In het eerste begin had ik niet door dat ik iemand in de derde persoon was geworden, dat ik niet meer alleen ik was, maar een staatssecretaris

E n zomaar opeens was ze, in oktober 2010, staatssecretaris van volksgezond heid, Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner. Zonder politieke ervaring in Den Haag geparachuteerd door de toenmalige CDA-leider Maxime Verhagen, met wie ze bevriend is. De in Zweden geboren dochter van een Nederlandse moeder en Zweedse vader had toen al een lange loopbaan achter de rug in de ouderenzorg, onder meer als verpleeghuisarts en manager. De politiek was wennen: "Ik was niet meer alleen ik, maar een staatssecretaris".

In Trouw zei u kort na uw aantreden verbaasd dat ze in Den Haag zoveel ruzie maken. Ziet u dat nog steeds zo?
"Nee, nu doorzie ik hoe de tegenstellingen in de politiek juist geprofileerd worden opdat je je zoveel mogelijk van elkaar kan onderscheiden. Dat druist tegen mijn natuur in, want ik zoek de raakvlakken. In mijn politieke begin dacht ik steeds: met een beetje goede wil kan je dit punt toch bijleggen? Dat is een apolitieke invalshoek. De waarde van een inhoudelijk debat is dat je de zuiverheid van het beleid dan echt goed controleert en dat moet dus zo stevig mogelijk gevoerd worden."

In de Kamer en daarbuiten bent u fel aangevallen. Vooral na de drastische ingreep in het persoonsgebonden budget (pgb). Hoe heeft u dat ervaren?
"In het allereerste begin had ik niet door dat ik iemand in de derde persoon was geworden, dat ik niet meer alleen ik was, maar een staatssecretaris. Werd vanuit de Tweede Kamer geroepen: 'Dat hebt u gedaan', dan dacht ik: dat kan helemaal niet, ik zit hier nog maar net, wat bedoelen ze eigenlijk? Bleek het om het geërfde beleid van mijn voorganger te gaan. Daar heb ik heel snel aan moeten wennen. Dat je staatsecretaris bent en dat je dat moet scheiden van je persoon. Toen tot twee keer toe tegen mij moties van afkeuring werden ingediend was ik inmiddels zover dat ik wist: je moet niet bang zijn voor een paar blauwe plekken, want het gaat ook ergens over; ik sta in vak K en vertegenwoordig een beleid dat mensen niet willen horen, nog niet kunnen verwerken, en als ik dat moet incasseren dan hoort dat erbij."

Heeft u wel eens wakker gelegen van wat in de media over u werd geschreven of geroepen?
"Op Twitter ben ik eens voor staatssecreet uitgemaakt. Dat vond ik echt naar. Het voelde alsof ik een splinter onder mijn nagel had. Ik vroeg me steeds af: wie zou dat nou hebben geschreven?"

U zult voor altijd bekend staan als de staatssecretaris die het pgb grotendeels heeft willen wegbezuinigen.
"Het pgb was het eerste wat ik moest aanpakken. In termen van overheidsfinanciën heette het een bleeder. Weg met die handel, zeiden ze, het is een levensgevaarlijke bleeder."

U greep uiteindelijk hard in. Dat had u, ondanks latere verzachtingen, nooit mogen doen, blijft het verwijt uit de sector.
"Dat is precies die derde persoon die dat voor haar kap moest nemen. Dat is vak K, dat is regeren. Ikzelf was voor een mildere en getrapte ingreep. Tot mijn verrassing koos de VVD voor de snelle, harde bezuinigingsvariant. Anders zitten we hier over een jaar weer, zeiden ze. Mijn probleem was toen om er draagvlak voor te krijgen. In die maanden hebben wij ons op het ministerie helemaal kapotgewerkt om een vergoedingsregeling te ontwerpen, zodat meer mensen recht zouden houden op de eigen regie, want dat is het belangrijkste van het pgb. De enige manier waarop ik dat voor elkaar kon krijgen, was in nauw overleg met budgethouders zelf, onder leiding van Aline Saers (directeur van de budgethoudersvereniging Per Saldo, red.). Ik zei tegen haar: 'Deze maatregel moet, maar ik wil het zo doen dat de goede dingen bewaard blijven'. Ik had hen meer nodig dan zij mij."

In de Tweede Kamer kreeg u het harde verwijt dat u op het Plein de demonstrerende pgb'ers dingen had beloofd die u niet kon waarmaken.
"Dat is gezegd, ja. Het was een verhit debat. Op een gegeven moment zei Renske (Leijten, SP, red.): 'Je hebt op het Plein beloofd dat ze hun huidige zorg niet zullen verliezen'. Maar ik had daar zoveel mensen gesproken. Mijn verhaal was steeds dat ze hun recht op zorg niet zouden verliezen. Tijdens het Kamerdebat dacht ik, toen zij dat zei: misschien heb ik me tegen iemand versproken. Dus ik zei tegen Renske: 'Weet jij altijd nog wat je op zo'n moment zegt?' Later waren er journalisten die tegen me zeiden: 'Weet je dat het helemaal niet waar is dat je dat verkeerd gezegd hebt?' Maar dat deed er niet meer toe. Renske heeft dat gewoon heel slim gedaan. Dat neem ik haar ook niet kwalijk. Maar ik was toen wel nijdig dat het Journaal het moment zo uitvergrootte. Dat stelde het zo voor, alsof ik totaal niet wist wat ik op het Plein had gezegd en dat was natuurlijk flauwekul, niet eerlijk ook in het evenwicht van het echte debat en de echte emoties."

Dat raakte u?
"Ja, ik heb daar flink van gebaald. Het hele departement eigenlijk. 'Dat ze dat flikken, wat een rotstreek.' Na alle serieuze dingen die in het parlementaire en publieke debat gebeurd zijn, is een - achteraf niet eens gebeurde - verspreking zo'n klein ding. Het ging daar niet over. En met het handje gebeurde dat natuurlijk nog een keer. Gewoon iets creëren wat iets heel anders was."

U doelt op het incident waarbij u tijdens een algemeen overleg voorzitter Pauline Smeets met uw hand de mond snoerde.
"Ja, dat was de enige keer dat Maxime mij echt gebeld heeft. Dit brandje moet je nu uittrappen anders wordt het door de publiciteit een fik, zei hij. Dat heb ik toen gedaan. Politiek was het toen klaar, al kwam het beeld nog een paar keer langs."

Bij uw afscheid waren Harry Schreurs en Jan Troost aanwezig, de actievoerders van 'Terug naar de bossen'. En ook Veronique was er, het meisje met een pgb over wie Trouw een serie maakte in de Verdieping. Dat getuigt van waardering.
"Ja, die omslag in waardering heb ik gelukkig mogen meemaken. Ik heb van Per Saldo's voorzitter bij mijn afscheid nog een mooie mand gekregen met allemaal antirimpel-crèmepjes. Geweldig en heel toepasselijk."

U heeft dan ook ongehoord veel geïnvesteerd in contacten met het veld, organiseerde ontmoetingsdagen met de mensen om wie het ging.
"Ja, ik kwam voor hen, de mensen die zorg krijgen. Als het het pgb niet was geweest, had ik dat op andere terreinen gedaan. Dan had ik me bijvoorbeeld nog meer beziggehouden met de vraag hoe die 750 miljoen voor extra handen aan het bed het beste gebruikt konden worden."

U zocht de mensen graag op, bijvoorbeeld ook Brandon, de jongen die vastgeketend was aan een muur. Was dat verstandig, dat u zich als staatssecretaris zo intensief met één individu bemoeide?
"Als staatssecretaris krijg je altijd tweede-, derde-, vierde- of vijfdehands informatie. Dat was ik niet gewend. Een beetje goede bestuurder, een beetje goede dokter, checkt zijn informatie. Ik had zelf het filmpje gezien over Brandon. Ik dacht: wat een raar filmpje, ik herken dat niet. Veel mensen, ook in de politiek, hadden er meteen een mening over zonder zich er verder in verdiept te hebben. Ik dacht: ik ga niet op die schuimige golven meedeinen, ik wil zelf weten wat er aan de hand is! Ik deed dat veel vaker, maar dit kwam in de media. Als een verpleeghuis onder verscherpt toezicht moest worden gesteld ging ik dikwijls ook zelf kijken. Je moet jezelf de kans geven te voelen en ruiken wat er aan de hand is. Ik zocht bijvoorbeeld even de spoelkeuken op, waar de po's staan, daar kun je zien hoe schoon zo'n verpleeghuis is. Of ik sloop naar de koffiekamer van de verzorgenden om even met hen te praten. Hoe het ruikt is belangrijk. In Amsterdam kon ik vroeger, bij wijze van spreken, de bejaardenhuizen met een blinddoek voor op geur onderscheiden." Lachend: "Het is een toegevoegde waarde, mijn neus voor zorg."

De PVV bepaalde naar verluidt alles als het om de zorg ging. Er gebeurde niets zonder Fleur Agema.
"Nee hoor. Bij die hele grove pgb-maatregel gaf de VVD de doorslag. Dat was niet het drammen van de PVV. Wel is waar dat ik Fleur en Willie Dille (voormalig PVV-Kamerlid, red.), die over de jeugdzorg ging, heel sterk betrokken heb bij de overleggen. Ik vond dat ze moesten kunnen beschikken over de beste gegevens die er maar zijn. Maar dat is niet hetzelfde als: er gebeurde niks tenzij. En bovendien was ik het met een groot deel van de PVV-voorstellen in de zorg eens. Bijvoorbeeld die driekwart miljard extra voor handen aan het bed in de ouderen- en gehandicaptenzorg. En de beginselenwet zorginstellingen (de wet die bepaalt dat instellingen zorgafspraken over bijvoorbeeld douchebeurten dienen na te komen, red.). Het is idioot dat dat wetsvoorstel controversieel werd verklaard. Als je niet herkent dat dat wetje nou juist aan mensen een eigenstandige positie geeft als ze in een instelling moeten wonen, dan heb je er niets van begrepen. 'Het is van de PVV en dus mogen we er tegen zijn.' Dat was vaak de politiek correcte stemming. Dat vind ik niet erg chic. Ik heb goed met de mensen van de PVV kunnen werken als het om de zorg ging."

Met Maxime Verhagen had u intensief sms-contact. Was hij uw politieke coach?
"Er zijn momenten geweest dat ik dacht: hoe moet dit? Dan ging ik bij hem te rade. Maar die momenten waren sporadisch. In de politiek is bovendien weinig tijd voor overleg hoor, zeker met iemand die het zelf hartstikke druk heeft. Een of twee tips, daar moest ik het mee doen. Zijn brein stond ook in de tiende of twaalfde versnelling en het mijne moest dat dus ook. Ik heb ontzettend veel van hem geleerd. Ja, noem hem maar coach, mentor of een voorbeeld. Hij is degene die ik het meest bewonder ook. Hij heeft mij nog nooit teleurgesteld. Vaak dacht ik: oef, wat kan die man veel."

Wat gaat u nu doen? Weer iets in de zorg?
"Ik heb de afgelopen twee jaar dingen ontdekt waarvan ik denk: o, kan ik dat? Het liefst krijg ik weer een lastige kluif. Ruziënde mensen bij elkaar brengen bijvoorbeeld. Een situatie analyseren, een grote transitie begeleiden, heerlijk. Ik ben wel voor doorpakken en ik ben helemaal nergens bang voor. Er zijn aantrekkelijke dingen langsgekomen, elegante ook waarmee ik voor de dag zou kunnen komen, maar ik zoek iets pittigs dat bij me past."

Wat vond u het leukste in de politiek?
"De mensen. Het land in, maar ook als ze bij ons kwamen op het ministerie. En de debatten in de Kamer. Dat vond ik eerlijk gezegd ook wel heel erg mooi."

Dat is verrassend. Vond u dat juist niet het ergste?
"Nee, want debatteren is topsport. Ik vertrek met veel goede herinneringen aan de zorgwoordvoerders hoor."

U noemde de zorgwoordvoersters wel eens 'de meisjes'.
"Ja, en ik heb ze ook wel eens mijn heksen genoemd vanwege hun passie." Lachend: "Maar wel koesterend bedoeld, want ik ben er zelf ook één."

Marlies Veldhuijzen van Zanten
Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Gotenburg, 1953) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en specialiseerde zich tot verpleeg-huisarts. Daarna werkte ze als verpleeg-huisarts en manager in de ouderenzorg bij verschillende zorginstellingen. Ook doceerde ze jarenlang verpleeghuis- geneeskunde aan de VU.

Haar grote klus in het kabinet-Rutte I was de harde ingreep in het pgb, het geld waarmee de patiënt zijn eigen zorg kon regelen. De oppositie in de Kamer maakte het haar niet gemakkelijk. Ook hield gedoogpartner PVV haar scherp in de gaten. Zelf zegt ze altijd goed te hebben samengewerkt met de PVV.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden