In het Benaki

De dag voor ik Athene zou verlaten om noordwaarts te reizen in de richting van Thessaloniki, bracht ik een bezoek aan het Benakimuseum. Het ligt aan de grote Koningin Sophia-boulevard, niet ver van het parlementsgebouw. Antonis Benaki (1873-1954) was een vermogend katoenhandelaar en estheet, die een grootse verzameling aanlegde van kunst en archeologie uit Griekenland en omstreken, maar ook van voorwerpen van historische waarde.

Hij schuwde daarbij geen enkel tijdvak zodat een unieke collectie ontstond van Griekenlands oudste tot Griekenlands jongste geschiedenis. En richtte er een museum mee in, in zijn schitterende neoklassieke villa aan de boulevard en doneerde het in 1931 aan de staat.

Toen Benaki stierf telde de inventaris 26.666 voorwerpen, 10.410 boeken en manuscripten en 146 historische archiefverzamelingen. Daar is intussen een en ander bijgekomen.

Nog steeds wordt het Benaki geleid door een stichting waarin een nazaat van de oprichter een bestuursfunctie heeft, maar voor zijn exploitatie is het aangewezen op donaties en staatssteun.

Die laatste is natuurlijk enorm ingekrompen, zodat het museum zich gedwongen zag te bezuinigen op zijn staf en een extra dag in de week te sluiten. Je kan er nu op maandagen en dinsdagen niet terecht. Op zulke dagen staan al die schatten alleen te wezen in de prachtige zalen, maar ook op de woensdag, toen ik er binnen liep, was het niet erg druk.

Economides had gewezen op het gat in de Europese perceptie van het moderne Griekenland, dat van de klassieke oudheid ineens in de twintigste eeuw leek te zijn gevallen; je hebt Perikles en Plato en daarna Zorba. Wie het gat wil dichten moet het Benaki bezoeken.

Een gang door de vertrekken volgt stap voor stap de geschiedenis van het hellenisme, van amuletten uit 4500 voor Christus, via puntgave sieraden uit de Myceense periode, amforen uit Attica en Aphroditebeelden uit Klein-Azië, tot in de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijd, waarin de Grieken zich losmaakten van vierhonderd jaar Turkse overheersing. Maar vooral wat daar tussen ligt, is spectaculair. Byzantium, grofweg de periode tussen 300 en 1400, toen de Ottomanen binnenvielen. Dit deel van het museum is donkerder gehouden, donker zoals in die intieme Grieks-orthoxe kerkjes, maar met een warme belichting van soms adembenemende iconen, sieraden, incunabelen en liturgische voorwerpen.

En daartussen trof ik - in één vitrine - die twee schilderijen van de Kretenzer El Greco aan, die eigenlijk Domenikos Theotokopoulos heette en die later via Italië naar Spanje vertrok. Tussen de twee schilderijen zat nog geen vijf jaar, hij schilderde ze tussen 1560 en 1565. Het eerste was een geformaliseerd - en beschadigd - Byzantijns icoon. Het tweede een Aanbidding van het Kind - in renaissancestijl. Hier grepen twee grote stromen tussen oost en west even op wonderbaarlijke wijze in elkaar, binnen één kunstenaar, en één vitrine, om daarna weer eeuwen uit elkaar te drijven.

Zoveel schatten bewaart het Benaki. Economides zei: 'Het is de Griekse ark van Noach.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden