In hoeverre ben ik Ethiopisch?

Trouw-journaliste Seada Nourhussen bezoekt na 26 jaar voor het eerst haar geboorteland Ethiopië. Ze probeert antwoord te krijgen op de vraag wat identiteit is. Aflevering 1: Even voorstellen.

Voorwaarts en niet omkijken; het is vast een of ander vluchtelingensyndroom. Dat vastbijten in het nieuwe vaderland. Vluchtelingen blijken uitstekend te integreren in Nederland. Dat zal wel komen omdat ze vaak niet kunnen terugkeren naar hun oude vaderland. Dus klampen ze zich vast aan hun nieuwe thuis en doen ze er alles aan om zoveel als mogelijk te assimileren.

Misschien is dat wel de reden dat ik nooit terug ben geweest naar mijn oude vaderland: Ethiopië. Ik was namelijk ook ooit een vluchteling. Niet dat ik me daar iets van herinner. In 1981, toen ik met mijn moeder en vier oudere broers en zussen uit mijn geboortestad Gondar vertrok, was ik nog geen drie jaar. Nadat we een paar maanden in een vluchtelingenkamp in buurland Soedan hadden gezeten, heeft mijn vader ons naar Nederland gehaald. Hij had twee jaar eerder als politiek vluchteling asiel gekregen in Nederland.

Voor mijn familie en mij was het jarenlang niet mogelijk om terug te gaan naar Ethiopië. De marxistische dictator Mengistu Haile Mariam, de man voor wiens regime mijn vader in 1977 was gevlucht, bleef tot 1991 aan de macht. Mijn vader, die overdag les gaf op een landbouwschool, was in de avonduren actief voor de ondergrondse oppositiepartij Ethiopian People’s Revolutionary Party (EPRP). Mijn moeder was lid van de vrouwenafdeling. De EPRP stond voor socialisme en democratie en verzette zich tegen het meedogenloze bewind van Mengistu Haile Mariam. Hij was de leider van de Derg, een militaire groepering die de monarchie omver had geworpen en waarschijnlijk ook schuldig is aan de dood van de beroemde laatste keizer van Ethiopië, Haile Selassie in 1975.

Op het bloedige hoogtepunt van Mengistu’s heerschappij, de ’Rode Terreur’ (1977-1980), zijn tienduizenden mensen vermoord. Mengistu liet de nabestaanden van zijn slachtoffers betalen voor de kogels waarmee ze gedood waren. De lijken werden, als afschrikwekkend voorbeeld en waarschuwing, op straat achtergelaten. Ook vrienden van mijn vader zijn in die tijd omgekomen.

Toen mijn vader in 1977 van een collega te horen kreeg dat er een inval was gedaan in ons huis, wist hij dat hij het volgende slachtoffer zou zijn. Alhoewel mijn moeder toen zwanger was van mij, is hij direct vanaf zijn school uit Gondar vertrokken en nooit meer teruggekeerd. Na een jaar in Soedan ondergedoken te hebben gezeten, kwam hij via een Ethiopiër die in Nederland woonde, aan een enkeltje Amsterdam. Hij kreeg snel een status en woonruimte in Amsterdam-West. Zo ging dat in die tijd. Omdat ook mijn moeder en wij, de kinderen, gevaar liepen, werden wij drie jaar later met elkaar herenigd.

In Bennekom, een klein Gelders dorp midden in de ’bible-belt’, groeide ik als dochter van islamitische ouders op tussen christelijke én atheïstische kinderen. Een heel bewuste keus van mijn ouders, die model-inburgeraars werden. We vierden sinterklaas, Kerst en voor carnaval maakte mijn moeder allerlei knappe creaties achter de naaimachine. Als Rita Verdonk in de jaren tachtig al minister was geweest, had ze ons vast een oorkonde gegeven. Ik ging, net als mijn broer en zus, in Wageningen naar het vwo en studeerde daarna journalistiek in Utrecht.

Intussen was ex-dictator Mengistu Haile Mariam verdreven uit Ethiopië. Hij is naar Zimbabwe gevlucht en wordt nog steeds afgeschermd door collega-dictator Mugabe. In zijn vaderland is hij dit jaar bij verstek wegens genocide tot levenslang veroordeeld. Ethiopië wordt sinds 1992 geregeerd door president Meles Zenawi. Dus eigenlijk kon ik jaren geleden mijn geboorteland al opzoeken. Mijn broers, zussen en ouders zijn al eens of meerdere keren teruggeweest. Behalve ik, de jongste.

Natuurlijk was ik wel nieuwsgierig en natuurlijk vond ik het zelfs gênant dat ik geen benul had van hoe het land waar ik geboren ben er uitziet. Maar iets hield me tegen. Ik heb me altijd thuis gevoeld in Nederland en tot voor kort had ik nooit de wens naar mijn moederland terug te gaan. Ik had het hier toch goed voor mekaar? Ik had alles op orde, ik wist wie ik was. Waarom zou ik dat allemaal in de war laten schoppen door een beladen en confronterende reis te maken die mijn eigenhandig in elkaar geknutselde identiteit misschien wel onderuit zou halen? En wat moest ik nou in dat land dat alleen maar in het journaal verschijnt vanwege burgeroorlogen, honger, armoede en dictatuur?

Maar nu is het toch zover, ik ga na 26 jaar eindelijk terug naar Ethiopië. Sinds enige jaren voel ik opeens een drang. Veel migrantenkinderen schipperen tussen twee culturen, identiteiten en soms ook religies. Ze zijn hard bezig met integreren en een plek verwerven in Nederland, maar lopen op een bepaald moment onvermijdelijk tegen een muur op. Ze vragen zich vroeg of laat af waar ze nu eigenlijk bij horen. Steeds vaker dringt zich bij mij de vraag op: in hoeverre ben ik Nederlands en in hoeverre ben ik nog Ethiopisch?

Dit zal voor een deel met leeftijd te maken hebben; ik begin de dertig te naderen en dan beginnen levensvragen, zoals: ’wie ben ik?’ op te spelen. Maar deze identiteitskwestie is ook aangewakkerd door de toenemende polarisatie tussen witte en zwarte Nederlanders in Nederland sinds het tijdperk Fortuyn. Nederland is niet meer het onschuldige land waar mijn familie en ik met open armen werden ontvangen. Sinds enige jaren ben ik geen Nederlander met een kleurtje meer, geen Hollandse met een exotisch sausje en een gekke achternaam, maar allochtoon. Nederland is een land geworden waar je moet kiezen. Voor de multiculturele samenleving of tegen? Voor de islam of tegen? Voor een dubbele nationaliteit of tegen? Voor Nederland of voor je geboorteland? Als je ergens niet voor bent, moet je wel tegen zijn. Je wordt haast gedwongen een kamp te kiezen.

Daarom wil ik nu wel naar Ethiopië. Om te zien wat ik achtergelaten heb. Ik wil weten hoe het voelt om de hele dag mensen te zien die allemaal op je lijken. Zonder te veranderen in een van die vele Afro-Amerikanen, die uit de diaspora terugkeren naar ’the motherland’ om onder primitieve omstandigheden hun ’ware ik’ te vinden. En die ondertussen worden uitgelachen door de lokale bevolking omdat die niet begrijpt waarom iemand het rijke westen vrijwillig verruilt voor Afrika.

Ik ga niet op zoek naar mijn ware identiteit, ik ben gewoon nieuwsgierig naar het land waar ik vandaan kom en of ik er nog iets van mezelf in herken. Heb ik raakvlakken met leeftijdsgenoten in Ethiopië of ben ik zo verwesterd dat we niets meer gemeen hebben? Hoe is hun leven verlopen ten opzichte van het mijne? Wat vindt mijn familie van de manier waarop ik leef? Zijn er in Ethiopië ook allochtonen en hoe voelen zij zich?

Ik ben, kortom, nieuwsgierig naar mijn wortels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden