IN HET SPOOR VAN MULTATULI EN GERRIT KROL

Jan Kuijper, 'Denkbeelden', uitg. Querido, Amsterdam 1992, 115 blz. - 29,90.

AD ZUIDERENT

Vooral bij beknopte literaire genres voldoen nummers beter dan namen. Zo zijn aforismen vaak genummerd. Wie een titel geeft aan een aforisme, vat iets samen wat al een samenvatting is. Dubbel werk dus. Aforismenbundels zijn de te-lefoonboeken van de literatuur. Idee 11 van Multatuli luidt:

"Om 'n voorwerp te tekenen is 't niet genoeg omtrek, kleur en schaduw van dat voorwerp te kennen, men moet dat alles kunnen weergeven. Om een gedachte uit te drukken, moet die geworden zijn tot beeld, dat is: tot denkbeeld. Zo'n beeld moet men leren tekenen."

De bundel 'Denkbeelden' van Jan Kuijper heeft op het omslag een kindertekening van de auteur, waarop in vijf lagen verschillende vormen van verkeer: luchtvaart, scheepvaart, railverkeer (twee maal) en wegverkeer. Is het een speels antwoord op Idee 11 van Multatuli? Geeft Kuijper daarmee misschien ook nog aan dat zich, net als bij Multatuli, in zijn aforismenbun- del een roman verbergt? Hebben Woutertje Pieterse en Kuijpers dochtertje Isoude iets met elkaar temaken? Vormen de vele jeugdherinneringen van Kuijper in 'Denkbeelden' de verborgen roman?

Als sonnettendichter was Kuijper al bezig aan de roman van zijn jeugd. Niet zozeer omdat er in zijn sonnetten veel situaties uit die jeugd voorkwamen, maar vooral omdat zijn denkwijze die is gebleven van een groot kind, van iemand die bijzonder veel weet, die geen zin heeft om van die kennis een systeem te maken, maar die als een op school verdwaalde geleerde regelmatig met originele combinaties van kennis en met speelse associaties voor de klas verschijnt. Niet voor niets staat in Denkbeeld 386 dat niemand Kuijpers leven meer heeft bepaald dan Maria Montessori.

Ik hou niet van aforismen. Het is het genre waarmee iemand nadrukkelijk laat weten de knapste van de klas te zijn; het is een genre dat niet ontroert. Sinds Kuijper met zijn denkbeelden begonnen is, heeft De Revisor de afdeling 'Kort en klein', waarin menigeen mag laten zien wat een vervelend genre het aforisme is. Maar uit de bijdragen van Kuijper aan diezelfde rubriek blijkt hoe leuk het genre is, als het door iemand wordt beoefend die werkelijk iets denkt. Lezers van Trouw hebben dat enkele maanden kunnen merken in de bijlage Letter & Geest. Bovendien zie je nu door de constructie van 'Denkbeelden' dat al die ogenschijnlijk losse gedachten deel uitmaken van een hecht geheel.

Zoals hij sinds het begin van de jaren zeventig sonnetten schrijft waarmee hij de beperkingen van dit genre moeiteloos overwint, zo lukt het Kuijper nu met het aforisme. 'Denkbeelden' is een encyclopedie van ideeen, waarin Multatuliaanse scherpte, speelsheid en waarheidszin hand in hand gaan met springerig componeervermogen als van Gerrit Krol. Het is een encyclopedie van 574 denkbeelden waarin meer dan 300 namen worden genoemd van vooral schrijvers, schilders, architecten en componisten. Het is de autobiografie van Kuijpers smaak. Holderlin staat daarin boven Goethe, Titiaan boven Michelangelo, de vroege Lucebert boven de latere, Ligeti boven Copland. Die smaak wordt vertolkt met een vaak vrolijk makende mengeling van pedanterie en bescheidenheid: sterke uitspraken, soms ondersteund door de mechanica van een redenering, worden er afgewisseld met vragen. De vragen zijn soms eigenwijzer dan stellingen, de stellingen worden vaak ondergraven door een tegenstelling in het volgende denkbeeld: misschien is Copland op den duur beter dan Ligeti.

'Denkbeelden' is een spiritueel geconstrueerd boek. Lees je 'Denkbeelden' als 574 losse mini-essays, mini-recensies, mini-verhalen, vertaalde gedichten, enzovoort, dan zie je onder meer dat Kuijper zich afvraagt waarom wij de melange van antisemitisme en antikapitalisme in W.A. Paaps roman 'Jeanne Colette' kwalijker vinden dan die in Andrej Wajda's film 'De tijd van de grote verwachtingen' (533); dat hij suggereert dat de Nederlandse feministen onvoldoende oog hebben voor de Amsterdamse Joffers (197198); dat hij be-weert dat de provincie Brabant "met Obrecht, Van Gogh en Leopold de lieveling der muzen is" (433); dat hij uiterst beknopt componist Rudolf Escher verkiest boven graficus Mau-rits Escher: "Godel, Escher, Bach. Jammer, de oom." (189).

Lees je 'Denkbeelden' als een gecomponeerd boek, dan zie je hoe zijn waardering voor Brabant als lieveling der muzen deel uitmaakt van een ingenieuze clustering van vertaalkwesties (waar Kuijper het vaak over heeft), van jeugdherinnering, wielerwedstrijden in Brabant, het Brabantse werk van Van Gogh en het wedstrijdkarakter van de kunst (430-433). Wie zo leest, kan zelfs op de gedachte gebracht worden dat masturbatie een vorm van abstracte kunst is (378 en 379).

Kuijper rijgt de ene gedachte aan de andere. Voor wie deze aforismen van 1 tot 574 leest, valt er daarom extra veel te genieten. Veel denkbeelden, zoals die over Amsterdamse architectuur en over de schilder Jan Sluijters, vinden hun aanleiding in jeugdherinneringen, andere in observaties van Isoude; soms vloeien die twee in elkaar over. Als een echte romanschrijver zet Kuijper aan het eind het denkwerk stil en opent hij tegelijk een weids uitzicht. Hij staat voor zijn raam aan de Amsterdamse Zandhoek, met uitzicht op Westerdok, rangerende treinen en sterrenhemel.

Na een tiental denkbeelden over onder meer de namen van sterren en vogels, over een vertaling van Goethes 'Wanderers Nachtlied' en over het belang van werkelijkheidservaring voor kunst is Denkbeeld 574 daarom in meer dan een opzicht een slotaccoord:

"Boven het futegepiep en het geknars van voor de nachtuitgerangeerde treinen staan Mars en Aldebaran, de rode planeet en de rode ster, vlak naast elkaar. Ik voel me duizelingwekkend vergroot: Aldebaran brandt in mij, zoals Der Mouw lang voor mijn geboorte al schreef. Wat klein is en vlakbij mag ook meedoen: Mars en het sluitsein van detrein."

Dit heeft weinig meer met intellectueel spel te maken. Kuijper heeft ontroerende kracht weten te verschaffen aan wat te boek staat als een buitengewoon verstandelijk soort literatuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden