In Leeuwarden, warm gestookt

De peepshow-ruimte was met rode gordijnen omgeven; bij de entree een gedicht van dichter des vaderlands Anne Vegter dat eindigde met de woorden 'wij, sloeries van klei'. De zacht uitgelichte kamer die ik betrad had van het museum het predikaat 16+ meegekregen, want de objecten die hier te zien waren golden als 'expliciet' pornografisch.

Een homo-erotische dans op een Tyrrheense amfoor uit de zesde eeuw voor Christus, een dubbele penetratie op een eigentijds wandbord, een vrouw die wulps haar billen laat zien op de achterkant van serviesgoed, seksuele voorstellingen op 'stoute', negentiende eeuwse lithofanen - dunne, doorzichtige plaatjes van ongeglazuurd porselein, waarachter je een lichtje moest plaatsen om de voorstelling te zien.

Zulke zaken.

Ik was, bij de tentoonstelling over Sexy Ceramics in het Princessehof in Leeuwarden, al door zaaltjes gewandeld die me op deze climax moesten voorbereiden. Rondingen in vazen en beelden, ondeugende herders, verleidelijke courtisanes, hondjes van aardewerk die prostituees aan zeelieden verkochten, al deze voorwerpen waren geladen met stijgende opwinding.

Buiten wachtte de frisse novemberlucht en dwarrelend herfstblad, en ik stak de stad door in de richting van het Fries Museum, een kloek modern luifelend gebouw in een vernieuwde en dus minder sfeervolle omgeving.

Daar, in dat museum, vierde men de in Dronrijp geboren en in Leeuwarden getogen schilder Lourens Alma Tadema, met een weelderige tentoonstelling. Grote, kleurige doeken, krullerige, vergulde lijsten, klassieke schilderkunst die op klassieke wijze moest verleiden; ook hier werd op de zinnen gespeeld.

Leeuwarden was klaar voor de winter, de vuren opgestookt.

De bovenzalen van het Fries Museum waren als een warm Romeins bad, met veel wit marmer, tijgervellen en doorkijkjes naar blauwe zeeën met blauwe luchten erboven, bijna als de oude Friese Middelzee van het begin der tijden. Je kon hem haast ruiken, die zee, vermengd met de geur van oliën en parfum, zoals bij de gasten van een decadente keizer, bedolven onder een lawine van rozeblaadjes.

Het wemelde er van de bezoekers. Het mooist was misschien een doek helemaal aan het einde van de rondgang, een onaf werk dat slapende, naakte vrouwen verbeeldde, waaraan de schilder, diep geconcentreerd, zo weer verder zou kunnen werken.

In de avonduren kruiste ik door de stad, het was een dinsdagavond, en er broeide weinig. Ik at bij De Walrus, een etablissement aan het Gouvernementsplein, waar ze Schotse biefstuk en hamburgers op de kaart hebben staan en waar de ruimtes, getooid met oud behang en schemerlicht, gevuld waren met gasten.

Buiten was een stilte ingetreden. Lantaarns uit een vervlogen tijd wierpen hun schijnsel in de smalle straten, uit een sociëteit klonk christelijke gezang van een jonge vrouw met een gitaar, dat zacht werd meegezongen. En bij een vol café bij het Hofplein waren de ramen beslagen; daar luisteren toehoorders ernstig naar een college van de Universtiteit van Groningen, campus Leeuwarden. Ik proefde er een zwijgend verlangen in, van een warme, maar ook verlaten stad die eigenlijk meer wilde zijn dan een bijkantoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden