In het ene oog ambitie, in het andere waanzin graag

De moderne techniek rukt op, ook in de kunsten. In hoeverre stimuleert deze ontwikkeling de creativiteit? En hoe vernieuwend is het resultaat? In de serie ENTER geven kunstenaars antwoord. Vandaag aflevering 6: fotografe/schilderes Wim Hardeman.

Het portret van de wrede koningin van Schotland bevindt zich in goed gezelschap. Het maakt deel uit van een serie van negen 'geschilderde foto's' die Hardeman (36) met behulp van de computer maakte van hoofdfiguren uit meest negentiende eeuwse opera's. Stuk voor stuk zijn het waanzinnige, gekwelde mensen zoals prinses Eboli uit Verdi's 'Don Carlos', Lucrezia Borgia uit de gelijknamige opera van Donizetti, Suor Angelica en Turandot van Puccini.

Het beste van schilderkunst en fotografie lijkt in deze reeks opera-gezichten samen te komen. Met hun gedempte kleuren en wat vegerige structuur ogen de portretten als oude schilderijen. Hun 'levende' ogen en monden doen weer denken aan foto's. Nergens treedt de techniek hinderlijk op de voorgrond: je hebt niet het idee 'dat is met de computer gemaakt'.

Met fotografie alleen - Hardeman studeerde op de Koninklijke Akademie in Den Haag en fotografeert voor de kunstbijlage van NRC Handelsblad - kwam ze er niet uit. Dat medium had voor haar toch te grote beperkingen. “Je kunt alleen maar iets fotografen wat zichtbaar is. Terwijl ik altijd foto's wilde maken van dingen die niet bestaan, zoals centaurs. Ik was ook steeds bezig mensen bizarre voorwerpen op hun hoofd te zetten. Zo heb ik eens zo'n gigantische tonijnekop gekocht. Die woog zeker 10 kilo. Maar ik kon het natuurlijk moeilijk iemand vragen dat ding op te zetten. Uiteindelijk heb ik het zelf maar gedaan. Die foto's werden niks. Ik sta er met een vertrokken gezicht op omdat ik kramp in mijn nek kreeg. Pas na een week had ik de stank uit mijn haren gewassen.”

Nog steeds vormen foto's wel de basis van haar werk, ook voor de opera-serie. De meeste daarvan nam Wim Hardeman zelf: “Het model voor Lady Macbeth was een heel mooi meisje, al zou je dat nu niet meer zeggen.” Maar soms, zo bekent ze, had ze geen zin in 'al dat gedoe met die modellen'. “Dan ging ik gewoon naar een winkel waar ze foto's van oude filmsterren verkochten.”

De computer stelde haar in staat met de realiteit van het afgebeelde te spelen. Ze retoucheerde, vervormde en vulde de foto's aan: een grotere mond, een bijzonder hoofddeksel of een compleet andere kaaklijn. Nuchter bekijkt ze het resultaat. “Ik had niet aan het model voor Lady Macbeth kunnen vragen: 'In het ene oog ambitie, in het andere waanzin graag'. Het is een zaak van trekken, vegen en eindeloos zoeken. En het mooie is, je kunt het nooit verprutsen. Een oog dat goed gelukt is, kun je opslaan en later gewoon weer opvragen.”

Behalve dat je vast zit aan de werkelijkheid, vindt Hardeman het ook een groot bezwaar van fotografie dat het resultaat vaak zo 'bloedeloos' is. “Er blijft altijd een afstand bestaan tussen jou en hetgeen je fotografeert. Je kunt daar niet fysiek in ingrijpen.” Ze maakt roerende bewegingen met haar hand. “Ik wil de emoties van de maker in het werk kunnen herkennen. Je moet zijn handschrift zien. En dat is het aantrekkelijke van de schilderkunst. Het gevoel komt direct van je hand.”

Ook de voordelen van de schilderkunst stopte Wim Hardeman met behulp van de computer in haar serie opera-portretten. Enthousiast: “Ik gebruik het schilderprogramma 'Painter'. Je kunt het op de foto's invoeren alsof je echt schildert en tekent. Je hebt de keuze uit allerlei materialen, van krijt tot olieverf. Je kunt er ook in aangeven op welke soort papier je werkt. En de computer weet hoe dat materiaal reageert op de verschillende ondergronden. Soms als ik hem uit wil zetten, roept hij: 'Dat kan nog niet, de verf is nog nat'.” Ze trekt een wenkbrauw op: “Gelukkig maakt hij dat soort grapjes niet al te vaak.”

Van alle portretten is in dat van Lucrezia Borgia nog het best te zien wat de schilderkunst en wat precies fotografie bijdroeg. Het hoofd van de Italiaanse prinses uit Donizetti's opera met dezelfde titel rust op een nek met een zestiende eeuwse Spaanse kraag, die Hardeman uit een oude tekening overnam. Het schetsmatige van de kraag gaat mooi over in de zachte kleuren van haar hoofd. Haar doffe ogen springen er uit. Ze zijn even groen als het gif waarmee Lucrezia in de opera per ongeluk haar geliefde Gennaro om het leven brengt.

Het valt Hardeman niet moeilijk uit te leggen waar haar liefde voor opera vandaan komt. “Ik vind dat het mooiste wat er is, die uitvergrote emoties, de extase. Als muziek en spel goed zijn, scheurt het direct je ziel in.” Waarom ze zich zo aangetrokken voelt tot de wrede mannen en vooral de fatale vrouwen uit de 19de eeuwse opera, daar komt ze moeilijker uit. “Het intrigeert me gewoon. Misschien heeft het er mee te maken dat vrouwen van die tijd pas bij extreem gedrag een eigen karakter en smoel krijgen.”

“Ik ben me altijd bezig gehouden met dat duistere en bezetene. Op de Akademie moesten we een keer een zelfportret maken. Het mijne was zo gruwelijk dat ze zeiden: 'Wordt het niet eens tijd dat jij naar de psychiater gaat'. Maar waar het precies vandaan komt, ik weet het niet.”

De duistere kant van de mens mag Wim Hardeman intrigeren, dit betekent niet dat haar opera-gezichten luguber of macaber zijn. In alle negen gezichten staat de waanzin te lezen, maar geen van de figuren wordt een monster. Hardemans prinses Turandot is geen koele moordenares, maar veeleer een treurende eenzame vrouw. Haar mond, die sprekend lijkt op die van filmster Marlène Dietrich, pruilt net niet. Ze staart haast verveeld voor zich uit.

Intussen werkt Hardeman aan een nieuwe serie, ditmaal rond centaurs. Ze is nog steeds opgetogen dat ze deze oude droom kan verwezenlijken. “Man Ray moest nog zeggen: ,Ik schilder wat ik niet kan fotograferen, en ik fotografeer wat ik niet kan schilderen'. Daar zit ik niet meer mee. Ik kan ze gelukkig combineren. De fotografie staat er nu ook anders voor dan in zijn tijd. Ik riep vroeger wel eens op de Academie - en dat vonden ze dan helemaal niet leuk - het is mooi, het heeft honderdvijftig jaar bestaan, maar het is gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden