In Guatemala beheert het dorpje het bos

Dorpjes in Guatemala zetten eigen bedrijven op die heel voorzichtig het regenwoud exploiteren. Zo stoppen ze de ontbossing door de grote firma's.

Terwijl hij zijn gasten het meubelfabriekje in La Carmelita binnenleidt, begint Iván Arredondo te glimmen van trots. "Vroeger deed iedereen hier maar wat; het hout werd gekapt en doorverkocht, zonder dat er veel overzicht was", vertelt hij. "Nu doen we alles zelf, en het hele gebied wordt er beter van; onze eigen economie, die van de staat en vooral het ecosysteem van het regenwoud."

Arredondo, een zwaarlijvige veertiger, is de algemeen manager van het 'gemeenschapsbedrijf' in La Carmelita, een plaatsje met 345 inwoners, dat iets minder dan zeshonderd kilometer ten noorden van hoofdstad Guatemala-Stad aan alle kanten wordt omringd door een groene muur van dicht regenwoud.

Het gehucht werd in 1925 gesticht door Mexicaanse seizoensarbeiders. Decennialang was het plaatsje slechts bereikbaar per vliegtuig. Enkele tientallen families leefden er in vrijwel volledige isolatie en armoedig. Er waren geen scholen en geen ziekenhuizen.

Dat veranderde zo'n twintig jaar geleden, nadat de Guatemalteekse regering besloot het noordelijke kwart van de provincie El Petén uit te roepen tot het Maya Biosfeer Natuurreservaat. Het bos in het gebied werd verdeeld in veertien landconcessies. Voor het eerst werd besloten lokale gemeenschappen in de provincie, waaronder La Carmelita, gezamenlijk mee te laten dingen naar de felbegeerde concessies, opdat ze het regenwoud in hun leefomgeving zelf konden exploiteren.

Dat was bittere noodzaak, want het tropisch regenwoud in Guatemala lijdt onder catastrofale ontbossing. El Petén, populair onder toeristen om de spectaculaire Maya-ruïnes van Tikal, omvat bijna een derde van het totale grondoppervlak van het Midden-Amerikaanse land. Een halve eeuw geleden was het gebied nog vrijwel geheel bedekt met tropisch regenwoud, maar anno 2015 is bijna 80 procent daarvan verdwenen. "Grote bedrijven exploiteerden op grote schaal tropisch hardhout, zonder rekening te houden met de schade die ze aanrichtten aan het leefmilieu", vertelt Arredondo. "Onze gemeenschappen zijn volledig afhankelijk van het bos voor hun levensonderhoud. Onze toekomst werd ernstig bedreigd."

El Petén is met iets meer dan 350.000 inwoners een dunbevolkt gebied, waar de Guatemalteekse regering van oudsher relatief weinig controle over heeft. Grote bedrijven en boeren konden daarom tientallen jaren lang hun gang gaan, met rampzalige gevolgen voor het ecosysteem van de regio.

Met het veilen van landconcessies werd de ontbossing echter een einde toegeroepen. La Carmelita en acht andere dorpjes, verenigd in de Organisatie van Bosbouwgemeenschappen in Petén (Acofop), wisten concessies te bemachtigen en kregen daardoor de controle over het regenwoud in eigen handen. Uit satellietbeelden blijkt dat in het gebied waar lokale gemeenschappen concessies in handen kregen de afgelopen jaren nauwelijks bos is verdwenen, terwijl de rest van El Petén vrijwel volledig is kaalgeslagen. De dorpjes zetten de afgelopen jaren eigen bedrijven op, die zich richten op duurzame exploitatie van het regenwoud door percelen en zelfs individuele bomen te selecteren voor houtkap en kaalgeslagen stukken bos de kans te geven zich te herstellen. Ze exporteren nu bovendien gezamenlijk duurzaam tropisch hardhout naar het buitenland.

In La Carmelita zelf werden een meubelfabriekje en een organisatie die duurzaam toerisme in het regenwoud ontwikkelt opgezet. Het gemeenschapsbedrijf bestaat uit 186 'leden', die gezamenlijk de zeggenschap over de koers van het bedrijf hebben. Het bestuur, waaronder Arredondo, wordt door de leden democratisch gekozen. "In het verleden was er een wilde exploitatie van het hardhout, dat individueel aan bijvoorbeeld meubelmakers in binnen- en buitenland werd verkocht", vertelt Arredondo. "We hadden geen controle over de exploitatie van grondstoffen in onze eigen leefomgeving. Die hebben we nu wel."

undefined

Inheemse gemeenschappen

De gevolgen zijn navenant. Niet alleen is de ontbossing in het gebied vrijwel gestopt, ook is sinds La Carmelita en andere dorpjes concessies in handen hebben, de welvaart onder de lokale bevolking flink toegenomen. Het in beheer geven van het regenwoud aan inheemse gemeenschappen wordt in Latijns-Amerika reeds enkele decennia op bescheiden schaal toegepast; behalve in Guatemala werken ook regeringen in landen als Brazilië en Mexico met vergelijkbare concessies. In de meeste gevallen leidt het in beheer geven van regenwoud aan lokale gemeenschappen tot een sterke afname of zelfs het een halt toeroepen van ontbossing, terwijl de welvaart stijgt.

Uit een vandaag gepubliceerd rapport van de Amerikaanse ngo World Resources Institute (WRI), uitgebracht met het oog op de VN-klimaattop in Parijs van later deze maand, blijkt dat landen waar regeringen samenwerken met lokale gemeenschappen om het regenwoud te beschermen daar ook nog eens economisch veel meer profijt van hebben dan wanneer ze ongecontroleerde exploitatie door bijvoorbeeld grote bedrijven toestaan. De WRI onderzocht concessies in inheemse handen in zowel het noorden van Guatemala als het Amazonegebied in Brazilië. Het rapport concludeert dat, als lokale gemeenschappen in Guatemala het regenwoud zelf kunnen exploiteren, de kosten per hectare regenwoud op 205 dollar liggen, terwijl de opbrengsten 1920 dollar per hectare zijn dankzij duurzame exploitatie van hardhout en de CO2 die het niet gekapte bos vast kan houden. In Brazilië is de kosten- batenverhouding zelfs 19 dollar versus 1420 dollar per hectare. Guatemala zou daarmee in twintig jaar tot 800 miljoen dollar kunnen uitsparen, terwijl de veel grotere gebieden in het Braziliaanse Amazonegebied zelfs tot 194 miljard dollar waard zijn.

"Gemeenschappen als die in Guatemala en Brazilië identificeren zichzelf niet alleen economisch, maar ook sociaal met het land en met het bos. Het interessante is dat ze het niet zien als een bron van inkomsten, maar als een manier van leven", zegt de Mexicaanse econoom Juan Carlos Altamirano, een van de hoofdauteurs van het rapport. "De omgang met het regenwoud is veel duurzamer."

"Inheemse volkeren en lokale gemeenschappen hebben de eigendoms- of exploitatierechten van ongeveer een achtste van de wereldwijde bossen in handen", voegt hij toe. "Een belangrijk onderwerp van de top in Parijs wordt de manier van leven van inheemse groepen. Zoals we hebben gezien, kunnen ze de ontbossing stoppen."

Het succes van de gemeenschapsbedrijfjes in het noorden van Guatemala is ontegenzeggelijk, maar het is ook erg kwetsbaar. De contracten van alle concessies in El Petén verlopen over vijf of zes jaar, en eventuele verlenging ervan hangt af van wie er op dat moment aan de macht is.

"Daarom is het zaak dat we in binnen- en buitenland het succes van ons model kenbaar maken", zegt Arredondo.

Links: het meubelbedrijf in La Carmelita.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden