In Godsnaam de liefde dus

(\N)

Driftig wordt Karin Melis van de tien dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren, waarin Jezus zich van zijn onuitstaanbaarste, ongrijpbaarste kant laat zien. „Wat moet ik met een liefde die zich niet wil laten aanraken en vervolgens gaat hemelen?”

Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Deze hartekreet van Jezus aan het kruis is op zichzelf al ondoorgrondelijk, maar wanneer hij niet veel later zelf ten hemel vaart, worden die woorden in nog weer een ander licht gesteld.

Jezus, de levende verwijzing naar God, verlaat nu zelf de mensen. Een wolk nam Hem weg van hun ogen, staat er in de Statenvertaling. Voorafgaand aan zijn vertrek hebben de apostelen nog even met Jezus gesproken. Nee, zei de mensenzoon, het was niet aan hen te spreken of en wanneer de bevrijding van Jeruzalem zou komen. Hij zei dat de dienaren moesten gaan getuigen van zijn aanwezigheid. Binnenkort, zo bemoedigende hij hen, zouden zij hiertoe de kracht van de Heilige Geest krijgen.

De dag dat de Heilige Geest vaardig over ons wordt, is de dag van Pinksteren. Maar vooralsnog leven de vrienden van Jezus in verlatenheid. Als Jezus net uit het zicht is, verschijnen twee in het wit geklede mannen ten tonele. Zij zeggen de achterblijvers dat zij zich niet verslagen hoeven te voelen. Jezus zal ooit terugkomen zoals hij ten hemel gegaan is. Ondanks hun verdriet worden de apostelen aangespoord aan de slag te gaan.

Ik weet niet hoe ik me zou voelen onder die omstandigheden. Krachteloos waarschijnlijk. Er wordt je beloofd dat je vanuit de hemel kracht toegezonden krijgt, maar je weet niet hoe, laat staan wanneer. Ze noemen de Heilige Geest weleens de troostbrenger. Wat moet er precies getroost worden?

Nu, achteraf, weten we dat er tien dagen rusten tussen Hemelvaart en Pinksteren. Wat betekenen die tien dagen? Toen en nu? Wat is er in die tijd gebeurd in de hemel alsook op de aarde? Het kunnen in elk geval dagen van bezinning zijn. Van terugzien.

Eerst wordt Jezus gekruisigd, dan gaat hij ter helle om aldaar de doden te bezoeken, vervolgens herrijst hij. Zijn verschijning uit de dood gaat gepaard met verwarrende berichtgevingen. Tegen Maria uit Magdala zegt Jezus: raak me niet aan. Haar armen moeten als in een liefdevolle reflex naar hem zijn uitgegaan om hem te voelen. Maar Jezus kan niet op aarde blijven. Hij moet zich verenigen met de Vader die in de hemelen is. Hij is opgevaren ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader – belijden wij deemoedig in de kerk. Maar tegen de ongelovige Thomas zegt Jezus dat hij hem wel mag aanraken in de wonde van zijn zijde. Terwijl er ook nog eens staat geschreven: zalig zijn zij die niet zien en toch geloven.

Als schrijver zou ik er verhaaltechnisch niet mee wegkomen. Eerst is er iemand op aarde aanwezig, verricht verlossingswerkzaamheden, wordt gekruisigd, staat waarlijk op en vertrekt dan weer met de mededeling dat hij te zijner tijd wederkeert. En stuurt for the time being de Heilige Geest. De motieven zijn mij volkomen onduidelijk. Bovendien is er geen eenheid van tijd en plaats. Tijd en ruimte zijn in deze overgeleverde verhalen zeer relatief.

Eigenlijk is dat wel weer conform de liefdesgeschiedenis die deze verhalen ook zeggen te zijn. Uiteindelijk gaat het steeds maar weer over de liefde, vervat in het eerste en tweede gebod: heb Mij lief en heb elkander lief zoals jezelf. Ik weet: het is eigen aan de liefde dat zij tijd en ruimte ontstijgt en elke beeldvorming weerstreeft.

Toch word ik er driftig van. Wat moet ik met een liefde die zich niet wil laten aanraken en vervolgens gaat hemelen? Goed. Je mag geen mens claimen. Als ik tot vrijheid geroepen ben, dan uiteraard ook mijn geliefde naaste. En Jezus is mijn naaste. Hij die liefde is. Wil ik graag weten: wie is die geliefde die mij verlaat om onzichtbaar voor mijn oog en het heldere licht van mijn verstand ergens boven mij aan de rechterhand van zijn Vader te gaan zitten?

Wat heeft de Mensenzoon tegen zijn Vader gezegd toen hij eenmaal in de hemel aankwam? Volgens mij liet hij zich niet voorstaan op de door hem verrichte wonderen. Ik geloof nooit dat hij heeft gesproken over zijn broodvermenigvuldiging, zijn lopen over water of over hoe hij zijn vriend Lazarus uit de dood heeft laten opstaan. Nog afgezien van het feit dat de Allerhoogste wel weet wat wij zoal in het ondermaanse uitspoken; onze succesverhalen zijn als we sterven ijdel.

Als iemand je vraagt Wie ben je?, dan volstaat het opsommen van je curriculum vitae niet – al is dat wel precies wat ik doe. Zelf vind ik dat nogal eigenaardig, dat opdreunen van activiteiten, gepubliceerde artikelen en aanverwante zaken. Zegt dat echt iets over mij, zo’n uit de mouw geschudde levensloop? Ben ik soms op sollicitatie? Het idee alleen al benauwt me. Maar hoe leg ik anders uit wie ik ben?

Aan Jezus heb ik in deze geen houvast. Die vroeg aan zijn vrienden wie de mensen zeggen die hij is. Nu, anno 2009, zouden wij zeggen: hij verkeerde in een identiteitscrisis. Bovendien lijkt het wel of hij afhankelijk is van hoe anderen over hem denken. Dat gaat tegen onze huidige mores in.

De hedendaagse mens moet authentiek zijn. Hij moet lak hebben aan wat anderen van hem vinden. Eigenlijk gedraagt Jezus zich ook zo: overal waar hij verschijnt, ontstaat er goedschiks dan wel kwaadschiks rumoer, om niet te zeggen onrust. Hij trekt zich nergens wat van aan, zeker niet van conventies. En dan toch bij anderen informeren wie ze zeggen die hij is?

Je zou kunnen zeggen dat je alle kanten met hem uit kunt. Maar het betekent evengoed dat Jezus ongrijpbaar is. Hij laat zich niet terugbrengen tot menselijke maatstaven en normen. Inderdaad, dan blijf je met lege handen achter.

Het doet mij erg denken aan het gedrag van zijn Vader, blijkens onder meer diens onderonsje met Mozes. De schapenherder ontmoette de Allerhoogste in een brandende struik die maar niet wilde verbranden. Mozes kreeg aldaar de opdracht Zijn volk te vergaren en uitgeleide te doen uit Egypte. De schapenherder wilde wel graag weten wie hij aan de Israëlieten kon zeggen dat zijn opdrachtgever was. Zegt de Vader: „Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ’Ik zal er zijn heeft mij naar u toegestuurd’.”

Dit zijn de woorden van de Vader, ook wel bekend onder zijn onuitsprekelijke naam JHWH. Veelbetekenend genoeg is dat een vervoeging van het werkwoord zijn. Veel inhoud wordt er verder niet aan gegeven. Daarmee wordt de identiteit wel erg diffuus. Een concrete verwijzing is in letterlijke en figuurlijke zin godsonmogelijk.

Wat dat betreft heeft Jezus echt een aardje naar zijn vaartje. Onuitstaanbaar ongrijpbaar en misschien daarom wel zo gemakkelijk terecht te stellen. Volgens de overlevering is Jezus een teken, niet van het vleesgeworden woord, maar van de vleesgeworden liefde. En hij werd gekruisigd. Opnieuw geeft hij daar een krachtige, want dubbele boodschap af.

Mensen zijn niet bestand tegen de liefde. Zij ontwapent hen, maakt hen weerloos en krachteloos. En dus slaan wij er oplos. Het doet erg denken aan een voorval in de roman ’Kalme chaos’ van de Italiaanse schrijver Sandro Veronesi. Daarin beschrijft hij hoe een kleine jongen telkenmale zwicht voor een meisje dat uit is op zijn duikbril. Op een goede dag heeft het jongetje een nieuwe duikbril. Het meisje gaat er helemaal voor: ze zal en ze moet die bril. Hij ziet haar aankomen en roept: ’Pas op, ik ben lief’. Inderdaad, het meisje krijgt de duikbril. Wat het jongetje feitelijk zei, is: uit liefde zal ik voor je zwichten, houd dus rekening met me. Maar nee. Liefde is gevaarlijk.

Het is niet Zie de mens, die daar hangt aan het kruis, maar veeleer: Zie het onvermogen van de mensen liefde te ontvangen. Jezus sterft zodoende aan onze zonden. Maar wij weten niet wat wij (aan hem) gedaan hebben. Dat wordt ook duidelijk in de scène waarin Maria uit Magdala in het bijzijn van Jezus wordt aangeklaagd vanwege haar vermeende hoererij. Laat dat, zegt hij, want zij heeft veel liefgehad.

Het is een omkering van wat wij sterfelijke schepselen zondig achten. Het demonstreert feilloos ons onbegrip en ongeloof over de weg van de liefde die elke rationeel gemotiveerde bewijslast tart.

Was dat het? Toont Jezus aan het kruis hoe wij ons eigenmachtig aangestuurde leven moeten verliezen opdat wij het leven zullen winnen? Moeten wij zijn als de slang die zijn oude huid aflegt om het nieuwe te onthullen? Dat moet wel met verlatenheid gepaard gaan. Het nieuwe is altijd onbekend.

Maar dan die hemelvaart naar onze Vader. Ook hier weer bespeur ik dubbelzinnigheid. Jezus, de belichaming van de liefde, wist natuurlijk dat er niets zo krachtig is als de schittering die eigen is aan de afwezigheid van de geliefde. Onvermoeibaar blijven wij praten over onze minnaars om hun aanwezigheid weer in ons midden terug te roepen. Welbeschouwd is het getuigen van de liefde voor die heengegane geliefde een peuleschil voor ons. Tegelijk vertelt het vertrek naar de hemel dat liefde aan onze greep ontsnapt. De zichtbare contouren van ons vlees en bloed vallen niet met haar samen. Je krijgt haar niet in een formule. Zij is niet in een beeld te vatten, laat staan dat wij haar kunnen bezitten. Zij ligt wel besloten in de onuitsprekelijke Naam Ik zal er zijn.

In naam van die liefde zijn we geroepen er voluit te wezen. Net als in die chassidische vertelling wordt mij niet gevraagd of ik Hagar, Sara dan wel Maria uit Magdala was. Mij wordt gevraagd: was je Karin Melis? Die mens die niet samenvalt met een biografie van prestaties, maar er, ongrijpbaar voor elk oordeel of beeld, simpelweg is.

In Godsnaam de liefde dus. Opstijgend in een wolk van niet-weten. Wachtend op het onbekende antwoord van de geest die ons mag bewegen. Opdat we niet verlaten zijn.

Karin Melis is filosofe.

Detail van een gewelf in het Palazzo Ducale te Mantua, geschilderd tussen 1465 en 1474 door Andrea Mantegna. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden