In gewaxt paardenvilt en achterwaarts lopend betraden de geridderden de kathedraal.

Jan Kuitenbrouwer

Het was een drukte van belang rond de kathedraal van St Jan, op de grote Nationale Ridderdag, de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis dat praktisch alle bestaande Nederlandse Ridderorden tegelijk bijeenkwamen. Alleen de Limburgse Orde van de Kapotte Klok ontbrak helaas, zij het dat later toch nog enkele leden verschenen. ’Echt ridderweer’, sprak Rupert-Roel ridder van Rekken tot Zetten, grootcommandeur en oudst bestorven kapittellid van de Orde van Malta en andere Afkokers, tevreden, terwijl de prachtig gekostumeerde orden zich op het zonnige kerkplein verzamelden. ’Heeft de proost de ponjaard al ontbloot?’ vroeg jonkheer Aernout-Berend-Jan van Wieookweer, loco-burgemeester van Diemen en landscommandeur van de Orde van de heilige Kribbe te Jeruzalem en drager van het Gouden Guldenteken van verdienste. Ridder Rupert-Roel knikte. ’Vraag onze eregast pater Giancarlo Dalle Torre del Cambio di Biglietti maar vast om de heilige zalf uit de ijskast te halen.’

Met bedekt hoofd, in een cape van gewaxt paardenvilt en achterwaarts lopend betraden de aspirant geridderden de kathedraal, waar voor de grap, geheel volgens eeuwenoude traditie, enkele stoelen in het gangpad waren geplaatst. Laetitia Gravin de Marchal et D’Amecourt kwam ongelukkig neer en werd boos, maar hernam zich gelukkig snel. Zij is de eerste ridder die toetreedt zonder erfelijke gekte aan moederszijde, maar de kanselarij van het proostificaat van de orde droegen haar toch voor vanwege haar onvermoeibare inzet in het armenwerk van Monaco. ’Vroeger kreeg je zo’n zwaard mee naar huis als je geridderd werd’, legde Duckoo baron van Voorst tot Enzovoorst, proost van de Johanniter Orde, ons na afloop uit. ’Om een beetje te oefenen en zo. Maar dat werd te duur. Nu verloten we d’r ééntje.’ De baron verexcuseerde zich. ’Even die schapenleren onderbroek uitdoen.’ Zo’n onderbroek, plus een borstrok van dikke, gebreeuwde molton, hoort tot de ceremoniële dracht van Johanniters. ’Je sterft het af’, sprak Van Voorst, toen hij terug was. ’Maar goed, we mogen niet klagen, die jongens van de Duitsche Orde hebben die lieslaarzen gevuld met ketchup. Ja, vroeger was dat bloed, maar dat mag niet meer.’

De Ridders van het Verdwenen Kruis met hun kamgaren plooirokken en oranje-geruite puntmutsen, de Maltezers met hun grote schietschijven op hun rug (een verwijzing naar de tijd dat ze nog boogschutters waren en te velde trainden), de Johanniters met hun manchetknopen van oude kanonskogels (en dan dus nog dat ondergoed), de Ridders van de Kapotte Klok die op het nippertje nog verschenen, met hun schuin dichtgeknoopte overjassen en rood aangelopen gezichten, het was een schitterend tafereel, daar in de oude kathedraal van Den Bosch. ’Ek ben iel blie’, zei de eveneens ingehuldigde Elisabeth Lokin-Sassen de Haas-van Donster, tijdens het diner na afloop. ’Et es mee en enúrme eir am led te meugen zeen von dét gezalschop.’ Mevrouw Lokin-Sassen sprak zó deftig dat er vrijwel niets meer van te verstaan was, maar haar hoed, een schitterende creatie van Hector & Dolf, was gelukkig voorzien van boventiteling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden