In Klein Verslag gebeurt eigenlijk zelden iets

tien jaar | Van pagina 5 via 2 naar de achterkant: Wim Boevinks Klein Verslag zwierf sinds 2006 door de hele krant. 'Ik heb intussen geleerd het 'een kroniek' te noemen.'

Op 2 september 2006, dus precies tien jaar geleden, verscheen het eerste Klein Verslag. Daarmee varieerde Trouw op columns en bijdragen die ook bij andere kranten bestonden. Op Martin Bril in De Volkskrant, op Frits Abrahams in NRC, op stadschroniqueur Frenk der Nederlanden in Het Parool.

Ik wist niet precies waar ik aan begon. Eigenlijk was de opdracht een vrije.

Met hoofdredacteur Frits van Exter was afgesproken een persoonlijk getint verslag te wijden aan zaken in en om het nieuws die om welke reden dan ook de krant niet zouden halen. Het kon een nasleep zijn, of een voorbeschouwing, of een soort 'bij nader inzien', een tweede blik. Het kwam er meestal op neer dat ik een plaats van een evenement vooraf verkende - op zoek naar de genius loci - of pas ging kijken als iedereen alweer weg was, als de nieuwscaravaan verder was getrokken.

In de Kleine Verslagen gebeurde eigenlijk zelden iets.

Ik bezocht presentaties waar nauwelijks pers op afkwam, een open dag van een dierenasiel, of incourante beurzen over parkeren of over ondergrondse buizen en leidingen, deed verslag van de verwijdering van de oud-Amerikaanse president George W. Bush uit Madame Tussauds, was bij de Opstandingsdienst voor vier bij een zolderbrand omgekomen kinderen, hoorde Johan Heesters nog zingen, voer mee op een viskotter om Hollandse Nieuwe te vangen, peurde naar paling, stelde Roger Federer een vraag, hoorde een breekbare Robert Hughes 'het onschatbare in de kunst' verdedigen, telde tuinvogels, deinde mee met Frans Bauer in de Rotterdamse Ahoy.

De stijl was beschrijvend en allesbepalend. Citaten waren schaars. Ze stonden de stijl in de weg.

Waar haal je je onderwerpen vandaan, is me vaker gevraagd.

Een tijdlang speurde ik ernaar in cultuuragenda's, nieuwsagenda's van het ANP, streekagenda's of liet ik me leiden door berichten in kranten, op tv en radio, maar steeds meer is het in mijn eigen hoofd gaan vonken, via romans en poëzie, na stille lange ochtenden, waarin hopelijk een idee rijpte, tot aan de lichte onrust in de middag als de schrijfuren aanbraken.

Geen voorraad

Nooit is er een voorraadje Kleine Verslagen geweest, voor noodgevallen, ze moesten - als bij de bakker - dagelijks vers uit de oven komen.

Soms kwamen de Verslagen uit het buitenland. Short Reports uit Las Vegas met dank aan Hunter S. Thompson, Kurzberichte uit Zwitserland tijdens het EK voetbal, klassieke overpeinzingen uit het door de crisis getroffen Griekenland , impressies uit het pre-Olympische Londen en uit het Poolse Lublin, of uit een vakantiepark achter een slagboom op de Veluwe.

Ik schreef over het weer. Wat is er actueler dan dat?

De sensatie van een eerste warme lentedag. Het snijden van de winterse oostenwind bij het wachten voor een geldautomaat. Hitte die tussen de huizen staat. Die zaken werden afgedrukt op pagina twee, op de achterzijde van het Grote Nieuws, het Wereldnieuws, en mij leken ze volkomen in elkaars verlengde te liggen.

Uit reacties van lezers begreep ik dat dat ook zo werd ervaren. Het Klein Verslag was een 'vluchtheuvel' in de jachtige nieuwsstormen, een meditatief moment, niet zelden ook om te lachen, zeker als huishoudelijke kwesties werden besproken of het wel en wee van de cavia's, dat zo sterk leek op dat van ons.

Lang, bijna zes en een half jaar, mocht het verschijnen op pagina twee, maar zo is het niet begonnen en zo is het niet gebleven.

De eerste aflevering over de boom in Vorden, de boom waaronder twee leden van een fanfare hun leven verloren na een blikseminslag, stond afgedrukt op pagina vijf. Op wisselende binnenpagina's zou het Klein Verslag de eerste twee jaar verschijnen in een frequentie van aanvankelijk drie, later vier keer per week, totdat het, onder hoofdredacteur Willem Schoonen, naar pagina twee verhuisde en de frequentie omhoogging naar vijf keer per week.

Beeld

De Verslagen gingen vergezeld van een door mijzelf gemaakte foto, of een beeld; enerzijds omdat een beeld uitgangspunt van het Verslag kon zijn, anderzijds om het Verslag in deze door beeld gedomineerde tijden met een onnadrukkelijk kiekje te illustreren - een glansmiddel voor de tekst eigenlijk. Bovendien kon zo een portret van de auteur - inmiddels mode bij alle columns - worden voorkomen.

Dit jaar verhuisde het Klein Verslag opnieuw na een opfrisbeurt, waarin vóór in de krant om meer actuele presentie werd gevraagd, met klaroenstoten van stevig opiniërende columnisten, terwijl de zachtere toon naar de luwte van een achterpagina verdween. Daar leidt het nu, in zijn tiende jaargang, een schaduwrijker bestaan en neemt het vaker de gedaante aan van een feuilleton, waarin een week lang één onderwerp wordt beschreven.

Zo berichtte ik dagen achtereen over een bezoek aan mevrouw Hoffman in haar hospice - ze overleed op 17 juli -, wijdde uit over de grootse tuinen van de Duitse Fürst Pückler, of beschreef in afleveringen een enerverend verblijf op de Filippijnen.

Het aantal Kleine Verslagen loopt intussen in de richting van de tweeduizend; bijna 140 ervan waren gewijd aan het proces tegen Ivan Demjanjuk in München en de nasleep ervan - geen licht onderwerp voor een rubriek die eigenlijk naast het nieuws ligt. Maar als vertelling paste het. En ook als buiging voor de geschiedenis, als eerbewijs voor ruim dertigduizend in Sobibor vermoorde Nederlandse Joden.

Wat is dat, dat Klein Verslag van jou? Ik heb intussen geleerd 'een kroniek' te zeggen. Frits van Exter noemde het in 2006 een 'verslaggeverscolumn'. Die zien we intussen ook bij andere kranten.

En hoe lang gaat het nog door?

Tot het ophoudt.

De boom

Dit is 'm. De boom op de lommerrijke Algemene Begraafplaats in Vorden.

Een spar is het. Eind vorige week geleidde hij duizenden volts uit een bliksemschicht de aarde in, net toen onder hem een muziekkorps stond opgesteld. Twee mensen stierven, de 59-jarige trombonist en de 14-jarige trompettist - een meisje.

Ze waren lid van de christelijke muziekvereniging Sursum Corda, wat 'De harten omhoog' betekent. Ze stonden op die plek om de laatste eer te bewijzen aan een 89-jarige oud-collega.

Het werd een laatste eer aan henzelf.

Om de een of andere reden leek dit bizarre ongeluk te passen bij deze bizarre augustusmaand, een onzomerse maand vol met 'buientreinen' - met dank aan weerman Jan Visser.

Maar deze ene bliksemschicht kwam bijna letterlijk uit heldere hemel. Geen zuchtje wind. Er was niet eens een bui. Het was heel stil geweest. Je kon tientallen meters verderop het dankwoord horen dat bij het nog open graf werd gesproken. Toen kwam de knal.

Veel Vordenaren zijn naar de boom komen kijken. Hij staat alleen, torent net boven een paar berken uit. Er liggen ook bloemen onder. Toch is er op het eerste gezicht weinig aan de boom te zien. Hij lijkt onbeschadigd. Een forse kerstboom is het, een meter of 25 hoog. De onderste takken zitten zo hoog dat je er met je handen niet bij kan. Wel maken ze een brede kring en in dat weidse gebaar zit bij nader inzien iets dreigends. Het gebaar maakt van de takken tentakels. 's Nachts bewegen ze.

Armando, de schrijver-kunstenaar, was bij mijn weten de eerste die een boom schuldig verklaarde. Bomen die zwijgende getuigen waren geweest van oorlogsmisdaden.

De boom in Vorden is nog erger. Die is medeplichtig. Hij staat erbij alsof er niets aan de hand is, maar er zijn sporen van geweld. De bast is hier en daar losgesprongen van de stam. Deze akelige boom was even wereldnieuws, berichtte De Stentor, het regionale dagblad van Gelderland. Via Reuters haalde de boom de kolommen van The Times en The Sydney Morning Herald. Men las over hem in Argentinië en Tsjechië. 'En', roept de krant met de krachtige stem, 'het Zweedse dagblad Expressen maakte afgelopen weekeinde zelfs een verslaggever vrij om telefonisch zoveel mogelijk informatie in te winnen over het drama.'

De Stentor zelf zat ook niet stil. Citeerde dr. A.P.J. van Deursen, 'erkend bliksemexpert' van de TU Eindhoven. Het had niet gelegen aan het koper. Aan de bariton, de trompet, de saxofoon, de bugel of de trombone. Het was echt de boom. Ik kijk op het graf dat het dichtst bij de boom ligt. Een woord van troost, maar het leest als de aankondiging van een groot onheil, als een code van Dan Brown. Daar staat, uitgehouwen in een steen uit 1945: 'Boven de sterren daar zal het eens lichten'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden