'In het begin vond ik die harde teksten héél lastig'

ADIEU DEN HAAG | interview | Ze zaten tijdens dit tweede kabinet-Rutte in het centrum van de macht. Toch vertrokken ze voortijdig van het Binnenhof. Hoe kijken politici terug? Aflevering 5: Magda Berndsen, D66.

Eerst rolde alle opgebouwde vermoeidheid als een lawine over haar heen, daarna volgden de complimenten. "Wat zie je er goed uit!", hoorde Magda Berndsen (66) steeds vaker van vrienden en kennissen nadat ze in november was gestopt als D66-Kamerlid. "Ik ben ook gewoon minder moe", lichtte ze dan toe. Nu, negen maanden na haar vertrek uit de Tweede Kamer, zwaait ze stralend en opgewekt de voordeur open in het Friese Birdaard.

Hier aan een dode arm van de Dokkumer Ee voelt de Haagse politiek heel ver weg, maar in huize Berndsen zijn de bewijzen van een politiek leven snel gevonden. In de hal heeft het afscheidscadeau van haar medewerkers een plek gekregen: een schilderij waarop Berndsen triomfantelijk een wolk wietlucht in het gezicht van Ivo Opstelten blaast. Een plaagstoot richting de minister die zich onvermurwbaar toonde in het drugsdossier. In de woonkamer ligt het dikke onderzoeksrapport over de Teevendeal op de boekenstapel.

Helemaal losgeweekt van Den Haag is ze niet, zegt Berndsen. Ze kijkt nog weleens naar het vragenuurtje en toen de Kamer dit voorjaar het initiatiefwetsvoorstel besprak dat ze samen met VVD en PvdA indiende, over het beperken van het huwen in gemeenschap van goederen, volgde ze het debat via het politieke tv-kanaal. "Dan zit ik wel te sms'en met onze medewerkers: 'Vergeet dit niet, vergeet dat niet'." Als de Eerste Kamer straks over het voorstel stemt, wil ze er absoluut bij zijn - nu was het debat te laat en Den Haag te ver.

Hospita

Die afstand tussen haar Friese huis en het Haagse Binnenhof maakt dat Berndsen een plek in de Tweede Kamer aanvankelijk afhoudt, ook als partijleider Alexander Pechtold in 2010 persoonlijk aandringt. "Ik zei: 'Ik ben toch niet gek?' Ik had een prachtige baan als korpschef. We waren hier net komen wonen. Dan zou ik wéér moeten reizen." Toch stemt ze in met één kabinetsperiode: uit loyaliteit naar de partij en 'om het cirkeltje rond te maken'. Ze begon in 1985 als gemeenteraadslid in Boskoop en vindt de Tweede Kamer een passende sluitpost. Voor ze het weet, zit ze doordeweeks bij een hospita in Den Haag.

Als korpschef die de politiek in gaat, weet Berndsen de kijker op zich gericht, zeker als ze prominent op nummer drie op de kieslijst belandt. Ze wordt getipt als toekomstige minister en krijgt met 36.151 voorkeurstemmen het imago van stemmenkanon. Twee jaar later behaalt ze op plek negen nog slechts 2472 stemmen. "Alles is zo relatief wat dat betreft", zegt Berndsen aan tafel in de achtertuin. "In 2010 was ik de eerste vrouw op de lijst. Twee jaar later was dat Stientje (Van Veldhoven, red.) en kreeg zij heel veel stemmen."

Hoewel Berndsen in haar carrière op allerlei manieren met politiek Den Haag te maken heeft gehad, maakt dat de landing aan het Binnenhof niet zachter. "Je kunt aan de buitenkant niet zien hoe het in de praktijk werkt. Ik was gewend om veel te vergaderen en gesprekken te voeren - dat waren mijn banen als burgemeester en korpschef - maar ik moest ontzettend wennen aan dat úren achter elkaar vergaderen. Soms over hele kleine dingetjes en vaak een herhaling van zetten. Dan dacht ik: 'En wat wordt het land hier nou beter van?'"

Ook het oppositievoeren is voor haar een compleet nieuwe tak van sport. "Dat debatteren en interrumperen heb ik moeten leren. In het begin vond ik dat héél lastig. Wat? Nou, die harde teksten hè. Ik ben veel meer van de verbinding. Mijn spreekteksten overlegde ik vooraf met mijn medewerkers. Als ik vond dat woorden niet bij me pasten, gebruikte ik ze niet. Ik moest me er wel senang bij voelen. Ik was natuurlijk ook op een leeftijd dat ik heel erg bij mezelf kon blijven."

Als politicus die de rechtsstaat wil bewaken, verveelt ze zich geen moment: het kabinet zet het mes in het budget van politie, justitie en rechtspraak en brengt de organisaties samen onder het gloednieuwe dak van het ministerie van veiligheid en justitie. "Wáánzin, dacht ik toen het kabinet dat in 2010 meedeelde. Zo help je de scheiding der machten om zeep. Zo'n slecht besluit. Dat is ook wel gebleken. Het ministerie is een monstrum geworden. Onbestuurbaar."

Meer plezier beleeft ze aan de totstandkoming van de nationale politie, die ze van harte toejuicht. Opstelten heeft de vorming daarvan tot het summum van zijn ministerschap verheven en wil zoveel mogelijk steun voor zijn plannen. "We kregen als oppositie de ruimte om ons stempel erop te drukken. Dat is gelukt. Ik heb gezorgd voor meer controle op het politieapparaat. Burgers kunnen met klachten bij onafhankelijke commissies terecht."

Dat sleutelen aan wetgeving vindt ze dankbaar werk - ze weet wat agenten er in de praktijk aan hebben - maar het valt haar tegen dat het zo moeilijk is de belangen van de politie goed voor het voetlicht te krijgen. "Neem de taser (een stroomstootwapen, red.). Ik vond het echt niet kunnen om alle agenten daarmee uit te rusten. Het betekent dat zij daar enorm veel mee moeten oefenen. En wat als iemand door gebruik van dat wapen met hartfalen dood neervalt? Dat betekent emotioneel ontzettend veel voor agenten."

Ze maakt van het welzijn van agenten een van haar prioriteiten in Den Haag - in Friesland zag ze met eigen ogen hoe het mis kon gaan met collega's - en ijvert voor erkenning van beroepsgerelateerde ziekten zoals posttraumatische stressstoornis. Met succes: voor agenten is er inmiddels een wettelijk vangnet. Blijkt dat hun ziekte door het politiewerk is ontstaan, dan hebben zij recht op goede zorg en nazorg. Ze hoopt dat regels voor brandweerlieden en ambulancepersoneel snel volgen.

Leedvermaak

Na de voortijdige val van het eerste kabinet-Rutte gaat Berndsen in 2012 door voor een tweede periode - 'ik dacht: ik zit hier net' - en ziet ze gebeuren hoe Opstelten zichzelf en het kabinet rondom de Teevendeal steeds verder in de problemen brengt door de Kamer verkeerde rekensommen voor te houden en bonnetjes onvindbaar te verklaren. "Ik kan me nog heel goed herinneren dat Opstelten in dat eerste debat de Kamer om vertrouwen vroeg. Maar ik was geen Kamerlid geworden om de minister op zijn blauwe ogen te geloven. Ik wilde hem kunnen controleren en dat lukte niet."

Zo'n stuntelende minister lijkt ideaal kanonnenvoer voor de oppositie, maar Berndsen zegt dat de situatie haar vooral moedeloos stemde. "Als een minister steeds maar geen antwoord geeft en er daardoor geen goede beslissingen worden genomen, vind ik dat vooral frustrerend. Je zit er toch om het voor het land fijner te maken? Daarbij: leedvermaak is heel slecht voor een politicus. Dat kan nooit een drijfveer zijn."

Zelf ervaart Berndsen meermaals hoe het is om onder het vergrootglas van de media te liggen. In 2011 doet het verhaal de ronde dat ze als korpschef onterecht toelagen zou hebben ontvangen - ze betaalt 20.000 euro vrijwillig terug. Drie jaar later ziet ze als voorzitter van de sollicitatiecommissie hoe de benoeming van Guido van Woerkom tot nationale ombudsman uitloopt op een fiasco; de commissie heeft een oude discriminerende uitspraak over Marokkaanse taxichauffeurs over het hoofd gezien. Wat ze ervan heeft geleerd? "Voorzichtig zijn. Eerst tot tien tellen, bedenken wat je gaat zeggen en dan pas je mond open doen."

Oude liefde

Hoe hoog de golven voor de coalitie ook gaan - Teevendeal, bed-bad-brood-crisis, vluchtelingencrisis - het kabinet houdt stand en lijkt de rit uit te gaan zitten. Op dat scenario is Berndsen niet bedacht. Ze wil bij de volgende verkiezingen stoppen, maar als die pas in 2017 lijken te komen - ze zal dan bijna 67 zijn - vertrekt ze in november vroegtijdig. "Ik vond het Kamerwerk steeds meer een belasting worden. Vier dagen per week in Den Haag, afspraken, op werkbezoek, spreekbeurten in het land. Het is niet een baan die je voor zestig procent kunt doen. Alleen voor 140 procent."

Ze voelt zich niet bezwaard dat ze haar tweede periode niet heeft vol gemaakt. "Mijn eigen gezondheid telt ook. En mijn eigen welbevinden. Op Twitter zei iemand dat ik nu vast lekker van mijn wachtgeld zou gaan genieten. Daar ga ik normaal niet op in, maar toen heb ik geantwoord dat wachtgeld en pensioen niet met elkaar overeenkomen. Ik ben gestopt toen ik 65 jaar en zes maanden was: echt de pensioengerechtigde leeftijd. Ik heb vijf en een half jaar in de Kamer gezeten. Dat is meer dan één periode. Ik was ook niet met een eigen zetel in de Kamer gekomen. Dan had ik het van een andere orde gevonden."

Reacties zoals die over haar vermeende wachtgeld zijn voor haar tekenend voor hoe er gedacht wordt over politici. "Alsof wij allemaal zakkenvullers zijn. Nou, ga maar eens een week meelopen in Den Haag. Als je ziet hoe hard er gewerkt moet worden, zeker in kleinere fracties, denk je er wel anders over. Het is ook onbekendheid. Als mensen zien dat de Kamer bij een debat bijna leeg is, moet je uitleggen dat er nóg zes zaaltjes zijn waar wordt vergaderd. Daarom ontvangen Kamerleden ook zoveel schoolklassen. Dan hoop je voor het voetlicht te brengen wat je hier doet."

Een meer diverse Kamer kan ook helpen bij het slaan van bruggen, denkt ze. "We moeten geen eenheidsworst krijgen in Den Haag. Het moet een afspiegeling zijn van de maatschappij. Dat is de Kamer nu niet. Kijk, ik ben op m'n zeventiende gaan werken en heb werkende weg een loopbaan ontwikkeld. Dat zie je bijna niet meer. We moeten oppassen dat we niet alleen maar universitair geschoolden krijgen in Den Haag, of alleen maar ambtenaren."

Het doet Berndsen goed haar bed en tijd in Birdaard terug te hebben. Al is enkel tuinieren, de haan en kippen verzorgen en kijken hoe de boten langs haar achtertuin varen niks voor haar. Op de dag dat ze afscheid nam van de Kamer, begon ook haar werk als toezichthouder bij het Friesland College. Die functie bekleedde ze al, en nog steeds, bij twee zorginstellingen. Daarnaast is ze sinds kort D66-regiovoorzitter in Friesland én weer een beetje terug bij haar oude liefde: de politie. Ze leidt de commissie die zich buigt over examenklachten op de Politieacademie. Ze straalt als ze erover praat. "Korpschef", zegt ze, "dat was toch mijn mooiste baan."

Magda Berndsen

Met de mulo op zak werkt Magda Berndsen (Leiden, 1950) als secretaresse tot er kinderen komen. Via werk als notulist bij het D66-bestuur en de gemeenteraad van Boskoop rolt ze op haar veertigste het openbaar bestuur in. Ze is burgemeester van Obdam en Beverwijk en stapt daarna tot veler verbazing over naar de politie, de organisatie die ze als burgemeester juist aanstuurt.

Als ze net vijf dagen korpschef van de regio Gooi en Vechtstreek is, wordt Pim Fortuyn op het Mediapark in Hilversum vermoord. Zes jaar later wordt ze korpschef in Friesland. Ze sluit haar carrière af als Tweede Kamerlid voor D66. Berndsen woont met haar man in Birdaard en heeft twee kinderen en een kleinkind.

Oud-Kamerlid Magda Berndsen: 'Korpschef, dat was toch mijn mooiste baan.' foto reyer boxem

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden