocht. De klas van Ronald heeft dan dezelfde 'museumles' gevolgd als de andere groepen acht van alle Leidse basisscholen. Boerhaave heeft de les speciaal opgezet voor het Museum & School Programma. Dat is een initiatief van de grotere musea in Leiden, waaraan zeven musea en alle basisscholen uit Leiden en omstreken meedoen. Sinds 1997 bezoekt elke klas in het Leidse basisonderwijs per jaar één museum: de musea zijn zo verdeeld, dat wat daar te zien en te doen is het best aansluit bij wat kinderen in een bepaald schooljaar moeten leren.

De kleuters gaan bijvoorbeeld naar de botanische tuinen, in groep vijf leren de kinderen alles over oude beroepen in het Stedelijk museum De Lakenhal en de hoogste klassen gaan naar Boerhaave, waar ze een wetenschappelijk testje mogen doen. Uiteindelijk heeft een kind aan het eind van de basisschool alle musea in zijn omgeving bezocht.

Dat kost zowel de scholen als de ouders niets, zelfs het vervoer wordt betaald. Voor de helft komt het geld daarvoor van de gemeente en het ministerie van OCenW, de andere helft betalen de musea. Die verzorgen, in overleg met de docenten, het lesprogramma in hun museum, stellen lespakketten samen waarmee docenten hun leerlingen kunnen voorbereiden op het museumbezoek en leveren een begeleider die de kinderen 'lesgeeft' in het museum.

,,Dat het project gratis is, is één van de redenen voor het succes ervan', zegt Hans van de Bunte van Leiden Museale Produkten, coördinator van het programma. ,,Alle scholen doen mee, we bereiken dus honderd procent van de doelgroep. Daarnaast is ook de samenwerking tussen de musea erg belangrijk, en die is prima. Ook de verdeling van de klassen werkt goed, doordat we hier zo'n diversiteit aan musea hebben. We zijn uitgegaan van de leerdoelen van de overheid en hebben gekeken hoe welk museum daar per leerjaar het best bij aansluit. De bezoeken zijn onderdeel van het vaste lesprogramma, we overleggen ook vaak met docenten. Die zijn positief, het project krijgt gemiddeld een acht.'

Meester Ronald van Sorge van de Pacellischool is enthousiast over het project. ,,Het is al goed dat de kinderen een keer in een museum komen, want voor veel van hen is het onbekend terrein. Dat verschilt natuurlijk per school, maar voor onze school geldt het zeker. Het bezoek sluit redelijk aan bij de lessen, we hebben het nu over de Gouden Eeuw, waarin wetenschap ook een rol speelt. We hebben het ter voorbereiding in de klas al gehad over wetenschap, wat dat precies is.'

Staatsecretaris Van der Ploeg, die zeer te spreken is over het programma, laat onderzoeken of het Leidse museumproject ook landelijk ingevoerd kan worden, en hoe. Dat kan wat betreft De Bunte al heel snel: ,,Het model ligt er en wij kunnen helpen bij de opzet. Theoretisch zouden binnen een half jaar alle Nederlandse basisscholen mee kunnen doen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden