In Israël is ook de bewegwijzering deel van de strijd

Wegwijzer naar Jeruzalem, met vier verschillende schrijfwijzen. ( FOTO AFP )Beeld AFP

Israëls minister van vervoer wil vooral Hebreeuwse plaatsnamen op de borden langs de weg: dat is zionisme. ’Racisme’, menen anderen.

Ogenschijnlijk is het een administratief besluit: de plaatsaanduidingen in Israël moeten duidelijker, en er moet een einde komen aan de uiteenlopende schrijfwijzen. De plaatsnamen langs de weg staan – volgens de voorschriften – in drie talen: Hebreeuws, Arabisch en Engels. Al te vaak is het een ratjetoe. Zo kun je bij de ingang van Ceasarea, ook de aanduiding Caesarea, Qesarya, Qesariyya en Ceysaria op de borden aantreffen.

Maar het gaat de Israëlische minister van vervoer, Jisrael Katz, om meer dan administratieve uniformiteit. In zijn ogen is het een zionistische maatregel en moeten de borden in alle drie de talen voortaan de Hebreeuwse namen melden. Dus geen Oersjalim al-Koeds in het Arabisch, of Jerusalem in het Engels, maar Yerushalaim (Jeroesjalaim), zowel in Hebreeuwse als Latijnse en Arabische letters. En Nazareth heet voortaan niet meer Nazareth, of Al-Nasra in het Arabisch, maar Natsrat zoals de stad in het Hebreeuws heet.

De polemiek kon niet uitblijven, met parlementsleden en historici die de minister verwijten zich als de Romeinse keizers te gedragen en hem van racisme betichten. „Jisrael Katz denkt dat-ie Hadrianus is, de keizer die Jeruzalem omdoopte tot Illia Capitolina en er een Romeinse stad van maakte.”

In een land waar twee volkeren twee verschillende landkaarten hanteren, zijn namen alleszeggend. De Palestijnen hebben landkaarten van Palestina, van de Middellandse zee tot de Jordaan, waar alleen hun dorpen en steden op voorkomen, ook de dorpen die in de oorlog van 1948 van de kaart zijn geveegd. Tel Aviv bestaat niet, wel Jaffa. In Israël staan op diezelfde landkaart juist alle oude en nieuwe Joodse steden, maar ook de Hebreeuwse benamingen voor vele van de Arabische plaatsen. Soms scheelt het maar een letter: Jaffo (Hebreeuws) en Jaffa (Arabisch), en Akko en Akka (Acre).

Namen vertellen de geschiedenis, ze bepalen de identiteit van een gebied, en geven aan wie de baas is. In de krant Jediot Achronot noemt de historicus Michael Harsegor het besluit een provocatie en ook antisemitisch, „want de Arabieren zijn een semitisch volk”.

Minister Katz sloeg op de radio terug dat Harsegor een communist is en dat degenen die zich verzetten tegen het besluit „een marginale minderheid vertegenwoordigen, die de pogingen van anti-Israëlische en anti-zionistische elementen aanvaarden om Israëls identiteit als een Joodse en democratische staat teniet te doen. Deze regering en zeker deze minister zal niemand Joods Jeruzalem laten veranderen in een Palestijns Al-Koeds”, aldus Katz.

Overigens benadrukt hij wel dat plaatsen waarvan de inwoners Arabisch zijn, en die bekendstaan onder hun Arabische naam, die naam behouden.

Het Arabisch-Israëlische parlementslid Ahmed Tibi reageerde furieus: Al-Koeds zal Al-Koeds blijven. „Minister Katz heeft het bij het verkeerde eind als hij denkt dat hij met naambordjes het bestaan van het Palestijnse volk kan uitwissen.”

Een optimistische Israëlische journalist vroeg zich af hoe het nou moet als de vrede uitbreekt. „Dan kan de toerist uit Egypte of Saoedi-Arabië niet eens de weg naar de stad vinden, omdat er op de borden in het Arabisch geen Al-Koeds staat, maar Jeroesjalaim.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden