Reportage Militair hospitaal

In het CMH hangt het militaire uniform naast de witte jas op de ziekenhuisgang

De afdeling fysiotherapie van het Centraal Militair Hospitaal. Beeld Werry Crone

Militairen krijgen medische zorg in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht met als doel om hen snel inzetbaar te maken. ‘Militairen zijn vaak fit waardoor ze sneller weer aan het werk kunnen.’ Het hospitaal is net grondig gerenoveerd en koningin Máxima heropent het vandaag.

“Ik heb liever dat ze me dokter noemen dan kolonel”, zegt Jelle Bos, de hoogste baas van het Centraal Militair Hospitaal (CMH). “En tijdens missies ben ik gewoon vaak ‘dok’, daar reageer ik ook op.”

Kapitein ter zee-arts Bos (52) is sinds een half jaar commandant van het enige ziekenhuis van de Nederlandse krijgsmacht. Hij begon ooit als scheepsarts bij de marine, werd uitgezonden naar Afghanistan en vervulde een aantal bestuursfuncties binnen de militaire zorg. “Na een tijdje dacht ik: waar zijn m’n patiënten gebleven?”, lacht Bos, die nu regelmatig een ronde maakt door het hospitaal in Utrecht. “Ik wilde toch graag weer boven op de zorg zitten, dan weet je voor wie je het doet.”

Het CMH werd gebouwd in 1991 na de samenvoeging van het Marinehospitaal in Overveen en het Utrechtse militair hospitaal Dr. A. Mathijsen, genoemd naar de uitvinder van het gipsverband. Het gebouw is de afgelopen jaren flink gemoderniseerd en wordt vandaag heropend door koningin Máxima.

Op het eerste gezicht is er weinig verschil met gewone ziekenhuizen, behalve dat je in de gangen van het CMH naast witte jassen ook uniformen tegenkomt van alle krijgsmachtdelen. Het grote verschil is de doelgroep. “We proberen de militairen snel weer inzetbaar te krijgen”, zegt orthopedisch chirurg kolonel Suzanne de Jong (49). “Een militair die niet kan hardlopen, geen hindernisbaan kan nemen of zichzelf niet in veiligheid kan brengen is niet functioneel, en kan een gevaar vormen voor zichzelf en zijn collega’s. Dat is het verschil met het dagelijks leven, waar het al goed is als je je taak weer kunt doen. Voor militairen gelden bepaalde fysieke eisen die ze moeten kunnen halen om inzetbaar te zijn.”

Slijtage

Het aandeel militairen dat hier behandeld wordt voor verwondingen door gevechtshandelingen is relatief klein. De meesten komen binnen met andere klachten, zoals luchtmachtkolonel Reijer Holtmanns (53), die slijtage had aan beide heupen. Hij kreeg het afgelopen half jaar twee protheses en loopt nu naar eigen zeggen “weer vrolijk rond, zonder krukken en zonder pijn”.

“De meerwaarde van het CMH is dat ook de orthopeed het militaire bedrijf kent en weet wat dat van mensen vraagt”, aldus Holtmanns, die zegt ‘ongelooflijk tevreden’ te zijn over hoe het herstel gaat en de begeleiding. “Ik zit nu nog in een revalidatietraject maar in theorie kan ik straks alles weer en ben ik als militair gewoon inzetbaar.”

De hal van het gerenoveerde hospitaal. Beeld Werry Crone

Eerste luitenant Eline Tap (33) stapte als operatie-assistent vorig jaar over van een civiel ziekenhuis naar de militaire zorg en kreeg eerst een verkorte militaire opleiding, net als het andere medische burgerpersoneel dat bij het CMH gaat werken.

“Het is uitdagend en heel afwisselend omdat wij ook deelnemen aan buitenlandse missies en oefeningen”, vertelt Tap. “Daardoor is er een beter begrip voor de militair die bij ons op tafel ligt, en kun je dus een betere inschatting maken van wat hij nodig heeft. Ook voor de patiënt is dat prettig. Een ander verschil is dat militairen vaak fit zijn, waardoor ze sneller weer aan het werk kunnen.”

Het hospitaal heeft een eigen apotheek. Kolonel Mees Vervelde (54)is als ziekenhuisapotheker niet alleen verantwoordelijk voor de inkoop van de juiste medicijnen, zuurstof en bloedproducten, maar ook voor de kwaliteit en het transport ervan. Vooral tijdens buitenlandse missies is dat van levensbelang, zegt Vervelde. “Bloedproducten bijvoorbeeld moeten op min 90 graden gekoeld worden vervoerd. Als er bij het transport van medische goederen iets fout gaat dan komt meteen de hele keten in gevaar. Dan kunnen verplegers niets meer doen.”

Traumatisch

Ooit hadden de vroegere militaire ziekenhuizen een paar honderd bedden, maar door de afschaffing van de dienstplicht en door bezuinigingen zijn daarvan nu nog vijftig over. Naast een regionaal tandheelkundig centrum zijn in het CMH ook de staf en polikliniek van de Militair Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) gevestigd, voor de behandeling van geestelijke problemen zoals PTSS-klachten. De militaire bloedbank komt later dit jaar. Verder wordt er veel samengewerkt met het naastgelegen Universitair Medisch Centrum Utrecht, waar een intensive-care-unit is en gebruik kan worden gemaakt van de MRI- en CT-scanners.

“Door de samenwerking met het UMC Utrecht kunnen we hier ook academische topzorg leveren”, zegt CMH-commandant Bos. “Soms krijgen we meerdere militairen die betrokken waren bij hetzelfde incident. Omdat zij iets traumatisch hebben meegemaakt is het belangrijk dat we hen gezamenlijk opvangen in een militaire setting. En dat is toch echt iets anders dan opvang met een bejaarde oma van 85 in een bed verder. Het herstel is niet alleen fysiek, het is ook verwerking, indien mogelijk gezamenlijk. Daarmee voorkom je juist dat de situatie een groter probleem wordt dan die wellicht al was.”

Lees ook:

In het ‘ondermaatse’ ziekenhuis van Kidal kwam de Nederlandse kritiek hard aan

Bij de vooruitgeschoven post in Kidal kwamen in juli 2016 twee Nederlandse militairen om het leven.  Een derde gewonde militair overleefde zijn verwondingen, mede dankzij een operatie in het Togolese ziekenhuis in Kidal. Er was kritiek maar minister Bijleveld is er nu om haar waardering voor de Togolezen uit te spreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden