In het stiltecentrum vecht je niet

Zwaar werk dat de minste waardering krijgt: pastoraat in de jeugddetentie. Voor de kerken is dit inderdaad een verre wereld en in de inrichting staat de pastor wat apart. Maar jongeren zoeken de pastor op en bidden voor het slapengaan.

Geen imam te bekennen op het symposium over pastoraat in jeugdgevangenissen afgelopen vrijdag in Overberg bij Veenendaal. Dat lijkt nogal vreemd, want natuurlijk zitten er ook moslims in jeugddetentie. Volgens organisator en hoofdpredikant van Justitiële Inrichtingen Jan Eerbeek is deze afwezigheid vooral van praktische aard. ,,We hebben hen wel uitgenodigd'', zegt hij. ,,Maar met hun vrijdagverplichtingen is de timing gewoon wat ongelukkig.''

Daarbij komt nog dat het ramadan is, en dat een imam weinig tijd heeft om naar een feestelijke afscheidsreceptie te gaan. Want het symposium 'God ter sprake...?! - over het Pastoraat in Justitiële Jeugdinrichtingen' wordt gehouden ter ere van pastor G. Gerelings, die onlangs met emeritaat ging. Gerelings werkte vanaf 1990 binnen het jusitiepastoraat en tot voor kort was hij werkzaam bij de Justitiële Inrichting 'De Heuvelrug', locatie Overberg.

Het is zijn oude thuisbasis waar zijn oud-collega's bij elkaar komen. Naast katholieke en protestantse pastors, zijn er ook gedragswetenschappers en pedagogen aanwezig. W. ter Horst, emeritus hoogleraar orthopedagogiek en een van de sprekers, praat met bewondering over het werk van geestelijk verzorgers binnen jeugdinrichtingen. ,,De pastor bekleedt een frontpositie'', zegt hij. ,,Daar waar de zwaarste gevechten worden geleverd, valt ook de minste waardering te behalen. Geestelijk verzorgers worden vaak niet goed gesteund vanuit hun kerkelijke achterban.''

Op het symposium lijken de sprekers het belang van pastoraat extra te willen onderstrepen. Maar organisator Eerbeek nuanceert die gedachte. ,,Binnen de justitiële instellingen worden pastores wel degelijk gewaardeerd. De betekenis van hun aanwezigheid in de jeugdgevangenis is onomstreden.''

Hij ziet de geestelijk verzorger als een vertrouwenspersoon voor gedetineerden. ,,Bij een pastor kan een gedetineerde terecht met diepere levensvragen over schuld, schaamte, verdriet en pijn. Een geestelijk verzorger heeft plicht tot geheimhouding. Die kinderen beseffen dat en durven daarom meer te zeggen.''

Toch is het juist het beroepsgeheim dat de samenwerking met andere verzorgers binnen een justitiële jeugdinrichting bemoeilijkt. Tijdens het symposium wordt met enige onvrede gesproken over de aparte plaats die de pastor inneemt binnen de organisatie. Door zijn ambtsgeheim maakt de geestelijk verzorger geen deel uit van de 'integrale behandeling'.

Dat terwijl er juist beter moet worden overlegd tussen pastors en andere hulpverleners, vindt gedragswetenschapper C. van Laarhoven. ,,Er zou een ideale werksituatie ontstaan als de pastor geen uitzonderingspositie meer zou bekleden.''

Christiaan Donner, geestelijk verzorger binnen een jeugdinrichting in Spijkenisse, merkt dat de jonge gedetineerden het pastoraat een aparte status toekennen. ,,Vaak is mijn stiltecentrum de enige plaats waar ze even met hun benen op tafel kunnen zitten. Laatst zag ik twee pupillen met elkaar vechten op de gang. Opmerkelijk was dat ze net bij mij vandaan kwamen en daar anderhalf uur vredig naast elkaar hadden gezeten. Ik vroeg waarom ze nu pas begonnen met meppen en niet bij mij. Maar pastor, zei een jongen, we kunnen toch niet met elkaar gaan vechten op het stiltecentrum!''

Volgens Donner komt het in de afzondering van persoonlijke gesprekken pas naar voren dat veel gedetineerden wel degelijk een soort van geloofsbeleving hebben. ,,Eigenlijk is iedereen gelovig, maar niet op de gang met z'n allen.''

Gerard Gerelings onderschrijft dit. ,,Gedetineerden vertrouwen vaak niemand. Maar de pastor, dat gaat nog wel.'' Hij begint nooit gelijk over God te praten. ,,Als ze binnenkomen vraag ik altijd eerst of ze thee lusten en welke smaak ze het liefst willen. Daarna gaan we in gesprek. Ik vraag vaak: bid je wel eens? En dan beweert zeventig, tachtig procent weleens te bidden voor het slapengaan. Daarnaast merk ik gewoon dat de bijbels die hier liggen, ontzettend goed worden gelezen. Ik krijgt werkelijk de meest ingewikkelde vragen over bepaalde bijbelpassages.''

Gerelings merkt dat veel van zijn pupillen niet gelovig zijn opgevoed. ,,Zij werden vroeger nooit gedwongen om naar de kerk te gaan. Maar juist daarom bewaren ze aan die paar keer dat ze ooit een kerk van binnen zagen, goede herinneringen. Misschien is het daarom dat ze zo openstaan.''

Christelijke pastores krijgen ook vaak te maken met moslims. ,,Soms zijn er thema's die moslims liever niet met een imam bespreken'', zegt Jan Kraaijeveld, pastor in een jeugdinrichting in Nijmegen. ,,Dat heeft te maken met de gezagsverhoudingen binnen de islamitische wereld. Tegen ons durven die jongens en meiden meer te zeggen.''

Volgens hoofdpredikant Jan Eerbeek worden imams tegenwoordig speciaal opgeleid voor de hulp aan gevangenen. ,,Je moet bedenken dat de ontwikkeling van het christelijke gevangenispastoraat al direct na de Tweede Wereldoorlog begon. Bij imams is dat pas veel later gaan spelen.''

Eerbeek vertelt over nieuwe plannen binnen het justitiepastoraat voor jongeren. ,,We werken nu altijd in stilte, maar ik merk aan dit symposium dat het goed is om af en toe naar buiten te treden. Er zijn plannen om een boek uit te brengen met ervaringen van de pastores uit de jeugddetentie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden