In het oog van de storm

Voor dirigent Ed Spanjaard was 2012 een jaar van afsluiten. Hij zwaaide af als chef-dirigent bij het Limburgs Symfonie Orkest en hij voltooide bij de Nationale Reisopera Wagners 'Der Ring des Nibelungen'. Beide gezelschappen werden door de bezuinigingen ernstig getroffen. En ook het Nieuw Ensemble, waarvan hij muzikaal leider is, verkeert in zwaar weer. 'Je moet niet op de vuilnisbelt blijven zitten, je moet door!'

Zijn huis wordt geschilderd. Ed Spanjaard (vorige week 64 jaar geworden) verontschuldigt zich voor de rotzooi. Bariton Maarten Koningsberger is net weg, vertelt hij. Samen maakten ze onlangs een cd met liederen van Mahler, en er zijn plannen voor een nieuw project rondom Henri Duparc. Over een paar uur zal Elly Ameling op de stoep staan. Die komt gezellig bij hem dineren - ze is een dag eerder in het Muziekgebouw aan 't IJ komen luisteren naar een concert dat Spanjaard met zijn Nieuw Ensemble verzorgde.

Tussen overleggen met de schilder, repeteren met Koningsberger en eten met Ameling heeft Spanjaard in zijn huis in de Amsterdamse binnenstad tijd ingeruimd om over het afgelopen jaar te praten.

Jazeker, hij heeft het nog steeds buitensporig druk. Er wacht nauwelijks een week later een lastig concert vanwege de zestigste verjaardag van Joël Bons (artistiek directeur van het Nieuw Ensemble), en dan is hij ook nog gevraagd om samen met Emmy Verhey te spelen op de begrafenis van componist Otto Ketting - delen uit de vioolsonates van Franck en Ravel en Debussy's 'La cathédrale engloutie'.

Het is voor de kunsten in Nederland zwaar weer geweest in het afgelopen jaar. Ook in de muziekwereld leefden velen tussen hoop en vrees. Inmiddels is duidelijk waar en hoe de klappen gaan vallen en het is opvallend dat Spanjaard direct en indirect wel heel veel op zijn bord heeft gekregen.

Het Limburgs Symfonie Orkest waarvan hij elf jaar lang chef-dirigent was - hij nam afscheid in juni van dit jaar - is aan zijn laatste seizoen bezig en moet vanaf september volgend jaar gefuseerd zijn met Het Brabants Orkest. Bij de Nationale Reisopera voltooide Spanjaard met 'Götterdämmerung' het vierjarige project rondom Wagners 'Der Ring des Nibelungen'; het was tevens het einde van de Reisopera in oude vorm, die nu als productiekern met zestig procent minder rijkssubsidie verder moet.

En dan was er ook nog het Nieuw Ensemble, dat van de Raad voor Cultuur een positief advies kreeg maar door de staatssecretaris op nul subsidie werd gezet.

Zwaar weer dus. Zat Ed Spanjaard voor zijn gevoel in het oog van de storm? "In tegenstelling tot mijn broers ben ik helemaal geen goede zeiler. Stressbestendig, dat ben ik dan weer wel. Maar het is inderdaad heel veel wat er op mij afgekomen is. Ik vraag mij voortdurend af: 'Hoe kan het? Hoe is het zo gekomen?'

"Toen mijn niet makkelijk te duiden vader in 1985 stierf, stuurde mijn moeder dankkaartjes rond waarop stond: 'Een positief gestemd mens'. Dat was hij. Ik heb dat positieve van hem geërfd al ben ik nou ook weer niet zo'n karikaturaal Koot en Bie-figuur. En in een creatief vak zoals dat van mij zijn vindingrijkheid en fantasie heel belangrijk.

"Vroeger neigde ik te blijven hangen in mistroostigheid, maar dat heb ik niet meer. Het vak is te mooi, en ik heb inmiddels zo veel ervaring. Bovendien besla ik een heel wijd muziekgebied. Het is heel waardevol om oude en nieuwe dingen door elkaar te doen, en dus zal ik altijd wel ergens werk hebben. Maar dit gezegd hebbende, volgende week is wel officieel het allerlaatste optreden van het Nieuw Ensemble in de oude vorm. We hebben de kantoren in het Muziekgebouw aan 't IJ verlaten, alle werknemers zijn ontslagen. We zijn van 800.000 euro nu terug naar de 150.000 die we van de gemeente Amsterdam hopen te krijgen.

"Het Nieuw Ensemble voelde zich als een koning in een warm bad. En nu heeft het Rijk de badkamerdeur dichtgetimmerd. Maar je kunt niet op de vuilnisbelt blijven zitten, je moet door. We gaan dan ook niet bij de pakken neerzitten. We zetten ons kamp op in onze repetitieruimte in Amsterdam-Noord. Een nieuwe broedplaats voor nieuw muzikaal gedachtegoed. Het ligt vlak achter het Eye. Wij gaan ons nieuwe centrum Ear noemen."

Een week later, tijdens dat laatste officiële optreden in het Muziekgebouw, is er van enige neerslachtigheid weinig te merken. Het publiek, zo'n vierhonderd man sterk, kan in de pauze en na afloop graaien in de vele dozen waarin programmaboekjes en publiciteitsmateriaal van tientallen jaren gratis mee naar huis mag worden genomen. Opruiming! Het concert wordt geopend met Spanjaard zelf achter de piano voor 'Tour' van Joël Bons. Die schreef het stuk voor viool en piano in 1983 onder anderen voor Spanjaard. Met tomeloze energie beukt Spanjaard de dikke akkoorden uit de piano. Daarna dirigeert Spanjaard muziek van Boulez en meer werk van Bons. Hoogtepunt is het fantastische 'Fan II' van de jong gestorven Mo Wuping.

Amper drie maanden eerder stond Spanjaard in Enschede ook al het vuur uit zijn sloffen te dirigeren bij een gezelschap dat ernstig gehavend verder moest. Zijn directie van de vier delen van Wagners 'Der Ring des Nibelungen' bij de Nationale Reisopera leverde hem veel lof in binnen- en buitenland op. De gerenommeerde operacriticus Hugh Canning schreef naar aanleiding van de uitvoering van 'Götterdämmerung' deze maand in het Britse tijdschrift Opera het volgende: 'Ed Spanjaards almaar groeiende autoriteit als Wagner-dirigent is een van de meest opvallende en bijzondere kenmerken van deze productie geweest (...) Het laatste woord was op deze avond aan Spanjaard en zijn fantastische Gelders Orkest, die samen in ontzagwekkende vorm het eind van deze epische reis haalden.'

Debussy-specialist Spanjaard vindt het helemaal niet zo vreemd dat hij ook zo goed zijn weg vindt door een Wagner-partituur. Volgens hem gaan deze grootse componisten heel goed samen en schrijven ze beiden meesterlijk voor orkest. "Na die vier 'aardige' Wagners", zegt Spanjaard met gevoel voor understatement, "zou je denken dat iemand je voor meer Wagner zou uitnodigen. Maar er is vooralsnog helemaal niets uit voortgevloeid. Ik ben in verwachtingsvolle spanning van een andere grote Wagner-opera.

"Ja, de 'Ring' is wel een soort kroon op mijn werk. Ik leerde het werk al vroeg kennen toen ik Colin Davis in Covent Garden assisteerde bij de productie van Götz Friedrich. Ik ben daar zelfs ook nog souffleur geweest. En in 1983 had ik een leuke zomer als assistent van Sir Georg Solti toen die daar zijn eerste en enige Ring-cyclus dirigeerde.

"Ik herinner me dat ik me toen wel afvroeg of ik Wagner mooi vond, of de 'Ring' mij ooit zou toevallen. En zo niet, of ik dat dan erg zou vinden. Maar toen ik eenmaal al dat Wagnervlees in mijn handen kreeg, vond ik het zó fijn. De muziek zat na die ervaringen in Londen en Bayreuth nog helemaal verankerd in mij. Ik had niet gedacht dat ik er zó van zou genieten, en ook niet dat de partituur me zó als een handschoen zou passen. Maar zoiets weet je pas als je het een keer gedaan hebt.

"De omstandigheden in Enschede waren ideaal. Ik vind het van essentieel belang voor een geslaagd en harmonieus eindresultaat dat een dirigent vanaf het begin bij alle regie-repetities aanwezig is. Alles was bespreekbaar met regisseur Antony McDonald, het was aangenaam en prachtig teamwork. Er zijn maar weinig momenten in dit vak dat je je helemaal meester voelt, en ze zijn vooraf ook niet te voorspellen. Dit was er wel zo eentje.

"Aan het eind van de laatste voorstelling van 'Götterdämmerung' stonden de koorleden bij het slotapplaus te huilen. Dat was niet voor niets, het betekende verdorie het einde voor iedereen. Ik heb dat verdriet heel erg meegevoeld.

"Maar eerlijk gezegd heb ik geen deuk gehad toen Wagner weer voorbij was. Verbazing meer over dat er niets op volgde. Laat ik een voorbeeld geven van hoe het ook kan gaan. Ik heb een levenslange en onmetelijke achting voor Elly Ameling, die straks hier komt. We zijn goed bevriend. In 1988 heb ik voor het eerst met haar samengewerkt. Bij het Limburgs Symfonie Orkest kwam zij toen zingen in Berlioz' 'Les nuits d'été' en in Mahlers Vierde symfonie. Nog vóór we het eerste concert hadden gegeven, toonde zij al zo'n vertrouwen in mij dat ze me vroeg of ik haar als pianist en dirigent wilde begeleiden op een concertreis naar Sicilië. In een dirigentenleven is dat veel bijzonderder dan je in eerste instantie zou denken. Natuurlijk wist Ameling dat ik betrouwbaar was, maar dan nog!"

Volgend jaar zit Spanjaard veertig jaar in het dirigeervak. Zou hij, als hij die vier decennia zou mogen overdoen, de dingen heel anders aanpakken? "In 1970 waren we op vakantie met Louis Stotijn, opa van Christianne en fagottist in het Residentie Orkest. Louis had talent voor handlezen. Ik liet me overhalen en hij las in mijn hand dat ik een laatbloeier ben. Ik dacht toen: 'Wat een onzin, daar klopt niets van'. Ik had immers een vliegende start gehad en ik kon goed pianospelen. Maar Stotijn had het bij het rechte eind; zijn voorspelling kwam uit.

"Ouder worden heeft bij dirigeren meer voor- dan nadelen. Als je jong bent, ben je je erg bewust van die grote meute voor je. Je voelt een grote druk en je wilt bovenal aardig gevonden worden. Dat beklemmende gevoel verdwijnt langzaam. Je leert op den duur met jezelf samen te vallen. Een goede dirigent moet vooral een goede begeleider zijn en dan is het een voordeel als je ook pianist bent. Ik heb altijd een open gevoel bij mijn loopbaan gehad, nooit een vooropgezet plan. Er is veel uit eigener beweging op mij afgekomen, maar ik zou iets meer stookolie, iets meer brandstof van buiten af wel leuk hebben gevonden.

"Het chefschap van het Limburgs Symfonie Orkest zou ik niet gemist willen hebben. Ik ben er in 1980 als gast begonnen, dus ik heb er dertig jaar gedirigeerd, waarvan elf als chef. Er was maar heel weinig verloop in het orkest. Sommige musici werden verleid om bij André Rieu te gaan spelen, maar die kwamen dan toch weer terug omdat ze het repertoire daar te eenzijdig vonden. Er is een warme band tussen mij en het LSO, we hebben belangrijke concerten gegeven in de Doelen en in het Concertgebouw; het vertrouwen was groot. Voor hun aller, allerlaatste concert komende zomer in de Robeco Zomerconcerten hebben ze mij dan ook als dirigent gevraagd."

Spanjaard benadrukt aan het eind dat hij vindt dat de politiek een roetkap op ons muziekleven heeft geplaatst. "Ik ben niet bang meer voor mijn eigen hachje, maar al die uitstekende musici van bijvoorbeeld Holland Symfonia of de Radio Kamer Filharmonie die straks zomaar ontslagen worden. Zo'n onbegrijpelijk en negatief signaal. Ik kan mijn ervaring als dirigent tegenwoordig gelukkig positief inzetten op het Amsterdam Conservatorium. Daar help ik jonge dirigenten met het analyseren van struikelblokken en ik probeer het plezier in hun werk aan te wakkeren. Het is mooi persoonlijkheden in ontwikkeling te helpen om zich muzikaal uit te drukken."

De nieuwe cd van Maarten Koningsberger (bariton) en Ed Spanjaard (piano) met liederen uit Mahlers 'Des Knaben Wunderhorn' is net uitgekomen bij Quintone. Vanaf 11 januari zitten het Nieuw Ensemble en Spanjaard in de bak bij Opera Trionfo voor een reeks voorstellingen van Benjamin Brittens 'Owen Wingrave' - première in Haarlem. www.nieuw-ensemble.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden