In het maken van apps zijn Europeanen wél goed

Europees rapport schetst beeld van een groeiende industrie. Bouwers balen van dominantie Apple en Google.

DORIEN PELS

Apps zijn big business. Om te weten of de bui zo overwaait, wat er op tv is, wat het laatste nieuws is, om de verwarming op afstand hoger te zetten en vooral om spelletjes te doen, heeft bijna iedereen een persoonlijke selectie apps op zijn smartphone. En als het gaat om het maken van die apps, doet Europa nou eens niet onder voor de Verenigde Staten. Dat blijkt uit een rapport dat Eurocommissaris Neelie Kroes liet maken.

Zo'n 42 procent van de apps wordt gemaakt en bedacht door Europese ontwikkelaars. Dat is ongeveer net zoveel als de Amerikanen maken. Aan het bouwen van apps werd in heel Europa vorig jaar 18,7 miljard euro verdiend. De onderzoekers voorspellen dat dat over vijf jaar 63 miljard per jaar is.

Nu werken er in Europa 1,8 miljoen mensen aan apps: 1 miljoen ontwikkelaars en 800.000 mensen die indirect betrokken zijn, bijvoorbeeld als marketeer of financieel adviseur. Slechts 9 procent van de appbouwers is vrouw. Over vijf jaar verdienen 4,8 miljoen Europeanen hun brood met apps, voorspellen de onderzoekers.

Kroes: "In een tijd van hoge jeugdwerkloosheid geven deze cijfers mij hoop. Als Europa ergens leidend kan zijn in de digitale economie, is het in deze sector."

De Europese softwarebedrijven zijn wel afhankelijk van de Amerikanen om hun apps onder de aandacht te brengen. De eigenaren van platforms als Facebook, Apple's App Store en Googles Play Store huizen allemaal in Silicon Valley en vragen geld voor het aanbieden van apps van derden.

Het fenomeen app bestaat pas sinds 2008 toen Apple met de appstore kwam, 'blokjes' software die functies aan de iPhone toevoegen. De onderzoekers vergelijken de bedrijfstak met de goudkoorts in het Wilde Westen: wie geluk heeft, kan grof geld verdienen. Dat lukt het beste met spelletjes. Kijk maar naar Angry Birds (spelers lanceren boze vogeltjes met een katapult), waarmee het Finse bedrijfje Rovio in 2009 in één klap binnenliep.

Een Nederlands voorbeeld is GameBasics uit Zoetermeer dat het spelletje Online Soccer Manager maakte. De speler is manager van zijn favoriete team en doet mee aan competities. 2,5 miljoen mensen spelen het, van Brazilië tot Thailand.

Zo'n 28 Europese bedrijven maakten 40 procent van de honderd populairste apps in de wereld. Ook in Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland zijn succesverhalen van appbouwers te vinden. Alleen de Italianen lukt het niet om apps te maken die ook elders geliefd zijn.

Toch is er ook reden tot klagen: de Europese ontwikkelaars vinden het lastig om geld te vragen voor apps, blijkt uit een enquête die de onderzoekers hielden. Consumenten zijn gewend aan gratis apps. Bouwers die voor een bedrijf werken en de app vooral als middel gebruiken om een dienst te verlenen of een product te promoten, hebben daar minder last van dan zelfstandige ontwikkelaars. Voor die eerste categorie is de app slechts een aanvulling.

Iedereen zit met smart te wachten op volledige dekking van het snelle mobiele internet 4G. En iedereen ergert zich aan de dominantie van Google en Apple, die ze op hun weg vinden als ze hun producten aan de man willen brengen. Voor Eurocommissaris Kroes is het rapport aanleiding weer eens te pleiten voor een uniform Europees supersnel internet.

Europese ontwikkelaars in de top-5
Het Britse bedrijf King.com scoort een wereldwijde hit met Bubble Saga. Er werken wereldwijd zo'n 400 mensen bij het bedrijf.

Het Finse Rovio sloeg al in 2009 toe met Angry Birds.

Het eveneens Finse Supercell maakt de immens populaire spelletjes Hay Day en Clash of Clans.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden