In het schootsveld van de Amerikaanse president

Deze week overleed James Brady, de perschef van het Witte Huis, die verlamd raakte bij de aanslag op Ronald Reagan in 1981. Veel meer mensen werden geraakt door kogels die bestemd waren voor Amerikaanse presidenten.

Ik ben blij dat ík ben geraakt en niet u", zou Anton Cermak, burgemeester van Chicago, tegen Franklin Delano Roosevelt hebben gezegd, terwijl hij per ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Het was 15 februari 1933. Roosevelt, al wel gekozen maar nog niet beëdigd als president van de Verenigde Staten, sprak kort daarvoor in een park in Miami vanuit een open auto omstanders toe. In het publiek ging de Italiaanse immigrant Guiseppe Zangara op een wiebelige stoel staan en richtte zijn pistool op de Democraat.

Het eerste schot miste. Mensen om hem heen trokken nu aan Zangara's arm om hem het wapen afhandig te maken. De metselaar schoot nog vier keer in het wilde weg, voordat hij werd overmeesterd.

Roosevelt bleef ongedeerd. Cermak, oorspronkelijk van Tsjechische komaf, werd in zijn long geraakt. Hij was een van de vijf gewonden. De burgemeester van Chicago was de enige die uiteindelijk overleed, negentien dagen na de aanslag. Het leidde tot geruchten dat niet Roosevelt maar Cermak het doelwit was. De maffia zou met hem hebben willen afrekenen.

Zangara, mogelijk verward vanwege chronische buikklachten, zei in verhoren het wel degelijk op Roosevelt te hebben gemunt. Eerst waren alle koningen en presidenten aan de beurt, dan zouden alle andere kapitalisten volgen. De aanslagpleger kreeg aanvankelijk tachtig jaar voor meervoudige poging tot moord. Na Cermaks dood werd hij alsnog veroordeeld voor moord. Twaalf dagen na het overlijden van de burgemeester van Chicago kwam hij aan zijn einde op de elektrische stoel.

Op 1 november 1950 probeerden twee New Yorkers van Puertoricaanse komaf president Harry Truman te vermoorden. Ze wilden daarmee aandacht krijgen voor het onafhankelijkheidsstreven van een deel van de bewoners van het Caribische eiland.

Truman was het nooit gewend geraakt omringd te zijn met bewakers. Als jongen van eenvoudige komaf legde hij wel opvallend veel belangstelling aan de dag voor de agenten van de geheime dienst. Dat waren meestal mannen met een achtergrond zoals de zijne.

Op het moment van de aanslag resideerde Truman in Blair House, het gastenverblijf van de Amerikaanse presidenten. In het Witte Huis was een verbouwing aan de gang. De Democraat bleef ongedeerd. Maar voor zijn verblijf ontstond een langdurig vuurgevecht. Leslie Coffelt, een van de agenten die de president dienden te beschermen, wist een van de aanslagplegers dodelijk te raken, maar stierf later zelf ook aan zijn verwondingen. Twee andere, geraakte agenten herstelden.

De ongedeerde Puertoricaan kreeg de doodstraf. Truman zette die straf later om in levenslang.

De kogels die Lee Harvey Oswald afvuurde op 22 november 1963 raakten behalve John F. Kennedy nog twee mensen. James Tague, een autoverkoper uit Dallas, die min of meer toevallig stond te kijken, liep lichte verwondingen op aan zijn wang. John Connaly, de gouverneur van Texas, zat voor Kennedy in de open auto. De eerste kogel die de president raakte, trof ook Connaly. Die riep: "Nee, nee, nee! We gaan er allebei aan!"

Dat was niet zo. Het vechten voor het leven van de president bleek vergeefs. Een volgende kogel van Oswald raakte hem vol in het hoofd. Een deel van Kennedy's hersenen belandde bij de gouverneur op schoot. De operaties bij Connaly, zelf geraakt in zijn schouder, pols en been, hadden wel succes. Hij overleefde. Hoewel Democraat diende hij in later jaren nog als minister van financiën onder Richard Nixon.

Die Republikeinse president ontsnapte in 1972 aan een aanslag. Toen wilde ene Arthur Bremer hem doodschieten. Toen Bremer zag dat Nixons beveiliging te goed was geregeld, koos hij korte tijd later de Democratische presidentskandidaat George Wallace uit om zijn mannelijkheid te bewijzen. Deze vormde op een verkiezingsbijeenkomst in een winkelcentrum een makkelijk doelwit. Wallace was verlamd voor de rest van zijn leven. Nog drie andere aanwezigen raakten gewond.

Nixon toonde zich publiekelijk vol zorg en medeleven. Achter de schermen maakte hij zich vooral druk over de gevolgen voor zijn kansen op herverkiezing. Hij hoopte dat de aanslagpleger geen banden met de Republikeinen had. Wellicht konden zijn medewerkers Bremer in verband brengen met linkse kringen?

Bremers geschiedenis was inspiratie voor de film 'Taxi Driver' (1976). De twintiger John Hinckley raakte geobsedeerd door Jodie Foster, vertolkster van de belangrijkste bijrol in die film. Met zijn aanslag op Reagan, die ook diens perschef Brady trof, wilde hij zich bewijzen voor de actrice.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden