In Leeuwarden

Toegegeven, ik zag Leeuwarden met de ogen van een toerist. Kwam er aan met de trein, trok een rolkoffer achter me aan het station uit (mooi betegelde hal) en sloeg rechtsaf in de richting van mijn hotel, dat was ondergebracht in het voormalige postkantoor. Het idee was om er een nacht te blijven, je moet steden tenminste 24 uur de kans geven zich te presenteren, het moet er donker worden en weer licht.

Het was lang geleden dat ik in de Friese hoofdstad was, ik moest ervoor terug naar mijn studententijd, toen ik een vriend bezocht die er op een woonboot woonde. Aan de stad zelf hield ik geen herinnering over.

Terra incognita, dus dat Leeuwarden, en dat leek me de stad geen recht te doen, want ik ken mensen die gaan gloeien als ze erover vertellen.

Ten opzichte van de gonzende, alles bepalende Randstad ligt Leeuwarden natuurlijk aan de rand van de wereld, zo ongeveer waar je van de aarde afvalt, en dat beeld klopte al aardig, toen ik merkte hoe de trein vanuit Utrecht in Zwolle leeg liep, en werd gehalveerd voor het laatste stuk naar het noorden.

De stad Groningen, toch ook een randgeval, heeft daarentegen nog enige magnetische werking, vooral ook het studentenverkeer naar de plaatselijke universiteit.

Maar dit was Friesland.

Zeeklei en laagveen. Brede vaarten, kapellen, weiden. Veel hemel.

Ik had in Leeuwarden een doel: ik wilde er twee tentoonstellingen bezoeken, één in het Princessenhof en één in het Fries Museum.

Het weer werkte mee, het was een zachte, zonnige novemberdag, en mijn koffer ratelde over de Stationsweg, tot zich de binnenstad voor mij opende met een blik op een machtig negentiende eeuws gebouw, dat zichzelf als Openbare Bibliotheek aankondigde, maar dat - leerde ik - vroeger het Beursgebouw was geweest. Ervoor stond een grote, klassieke, niet-werkende fontein, met een beeld van de handelsgod Mercurius in de top.

Dat gaf al een aanwijzing van de allure die deze stad had gedragen, en dat had ik, met de adelsgeschiedenis in het achterhoofd, kunnen weten. Leeuwarden was een hofstad met stadspaleizen en herenhuizen.

Ik liep de Wirdumerdijk op, winkels aan weerszijden, bereikte de Nieuwestad met links het Waaggebouw als een fonkelende solitair (de zon viel erop), stak over naar de Groentemarkt en bewonderde de gracht en bruggen van de Kelders en de Weaze.

De straatnamen hier! Daaraan herken je goede oude steden. Ik keek op mijn kaartje: Voorstreek, Eewal, Wortelhaven, Druifstreek, Turfmarkt, Bij de Put, Tuinen, Naauw, Korfmakersstraat, Zwitserswaltje, Droevendal, prachtig. (Ik moest aan Zutphen denken, ook al zo'n straatnamenjuweel.)

Mijn hotel bevond zich aan de Tweebaksmarkt, en combineerde stijlvol het oude postkantoor, waar ook een Grand café met hoge vide was ondergebracht en een bankgebouw.

De stad had een opwindende entree geboden bij die allereerste rondgang, al realiseerde ik me dat Leeuwarden veel meer was dan een fraai historisch ensemble binnen een stadssingel. Erbuiten strekten zich grote woonwijken uit, die geen toerist ooit bezoeken zou.

Ik zette mijn koffer in mijn kamer en stapte naar buiten, de hofstad in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden