In het gesticht kon je in de jaren dertig ook je lastige familieleden kwijt

De vrouwenzaal van een ‘krankzinnigengesticht’ in Den Haag, rond het jaar 1910. Beeld Collectie Haags Gemeentearchief

Het is vandaag openbaarheidsdag in de nationale archieven. Trouw dook in de dossiers van de inspectie van de krankzinnigenzorg en stuitte op vreemde zaken.

Een man en vrouw vechten een echtelijke ruzie uit in de Nijmeegse straten. Scheldwoorden vliegen door de lucht. We schrijven jaren dertig van de vorige eeuw, dus waarschijnlijk roepen ze ‘ploert’ of ‘galgebroed’ of ‘schobbejak’ naar elkaar. Kwaad sluit de man zich op in de slaapkamer. Hij hangt een boos briefje op de deur.

De vrouw laat het er niet bij zitten. Ze belt een arts. Haar man is krankzinnig geworden, zegt ze. De huisarts geeft zonder een bezoek een krankzinnigheidsverklaring af, in de veronderstelling dat de man alleen ter observatie naar het ziekenhuis wordt gebracht. Dat heeft hij mis – de man wordt in het gesticht opgenomen. De vrouw heeft haar zin – van die ploert is ze af.

Vandaag komen vanwege openbaarheidsdag vele meters archiefmateriaal vrij, waaronder stukken van de inspectie voor de krankzinnigenzorg. Ze geven een bijzonder inkijkje in de problemen in de psychiatrie van toen; in 1930 werden in Nederland in totaal zo’n 22.000 mensen met psychiatrische problemen verpleegd.

Zenuwlijders

Net als nu, was het vroeger niet altijd pais en vree in de instellingen voor ‘debielen’, zoals patiënten toen nog genoemd werden: de inspectie bestudeerde de verpleger die een patiënte bezwangerde, suïcides binnen de muren van het gesticht, ‘zenuwlijders’ die de neus van een personeelslid kapot sloegen, patiënten die een ander aanvielen of zelfs vermoordden.

Vooral de blunders bij gedwongen opnames zorgden voor discussie. Naast de ophef over de vrouw die haar man in het gesticht kreeg, deden nog twee zaken zich voor die de werking van de krankzinnigenwetgeving ter discussie stelden. Volgens de krant Het Volk werd ‘de persoonlijke vrijheid van de Nederlandse inwoners tot een aanfluiting gemaakt’.

Niets aan de hand

Een Arnhemse cafémuzikant G. Gijsbrechts – een licht ontvlambaar type – werd het gezicht van dit maatschappelijke probleem. Hij werd op aandringen van zijn familie opgenomen in een gesticht, maar kwam na een paar dagen vrij – er bleek niets aan de hand, schreven de kranten verontwaardigd.

G. Gijsbrechts werd na familieruzie onterecht opgenomen. Beeld Nationaal Archief

Volgens het gesticht zelf had zijn familie het op hem gemunt vanwege zijn ‘andere morele opvattingen’. Als muzikant leefde hij la vie bo­hé­mienne­­, terwijl zij rechtgeaarde katholieken waren. Volgens de man zelf wilde zijn familieleden, met wie hij ruzie had, van hem af omdat hij het erfdeel van zijn overleden moeder opeiste en zij dat niet wilden geven.

In de jaren dertig zorgde de Tweede Krankzinnigenwet ervoor dat familieleden een verzoek tot een opname in het gesticht konden indienen. Een huis- of zenuwarts onderzocht of dat verzoek terecht was en schreef – als hij het ermee eens was – een verklaring uit, die de burgemeester en de kantonrechter van een krabbeltje moesten voorzien.

De psychiater die zich bemoeide met de heer Gijsbrechts, had hem eerder al weleens bestudeerd op verzoek van vader en zus. Een startschot voor de opname gaf hij toen hij van de zus hoorde dat de man een deel van de huisraad had vernield en zijn familieleden met een mes had bedreigd. Op dat moment had hij hem al even niet gezien.

Deugniet

De inspecteur die de zaak bestudeerde, noemde Gijsbrechts ‘een deugniet’. De politie had eerder een pistool van hem afgepakt en verder was zijn reputatie niet gunstig. ‘Hij kon in maatschappelijk opzicht als een schipbreukeling beschouwd worden: hij begon veel, maar volbracht niets.’ Een van de getuigen vermoedde hoogmoedswaanzin.

Maar de inspecteur krabde zich achter de oren: was hier wel sprake van een krankzinnige? Ging het niet gewoon om een uit de hand gelopen familieruzie? In de jaren dertig werd deze discussie vaker gevoerd: omdat er in de wet géén definitie van krankzinnigheid stond, konden artsen zelf invullen wat ze daaronder schaarden.

De zaak leidde tot Kamervragen en politiek debat over de houdbaarheid van de Tweede Krankzinnigenwet. Moest het niet duidelijker allemaal? Mochten asociale types ook het gesticht in? Waarom werd een patiënt niet beoordeeld door twee artsen, zoals in andere landen? Waarom zagen de rechter en de burgemeester de patiënt niet?

De toenmalige minister zag geen brood in een nieuwe wet. Al in 1906 was een herziening misgelopen. Het duurde tot 1994 voor een nieuwe wet erdoor kwam. De BOPZ, nog steeds geldig, maakte gedwongen opnames moeilijker en gaf de patiënt meer rechten. Tot die tijd gold, zoals een krantenkop samenvatte: ‘Vrijkaarten voor het gekkenhuis, te verkrijgen bij de heeren psychiaters’.

Patiënten worden steeds vaker maar korter gedwongen opgenomen

Net als in de jaren dertig groeit vandaag de dag het aantal gedwongen opnames hard. De laatste cijfers stammen uit 2017: toen legde de rechter 26.000 mensen een gedwongen opname in een psychiatrische instelling op, vergeleken met tien jaar eerder is dat een stijging van 80 procent. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk dat patiënten korter worden opgenomen dan tien jaar geleden. Daardoor zijn zij minder goed hersteld zijn als ze thuiskomen – waardoor ze ook weer sneller terug zijn. In 2020 gaat de Wet Verplichte GGZ van kracht, die de huidige BOPZ-wet vervangt. In deze wet is meer ruimte voor familieleden om hun wens voor een gedwongen opname te uiten, net als in de Tweede Krankzinnigenwet. Gelukkig worden de rechten van de patiënt nu veel beter gewaarborgd dan in de jaren dertig.

Lees ook:
Dit is het verhaal van de vrouw die de psychiatrie op z’n kop zette

In de psychiatrie worden ervaringsverhalen steeds belangrijker. Johanna Stuten-Te Gempt bracht een van de eersten naar buiten in 1892. Wie was zij en wat bracht zij teweeg? Trouw dook het archief in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden