In het 'veteranenhotel' gaat het over de oorlog

In het 'veteranenhotel' in Doorn vieren negen veteranen en 34 weduwen van veteranen hun vakantie. "We weten hier alles van elkaar, de hele rotzooi."

'De eerste keer dat mijn man en ik hier kwamen voelde als een verademing; de verhalen van de andere vrouwen waren heel herkenbaar", zegt mevrouw Van Wijlen (72). Ze zit op het terras van de Basis: een stichting in Doorn die hulp en ondersteuning biedt aan veteranen en hun familie. De man van mevrouw Van Wijlen, een Indië-veteraan, overleed acht jaar geleden, maar nog steeds komt ze graag in Doorn.

De stichting organiseert gedurende het hele jaar programma's voor veteranen en hun partners. Dit keer is het een vakantieweek gericht op alleenstaanden: 34 vrouwen en negen mannen zijn uit alle windstreken van het land naar het bosrijke Doorn gekomen. Gedurende een week verblijven ze in het complex.

'Zoals je ziet overleven de vrouwen de mannen", zegt meneer Gerlach (85). Samen met twee andere veteranen drinkt hij in de zon een kop koffie. De drie dienden in Nederlands- Indië, net als ook de meeste mannen van de groep weduwen. "Ik denk dat de vrouwen het heerlijk vinden dat er hier mannen zijn die weten wat hun man heeft doorgemaakt", reageert Leen de Bat.

Om de vakantiesfeer te bevorderen heeft de week als thema Italië. In de lounge van het 'veteranenhotel' staat een geknutselde toren van Pisa opgesteld. Er is een quiz met allerlei vragen over Italië. 's Middags komt een kok uitleggen hoe je Italiaans kunt koken. En in de tuin van het complex gooien bezoekers, onder luid geklap, muntjes over hun schouder in een opblaasbaar zwembadje. Het doet vandaag dienst als de Trevi-fontein.

"Jonge mensen zullen misschien denken: 'Wat zitten die mensen suffe bejaardenspelletjes te doen.' Maar voor ons is het een goede afleiding", zegt mevrouw Van Wijlen. "Al onze mannen mankeerden iets", vervolgt ze. Haar buurvrouw knikt: "Mijn man was pas 33 toen zijn heupen al helemaal versleten waren. Hij kon gewoon niet meer lopen."

Ook Van Wijlen zorgde jarenlang voor haar man. Door zijn reuma kon hij maar slecht lopen en veel van het werk op de boerderij en de zorg voor de kinderen kwam op haar neer. Toch was dat niet het zwaarste: "Zijn jaren in Indië hebben emotioneel diepe sporen achtergelaten. Ik kon soms niks goed doen, en voor de kinderen was hij niet altijd een gezellige vader."

In de jaren na Indonesië verbitterde haar man; hij was kwaad op de regering en hij verlangde naar erkenning: "Tot drie keer toe werd zijn aanvraag voor een uitkering afgewezen door Defensie. Pas twee jaar voor zijn dood kregen we gelijk."

Van Wijlen kan zich nog goed de dag herinneren dat er een brief kwam waarin stond dat alle Indië-veteranen een vergoeding van duizend gulden kregen. Ze was blij; van het geld konden ze eindelijk eens met het hele gezin op vakantie. Maar die dag hoorden ze ook het nieuws dat Poncke Princen (die in 1948 was gedeserteerd in Nederlands- Indië) toestemming had gekregen om naar Nederland te komen. Woest was haar man geworden: "Stuur het geld maar terug, het is bloedgeld", had hij gezegd. Ze was teleurgesteld, maar ze stemde in en maakte diezelfde dag het bedrag weer over.

"Er zitten hier veel vrouwen die lastige mannen hebben gehad. Ik was ook niet altijd even makkelijk", zegt Indië-veteraan Leen de Bat (85). Hij vervolgt: "Die jaren in de tropen blijven altijd bij je. Erover praten deed ik niet, zelfs niet met mijn vrouw. Je kon gewoon niet alles vertellen."

Het groepje mannen om hem heen knikt instemmend. Gerrit (85) - hij wil niet met zijn achternaam in de krant - heeft tijdens de oorlog in Indonesië een been verloren. "Bij terugkomst in Nederland stonden mensen op de kade van IJmuiden ons op te wachten: 'Moordenaars. Moordenaars', werd er geroepen." De Bat vult aan: "We kwamen terug uit Indonesië en we hadden het gevoel dat het voor niets was geweest. Dat was voor velen van ons moeilijk."

Daarbij, gaat hij verder, was er ook geen ontvangst: "Iedereen was bezig met de wederopbouw, dan kom je niet zo snel met een berg klachten." Hij legt uit dat het erg met de tijdsgeest te maken had: "Alleen de mensen die zeer ernstig gewond waren geraakt kregen hulp. Over PTSS had men het niet, men dacht: Het gaat wel over."Dat het vaak niet over ging merkten de vrouwen van de veteranen als geen ander. Hun man werd dan opeens heel stil. Of ze werden midden in de nacht door elkaar geschud; "Zit je weer in de oorlog?", vroegen ze hun man dan.

Inmiddels is er veel meer bekend over de psychische gevolgen van een oorlog. Het groepje veteranen in Doorn weet precies wat PTSS is en ze kunnen steeds beter over hun ervaringen praten. Meneer Gerlach: "Acht jaar geleden kwam ik hier voor het eerst. Ze hebben toen ook een psycholoog gestuurd. Dat was een heel nieuwe ervaring. Er waren mannen bij die tranen in hun ogen hadden als ze het over de oorlog hadden, ja ik zelf ook. We weten nu alles van elkaar, de hele rotzooi."

Erkenning is een woord dat in het veteranenhotel in de lucht hangt. De gasten vertellen graag hun verhaal en ze willen gehoord worden. Tegenwoordig is alles anders, vinden de mannen. De Bat: "Vergeet niet: wij waren dienstplichtig, en daarbij ook nog eens onderdanig opgevoed. De mensen die in Afghanistan zijn geweest worden nu heel anders behandeld."

Dan is het tijd voor de Italië -quiz. De gasten zijn verdeeld in groepjes, zo heb je de pizzabakkers, de ijscomannen en de olijvenplukkers. De presentator vuurt vragen op de groep af: Wie stichtten Rome? En hoeveel treden telt de toren van Pisa? "Zie, er wordt echt niet de hele tijd over de oorlog gesproken", verzekert een veteraan. Maar wel veel hoor, voegt Mevrouw van Wijlen lachend toe.

Stichting de Basis in Doorn
Stichting De Basis biedt ondersteuning, hulpverlening en opvang aan oud-militairen. Sinds kort kunnen ook politieagenten en brandweerlieden die een traumatische ervaring hebben gehad er terecht. Het hele jaar door organiseert de stichting programma's en opvang gericht op deze groepen.

De stichting vindt zijn oorsprong in 1945, toen de BNMO werd opgericht; een vereniging voor oud-militairen die gewond waren geraakt en hun partners. Deze vereniging wordt voor een groot deel gefinancierd door de Bankgiroloterij via het vfonds. Vanaf de jaren negentig ontwikkelt de Nederlandse overheid een actief veteranenbeleid. In 2000 is in samenwerking met het ministerie van defensie het Veteraneninstituut opgericht. Stichting de Basis werkt nu samen met dit instituut. Nog steeds komen de inkomsten van de stichting van het vfonds, maar daarnaast ook van het ministerie van defensie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden