In Greenville ligt de droom aan diggelen

sociale mobiliteit | reportage | De Mississippi, die van noord naar zuid door de Verenigde Staten stroomt, was lang de motor van de Amerikaanse economie. Voorafgaande aan de presidentsverkiezingen volgt Erik van Zwam de rivier stroomafwaarts en ontdekt de harde werkelijkheid van het Amerikaanse economische succes. Vandaag Greenville in de Mississippi Delta.

Aan het eind van Main Street in Greenville ligt de Mississippi. Op het water drijft een enorm casino. Binnen zitten voornamelijk donkere oudere vrouwen hun pensioentje in gokmachines te gooien. Het stadje van 34.000 inwoners is het hart van de Mississippi Delta en was vijftig jaar geleden nog het economisch centrum. Greenville bloeide toen met de vele winkels, uithangborden, neonverlichting, prachtige sleeën van auto's met veel chroom en overal winkelende zwarte gezinnen in goeden doen. Foto's liegen niet, maar de plaatjes van toen zijn onvoorstelbaar bij de huidige aanblik van dezelfde Washington Avenue.

Het is nu een kale vierbaansweg dwars door Greenville met aan beide kanten ongebruikte parkeerplaatsen. De straat is vrijwel leeg. Soms rijdt er nog een auto. Winkels zijn bijna allemaal dicht. Voorheen mooie negentiende-eeuwse gebouwen zijn in verre staat van ontbinding. Alleen in het casino is het een drukte van belang.

Rondom de binnenstad liggen de wijken met houten huisjes en veranda's waar de voornamelijk zwarte bevolking van Greenville woont. Hun voorouders waren slaven, katoenplukkers, later dagloners, in de jaren zeventig fabrieksarbeiders met een stabiel salaris. Anno 2016 leven de meesten in armoede. De helft van de gele, rode, blauwe of groene huizen is dichtgetimmerd met borden als 'no trespassing', maar wie zou zo'n krot nog willen betreden. De andere helft is bewoond, maar aangevreten door houtrot en zwammen en met kapotte ramen en deuren. Tegen zonsondergang komen bewoners uit hun woninkjes om wat verkoeling te zoeken op de veranda na weer een bloedhete dag.

Verborgen werkloosheid

"Veel kids gaan het hier niet redden", zegt Derrick Simmons. Hij is senator van de staat Mississippi. Hij zetelt in het advocatenkantoor dat hij met zijn tweelingbroer, de burgemeester van Greenville, deelt aan Main Street schuin tegenover het stadhuis. Errick Simmons is sinds 1 januari dit jaar de eerste zwarte mannelijke burgemeester in de Mississippi Delta. Hij wil alleen maar praten over kansen om de armoede in Greenville te keren. Vol enthousiasme somt hij project na project op om zijn stad uit het slop te trekken. Zijn tweelingbroer de senator ziet het veel somberder in. Maar Derrick & Errick trekken wel samen op om het economisch leven in Greenville te verbeteren en bedrijven aan te trekken.

De cijfers zijn geen bondgenoten van Derrick & Errick. De werkloosheid in de VS ligt onder de 5 procent, maar in Greenville op bijna 11 procent. Bovendien registreren veel zwarte bewoners in de Delta zich niet meer als werkloos, want de kans op werk is nihil. De verborgen werkloosheid is dus aanzienlijk.

Raj Chetty, hoogleraar aan de Harvard Universiteit, heeft jarenlang onderzoek gedaan naar sociale mobiliteit in de Verenigde Staten en daarbuiten met de vraag: doen kinderen het beter dan hun ouders? Of: wat is de kans dat iemand uit een arm milieu opklimt tot een hogere klasse of zelfs de hoogste inkomensklasse? In feite gaat het onderzoek van Chetty over de Amerikaanse droom: van krantenjongen tot miljonair. Want dat is de aloude Amerikaanse belofte. Uit zijn cijfers blijkt dat die belofte is gebroken in de Mississippi Delta en vooral in Greenville. De kans dat jongeren uit de armoede ontsnappen en stijgen op de maatschappelijke ladder in Greenville is een magere 2,2 procent, ongeveer de slechtste kans in Amerika. In Greenville ligt de American dream aan diggelen.

Bluestoeristen

Errick Simmons heeft een strategie. Hij wil de vervallen binnenstad revitaliseren. Hij investeert negen miljoen dollar gemeenschapsgeld om een bierbrouwerij te beginnen met de plaatselijke bierwinkel. Errick ziet Greenville als het centrum van de blues en dat moet met veel festivals en bier toeristen aantrekken. Het probleem is dat elke stad tussen Memphis en Baton Rouge de blues claimt.

De burgemeester biedt bedrijven goedkope grond, volop personeel, lage belastingen en een goede infrastructuur met een rivierhaven en een luchthaven. Hij hoopt dat Boeing een onderhoudshal wil vestigen in zijn Greenville.

Het grote obstakel is dat inwoners van Greenville slecht onderwijs hebben genoten. Volgens zijn broer Derrick wordt er de komende jaren door de staat Mississippi nog verder op het onderwijs bezuinigd. "We financieren zelfs de basisscholen beroerd. Veel kinderen gaan niet eens naar de middelbare school." Hij wil maar zeggen: Greenville heeft geen goed geschoolde arbeiders in de aanbieding.

De oorzaak van de economische malaise leggen de broers bij Bill Clinton. Toen hij president was, sloot hij het vrijhandelsverdrag met Mexico en Canada, Nafta. "Het was de nekslag voor Greenville", zegt Derrick Simmons. Bedrijven trokken weg omdat ze in Mexico goedkoper konden produceren. In Greenville kostte een arbeider in de jaren negentig 5 dollar per uur in Mexico 5 dollar per week. De scheepswerven die duw- en trekboten bouwden vertrokken uit Greenville, net als veel staalfabrieken die pijpen voor de olie- en gasindustrie fabriceerden. Nieuwe handelsverdragen deden de situatie in Greenville verder verslechteren.

De komst van de grote winkel- en fastfoodketens richtte een volgende slachting aan onder de resterende middenstand in de binnenstad van Greenville. Walmart, Home Depot, Walgreens, McDonald's, Pizza Hut, Wendy's konden hun producten en eten goedkoper aanbieden dan de familiezaakjes. In Greenville staan de winkelketens langs Highway 1 buiten de stad. En zo ging de binnenstad dood.

Hopen op de jackpot

Goedkoop zijn de grote ketens, maar dan moeten de lonen laag zijn: in de Mississippi Delta 7,25 dollar bruto per uur. Zonder een auto kom je niet eens bij Highway 1, maar hoe betaal je die van een minimum uurloon?

De burgemeester doet wat hij kan. "De kansen voor inwoners van Greenville verbeteren pas als bedrijven zich hier willen vestigen."

Zijn tweelingbroer Derrick is niet optimistisch over de toekomst. "De armoede hier wordt steeds groter, dus dan zijn de kansen op sociale mobiliteit steeds kleiner, vandaar die magere 2,2 procent die het beter doet. Maar we hebben kansen nodig. Zonder kansen worden mensen radeloos. Er is hier al een verschrikkelijk gebrek aan hoop. Iedereen wordt in die negatieve cultuur meegesleurd. Het breidt zich steeds verder uit: van gezin, naar familie, naar buren, naar de buurt, naar heel Greenville." Zijn tweelingbroer Errick wil dat soort woorden absoluut niet horen. Hij denkt alleen aan mogelijkheden.

Maar allebei weten ze dat de Amerikaanse droom in Greenville niet meer bestaat. In de hoofden van de veelal zwarte bewoners leeft die droom misschien nog wel, maar dan in het casino op de Mississippi. Hier gooien ze hun uitkering of pensioentje in de eenarmige bandiet. Elke keer als ze de arm naar beneden trekken hopen ze op de jackpot.

Hongerige schoolkinderen

De kop op de voorpagina van de The Clarion Ledger, de krant van de Mississippi Delta, liegt er niet om: 'Honger stopt niet in de zomer.' Volgens het Mississippi Food Network heeft een op de vier schoolkinderen regelmatig honger. Dit gaat niet over Zambia of Sierra Leone, maar over het hart van de Verenigde Staten.

Joan Rowe is directrice van de Boys & Girls Club in Greenville. Elke schooldag vangt ze tientallen kids op van 6 tot 18 jaar waarvan ouders niet rond kunnen komen en beneden de armoedegrens leven. "Ze krijgen hier een maaltijd in de avond. Op school krijgen ze een gratis lunch. Zo komen veel kinderen in Greenville aan twee keer eten per dag."

Rowe doet dit werk al sinds 1995, maar het probleem van kinderen die weinig of geen eten krijgen, wordt steeds groter.

"Het grootste probleem doet zich voor in de zomervakantie wanneer de leerlingen niet naar school gaan. Ze krijgen dan slecht of veel te weinig te eten en snacken alleen maar chips omdat de ouders - meestal een alleenstaande moeder - werken en niet thuis zijn." In de zomer is er een eetprogramma waar moeders hun kinderen voor kunnen opgeven.

Sappelende ouders

Het gebouwtje van de Boys & Girls Club zit vol met meisjes en jongens gekleed in hetzelfde rode poloshirt van de club. Ze worden geholpen met hun huiswerk, rekenen en wiskunde bijvoorbeeld. Om zes uur is kokkin Demetrice Richmond klaar en kunnen ze een bord eten halen in de keuken. In een zaaltje vol tafels wordt gezamenlijk gegeten. Er wordt gelachen en veel gepraat.

Nee, de honger zie je niet op hun gezichten, maar zonder de hulp van Rowe en haar team is die er wel.

"Het probleem? Moeders die werken, drie kids hebben en geen man. De televisie is dan de oppas. Soms familie. Maar ja, met nog geen acht dollar per uur verdien je niet genoeg om je gezin te onderhouden", zegt Rowe.

De economische kansen van veel kinderen hier zijn slecht. "Het onderwijs moet beter. We werken eraan. Maar de hele keten moet op orde zijn, van ouders tot leraren." Daar zit 'm de kneep: ouders sappelen om rond te komen en hebben geen tijd meer voor de opvoeding.

De kids spelen, eten en kwebbelen ondertussen rustig door. Ze zijn nog te jong om mee te praten over hun kansen in de samenleving of hun geringe kans op een beter leven in Greenville Mississippi.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden