In geen enkel ander land is de zorg zo goed

"Naar schatting zeven procent van de verpleeghuisbewoners in Nederland krijgt geen bezoek. Lichamelijk en geestelijk zouden ze dat best kunnen hebben, maar de familie vindt er niets aan, omdat moeder dement is. Dan zeg ik, jij hoeft er ook niets aan te hebben. Je gaat niet voor jezelf. Je gaat voor die ander."

Dien Cornelissen, pas afgetreden als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor verpleeghuiszorg (NVVz), komt zelf geregeld over de vloer van de tehuizen, gewoon op bezoek, bij haar oude hospita bijvoorbeeld. "Je hoort wel eens zeggen: ik word gedeprimeerd door een verpleeghuis. Dat kan. Maar als je ziet hoe blij de bewoners zijn, als je eens even iets voor ze doet . . . In ieder verpleeghuis kom ik met plezier" , klinkt het spontaan.

Dien Cornelissen steekt niet onder stoelen of banken dat ze heel trots is op "onze verpleeghuizen met alle tekorten, maar ook met zoveel menselijkheid en toewijding. In geen enkel ander land is zo'n goede zorg.

"Ik stop ook niet graag met mijn werk." Ze aarzelt, maar dan komt het er gedecideerd uit: "Ik vind het toch een verstandig besluit van mezelf om het wel te doen!" Er volgt een bevrijdende lach. Ze 'tekende' voor zes jaar, had ze gezegd, toen ze in deze wereld stapte, nadat ze haar Tweede-Kamerlidmaatschap (van 1971 tot 1986) had beeindigd. Het werden er bijna zeven.

Ze was 62, toen ze kwam, vond het een voorrecht dat ze zo lang in de Kamer had mogen blijven zitten, en ambieerde volstrekt geen andere full-time baan. Daarom zei ze eerst 'nee', toen ze gevraagd werd voor het voorzitterschap van de verpleeghuiskoepel. Maar toen haar voorgangster, Hannie van Leeuwen, haar op Schiphol opwachtte na de vakantie, en zei dat het met minder dan vier dagen ook kon, stemde ze toe. "Het werden altijd nog vijf tot zes dagen, maar ik moet eerlijk zeggen: in de zomermaanden heb je het niet druk."

In de afgelopen jaren heeft ze heel wat ten goede zien veranderen in de verpleeghuizen, ook al zijn er zaken, waar ze "veel zorgen" over houdt. "De ontwikkelingen in de verpleeghuiswereld zijn zo boeiend. Dat is niet mijn verdienste, maar het is wel geweldig dat je dat mee mag maken. De verpleeghuizen zijn autonome instellingen. We kunnen ze niet voorschrijven wat ze wel of niet moeten doen. Wij, als Nederlandse Vereniging voor verpleeghuiszorg met 330 leden, proberen voor een aantal belangen op te komen."

Zei ze bij haar komst, in '86: "Het verpleeghuis bruist van leven" , nu voegt ze eraan toe: "Het komt naar buiten ook. Het is opener naar de samenleving toe. Mensen van buiten mogen er op alle uren van de dag in, en veel bezoekers helpen er mee.

Toen ik kwam, zei iedereen dat het verpleeghuis een gezondheidsinstelling was. Maar als je er 24 uur per dag, zeven dagen in de week en soms twaalf maanden in het jaar moet blijven, is er een groot verschil met een ziekenhhuis, waar het gemiddeld verblijf nu 11 dagen is. Als je zo lang ergens bent, is er meer aandacht voor de woonomgeving, de ontwikkelingen in de samenleving, het kalenderjaar: Nieuwjaar, Carnaval, lente-, Paas- en Pinkster-, Kerstfeest. Je werkt ergens naartoe."

Privacy van de verpleeghuisbewoner is een belangrijk item geworden de laatste zes jaar. De Nederlandse Vereniging voor verpleeghuiszorg heeft bij haar afscheid de Dien Cornelissenprijs ingesteld, omdat ze regelmatig "de trom heeft geroerd voor privacy" . Met deze prijs moeten de verpleeghuizen worden gestimuleerd activiteiten te ontwikkelen, opdat de bewoners zoveel mogelijk een eigen leven kunnen leiden. "Ze willen allemaal die prijs halen" , weet ze nu al, uit de telefoontjes die ze krijgt.

De laatste drie jaar zijn er vier tot vijf verpleeghuizen bij gekomen met uitsluitend een- en tweepersoonskamers. In de restaurants zijn hoekjes gemaakt, waar bewoners met bezoek bij elkaar kunnen zitten. Of er zijn bezoekkamertjes ingericht. 's Zomers kunnen de mensen naar de tuin."

Ze geeft toe dat het nog niet voldoende is. Het is pas ideaal, als mensen die er langdurig moeten verblijven, zich kunnen terugtrekken in hun eigen kamer. Meer privacy betekent ook meer werk voor de verzorging. Toen er in Roermond een verdieping met een- en tweepersoonskamers kwam, zei de Belgische verzorgster: "Ach, madam als ge ziet hoe blij de mensen zijn, loop ik een treeke harder."

"Maar het is soms vechten tegen de bierkaai" , bekent mevrouw Cornelissen. "Het college van ziekenhuisvoorzieningen erkent dat er meer privacy moet komen, maar als er een voorstel voor nieuwbouw van een verpleeghuis komt, is de eerste vraag om het zo flexibel te doen, dat er drie- of vierpersoonskamers van gemaakt kunnen worden, omdat dat goedkoper is." Ze ziet het niet als onwil, maar om het grote tekort aan plaatsen zo goed mogelijk in te vullen.

Privacy heeft volgens haar ook te maken met de persoonlijke vriendelijke benadering van de patienten. Respect voor de ander. Ingaan op de behoeften. Helpen bij het aankleden. Niet binnen komen zonder kloppen.

Zes jaar geleden waren er veel te weinig handen aan het bed. Er was een achterstand van 20 procent. "Met de minister van WVC hebben we toen afgesproken, dat in vijf jaar in te halen, en dat er 40 miljoen per jaar voor de verpleeghuizen zouden worden uitgetrokken om personeel aan te trekken. Dat is drie jaar gelukt. Toen kwam de nieuwe CAO. Hogere lonen betekent minder personeel erbij. Op een gegeven moment zijn er grenzen aan de middelen van de overheid. Maar intussen is de zorgbehoefte van de bewoners ook weer verhoogd. We kunnen de hulp van familieleden en vrijwilligers - ieder verpleeghuis heeft 70 tot 100 vrijwilligers - niet missen als aanvulling. Dat zou ook een verarming van de samenleving zijn."

Goede verpleegkundigen en ziekenverzorgenden doen het werk dat niet door anderen gedaan kan worden. Er is nog altijd een personeelstekort. Dien Cornelissen: "Ik denk dat er in het Haagse circuit niet voldoende rekening is gehouden met de zorgzwaarte van de bewoners. Maar ik moet eerlijk toegeven dat de verpleeghuizen het minst zijn getroffen door de bezuinigingen."

De actie 'Maak werk van zorg' en de hogere lonen hebben gemaakt, dat het verpleeghuis in een veel betere reuk is komen te staan voor het aantrekken van personeel. Enkele grote steden uitgezonderd, maar over het algemeen zijn de vacatures redelijk opgevuld. Het is zelfs zo dat niet alle opgeleide mensen onmiddellijk geplaatst kunnen worden in de verpleeghuizen. Het verloop en het ziekteverzuim nemen af.

Veel zorgelijker is het tekort van 6 000 tot 8 000 verpleeghuisbedden. "'t Is heel pijnlijk, als psychogeriatrische patienten niet onmiddellijk opgenomen kunnen worden. We dachten dat met de substitutie (aanvullende zorg vanuit het verpleeghuis naar het verzorgingshuis en de thuissituatie) de druk op het verpleeghuis zelf zou verminderen, maar in veel gevallen betekent dat slechts uitstel van opnamen. We hebben hier in de regio een wachtlijst van 55 op 150 bedden."

Onlangs uitte de voorzitter van de Vereniging van Nederlandse bejaardenoorden, C. Korver, kritiek op de verpleeghuissector. Veel van de ouderen op de wachtlijst zitten niet te wachten op de technische hoogstandjes van het verpleeghuis. Ze kunnen net zo goed in een verzorgingshuis wonen. Daarom willen de verzorgingshuizen de erkenning, dat ze naast verzorging ook verpleging kunnen bieden.

Dien Cornelissen: "Zo denkt Korver erover. Dat is een zaak van de verzorgingshuizen. Maar in het verpleeghuis worden geen technische hoogstandjes gemaakt. Er wordt wel van uitgegaan de mogelijkheden die de mensen hebben, te optimaliseren. Dat hoort bij kwaliteit van leven. En wat de medische zorg betreft: in een verpleeghuis werkt een verpleeghuisarts en in een verzorgingshuis komen dertig huisartsen met zoveel verschillende opvattingen. Maar er moet overlegd kunnen worden, dat mensen die hulp krijgen, die ze het hardste nodig hebben."

En dan: "Ik vind het toch jammer dat ik wegga. Ik had nog wel een robbertje willen vechten. De verzorgingshuizen en verpleeghuizen kunnen best samen door een deur. Boeiend om te zien hoe het zich ontwikkelt."

Als Kamerlid stond ze bekend om haar robbertjes vechten, als het om de belangen ging van mensen die niet altijd voor zichzelf konden opkomen, zoals gehandicapten. In 1946 begon ze haar loopbaan als maatschappelijk werkster. "Ik ben altijd geinteresseerd geweest in het maatschappelijk middenveld en in het welzijn van de medemens: uit persoonlijke overtuiging en uit christelijk plichtsbesef. Dat kreeg ik van huis uit mee: als kind de buurvrouw helpen, als die ziek was . . ."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden