In het clubhuis van de jazz

Vraag het jazzmusici en improvisatoren in New York en Sidney, in Londen en Berlijn. Allemaal kennen ze het BIM-huis in Amsterdam, van de Beroepsvereniging van Improviserende Musici. Of ze hebben er ooit gespeeld, of ze zouden er dolgraag willen spelen. De tempel voor de nieuwste jazz wordt morgen 25 jaar. Een mooie gelegenheid voor een boek, en natuurlijk een festival.

Rein de Graaff (56; piano): ,,Het optreden op die openingsavond in 1974 kan ik me eerlijk gezegd niet meer herinneren. Ik heb er ook zo vaak gespeeld. Ik was in ieder geval niet ziek. Dat ben ik in mijn leven maar drie keer geweest en die keren herinner ik me nog heel goed.

In het BIM-huis is het altijd fantastisch spelen. Het geluid is er uitstekend, er heerst een plezierige sfeer en er is een fijn publiek. Bovendien staat er een prima vleugel. Mijn voorkeur gaat niettemin uit naar het oude pand van vóór de verbouwing in 1984. De sfeer was rommeliger, maar toch ook prettiger. Amerikaanse musici beamen dat vaak. 'That old funky place was toch eigenlijk leuker', zeggen ze dan.

Of het mijn favoriete podium is? Ik denk van wel. Eén van de mooiste optredens die ik er heb gegeven was in, als ik me niet vergis, 1976, met Dexter Gordon en Art Taylor. En natuurlijk de avond in 1980, toen ik de Boy Edgarprijs kreeg. Dat was een schitterende avond. Het was verschrikkelijk druk. In één woord: geweldig!''

Martin van Duynhoven (57; drums): ,,Men zegt wel eens dat het BIM-huis mijn tweede huiskamer is. Dat is enigszins overdreven. Ik woon er vlak om de hoek, zodat ik er makkelijk naartoe kan. Maar ik ga er vooral heen vanwege artistieke redenen, omdat ik iemand wil horen spelen. Het BIM-huis heeft van meet af aan een voortrekkersrol gehad voor de geïmproviseerde muziek. Het is nog altijd één van de belangrijkste jazzpodia van Europa en heeft een naam hoog te houden wat betreft het presenteren van nieuwe en avontuurlijke muziek.

Van mij hoeft de geplande verhuizing helemaal niet. De nieuwe lokatie aan de Oostelijke Handelskade, waar het BIM-huis over een paar jaar een behuizing krijgt met De IJsbreker, is niet veel verder van mijn huis dan het pand aan de Oude Schans. Maar het formaat van het huidige BIM-huis, met ruimte voor zo'n vijfhonderd bezoekers, is precies goed. Net als de sfeer. En of je die terugkrijgt in de nieuwe behuizing?

Negatieve ervaringen heb ik er eigenlijk nooit gehad. Sean Bergin is eens stomdronken over me heen gevallen. Dat is het ergste. Nee, het fijne van het BIM-huis is te zien hoe de muziek overkomt bij het publiek. Omdat ik er zo vaak ben, merk ik dat er regelmatig nieuwe, veelal jonge, mensen komen. En dat ze de muziek die ze er horen, ondanks wat vooroordelen, toch interessant vinden.''

Vera Vingerhoeds (46; tenorsaxofoon, maakt jazzprogramma's voor VPRO-radio): ,,Het meest positieve van het BIM-huis is dat het een clubhuis is. Het is heerlijk om als jazzmusicus een eigen plek te hebben, waar je kunt spelen, collega's kunt ontmoeten en wat kunt drinken.

Vóór de verbouwing was het BIM-huis een naargeestige kelder. Een vies hok. Maar de sfeer van de concerten was toen hartstikke leuk. Een stuk informeler dan tegenwoordig. In het begin werd er wel voor een minder breed publiek geprogrammeerd. Na de verbouwing is de programmering breder geworden en dat hangt weer samen met het feit dat muziekstijlen meer van elkaar zijn gaan stelen - en dat bedoel ik louter positief. Met al die crossovers krijg je ook andere bandjes en mensen in huis.

Die grenzen vervagen nog steeds. Ik zie geen folder van een nieuw bandje, die niet meldt: 'Deze groep put uit een veelheid aan stijlen'. Die eclectische houding is nu algemeen geaccepteerd. Toen ik dat halverwege de jaren tachtig zelf probeerde, werd ik erom verketterd. Ook in het BIM-huis. In die tijd werd het in het clubhuis niet op prijs gesteld dat je andere stijlen door je geïmproviseerde muziek mengde. Het BIM-huis is sindsdien professioneler geworden. Het enige dat nog steeds onprofessioneel is, omdat er geen geld voor is, zijn de ruimtes beneden. Dat zijn akelige, gênant vieze hokken die ze kleedkamers noemen.''

Michiel Braam (35; piano): ,,Ik speelde er vijf jaar geleden met Bik Bent Braam op een festival om de twintigste verjaardag van het BIM-huis te vieren. Tijdens het optreden van Loos, vlak voor ons, had een dronken bezoeker met veel kabaal een rel geschopt. Tijdens ons concert stond ik als dirigent met mijn rug naar het publiek, waar die vent bij mijn weten nog steeds tussen zat. Dat voelde heel raar en bedreigend. Dat optreden is toen ook een concert van niks geworden.

Het was een vervelende uitzondering. Want doorgaans merk ik dat musici - die in mijn groepen, maar ook die in andere bandjes - er in het BIM-huis juist altijd een schepje bovenop doen. Misschien dat ze dat doen omdat er bekenden in de zaal zitten en dat ze het idee hebben dat ze zich waar moeten maken. Hoe dan ook, in het BIM-huis zijn musici altijd extra gemotiveerd. Van tournees is het concert daar ook meestal het beste. Dat verklaart ook de grote hoeveelheid live-cd's die er worden opgenomen.''

Angelo Verploegen (37; trompet): ,,Een aantal jaren geleden heb ik er als lid van de jonge jazzgeneratie met een conservatoriumopleiding veel problemen gehad. We voelden ons niet serieus genomen en hebben de nodige trammelant gemaakt om geaccepteerd te worden. Dat is gelukt en sindsdien kunnen we er terecht met onze hardbop en neobop.

Zelf beperk ik me daar allang niet meer toe. Als speler en luisteraar. Het BIM-huis is een goed podium voor het hele spectrum van de jazz. Als luisteraar zit je dicht op de musici en bereik je een intimiteit die heel bijzonder is. Ik bezoek er graag concerten.

Het is niet altijd even makkelijk geweest om er zelf te spelen. Het is een leeuwenkuil. Niet vanwege het kritische publiek of de altijd aanwezige collega's, maar omdat het podium laag gelegen is, terwijl het publiek van bovenaf op je vingers kijkt. Daar heb ik me overheen moeten zetten, maar tegenwoordig speel ik er op m'n gemak.''

Paul Stocker (47; saxofoons): ,,Ik woon nu alweer ruim twintig jaar in Nederland en kom geregeld in het BIM-huis. De laatste tijd overigens minder graag. Als je vroeger met een leuk idee kwam, gaven ze je vaak de kans dat idee op korte termijn te realiseren. Dat is veranderd. De aanpak is een stuk stijver. Er kan niet meer zoveel. In het oude BIM-huis, dat van voor de verbouwing, was de sfeer informeler. En er gebeurde meer.

Zelf heb ik eigenlijk nooit zo'n relatie met het BIM-huis gehad. Ik heb me altijd een buitenstaander gevoeld. Ik hoor niet bij de favoriete kern van het BIM-huis. Ik word niet gevraagd voor de Oktober Meetings of voor andere grote evenementen. Ik heb de afgelopen twintig jaar met allerlei orkestjes in het hele land gespeeld en leidt het Maiden Voyage Jazz Orchestra, dat ik van Jeff Reynolds heb geërfd, ook al bijna net zo lang. Maar waardering krijg ik nauwelijks. Ik blijf komen met nieuwe projecten, maar kom er moeilijk mee aan de bak. Het concert met Maharova Flamenco, waarmee ik vorige week nog in een uitverkocht BIM-huis speelde, was een uitzondering. Doorgaans doen ze er alsof ik niet besta. Samengevat: mijn relatie met het BIM-huis is slecht noch goed. Hij bestaat gewoon niet.''

Pablo Nahar (47; contrabas, basgitaar): ,,Ik heb een dubbele relatie met het BIM-huis. Haat/liefde is misschien een beetje te zwaar uitgedrukt. Het BIM-huis is een goede plek geweest om als improviserend musicus mijn plaats te vinden. Wat dat betreft was het voor mij een waanzinnig goede plek. Maar de programmering vind ik niet meer zo prettig. Vroeger was dat anders. Ik merk dat ik een beetje het contact met de programmering heb verloren. Ik zie te vaak dezelfde namen terugkomen. De veelzijdigheid ontbreekt. De programmering is, zo lijkt het, op een eilandje terechtgekomen.

Wat daaraan zou moeten veranderen? Wel, de visie op wat geïmproviseerde muziek is. Die zou wat anders uitgemeten moeten worden. Niet breder, want dan krijg je het circus van een North Sea Jazz Festival. Echte jazz wordt in het BIM-huis nog maar weinig gespeeld. Vooral bij Nederlandse groepen ligt de nadruk teveel op het improviseren. Ik mis de romance tussen improvisatie en thematische muziek. In die romance geloof ik heilig. In mijn eigen muziek streef ik die ook na.''

Harry Verbeke (76; tenorsaxofoon): ,,Voor de oprichting van het BIM-huis speelde ik veel met de Diamond Five in de Sheherazade. Toen ze het BIM-huis begonnen, heb ik er in het begin veel gespeeld met mijn eigen kwartet. Later zijn ze me een beetje uit het oog verloren. Toen begonnen ze met die avantgarde. Dat is iets dat ik absoluut niet kan appreciëren. Dat is geen jazz. Jazz moet swingen. En er moet iets opgebouwd worden. Daarom heb ik ook zo'n hekel aan die tenorbattles. Jazzmuziek is geen oorlog, maar juist samenwerking om muziek te maken uit je hart. En niet proberen elkaar eruit te spelen, zoals ze dat hier in Holland altijd doen.

Het is fijn dat ze me nu weer gevraagd hebben voor de viering van de vijfentwintigste verjaardag van het BIM-huis. Ik speel er met John Engels op drums, Rob van Bavel aan de piano en Harry Emmery op contrabas. We spelen bestaande nummers en een enkele standard. Echte jazzmuziek, lekker swingende muziek.''

Marijn Philippona (34; geluidstechnicus): ,,Beginjaren negentig ben ik als geluidstechnicus bij het BIM-huis komen werken. De laatste paar jaar leid ik de afdeling. Onze taak behelst meer dan de techniek alleen. Wij halen ook wel eens musici van het vliegveld en brengen ze naar hun hotel. We maken soms hele lange dagen. Geregeld twaalf uur of meer. Maar het blijft leuk. De muziek maakt veel goed. Soms ook de musici, of de samenwerking met collega's.

Al die jaren heb ik erg veel concerten gehoord. Een concert van de free-blazer David S. Ware was voor mij een hoogtepunt. Ik herinner me dat hij 'Tenderly' speelde. In het begin herkende ik het niet, maar toen ineens was de melodie er. Zo ontzettend mooi! De meest vervelende ervaring was er één met het Vienna Art Ensemble. Dat kwam met een vrachtwagen vol slordig opgestapelde flightcases zonder handvaten en bouwde hier een alternatieve geluidsinstallatie op. Omdat er weinig roadies waren, moesten wij inspringen. Achteraf gezien, hadden we moeten weigeren. Het was namelijk heel gevaarlijk. Dat zijn van die dingen: Much to do about nothing. Ontzettende toestanden en als je dan het bloedeloze resultaat hoort... Al is dat natuurlijk ook een kwestie van smaak.

Of ik musici aardig vind, maakt op zich niets uit. Er zijn onaardige mensen die je toch pruimt omdat ze met hun muziek iets te vertellen hebben. Ik heb mezelf trouwens afgeleerd 's middags tijdens de soundcheck een mening te vormen over de muziek. Die komt 's avonds wel, tijdens het optreden met publiek erbij. Meestal komen de musici dan pas los. Een enkele keer gebeurt dat andersom. Dan hoor je 's middags een bandje fantastisch spelen, terwijl het 's avonds maar niet wil lukken. Ook dat hoort erbij.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden