In gebed gaat het vooral om zwijgen

De grootheid van het gebed is dat het geen antwoord krijgt, zegt Antoine de Saint-Exupéry. Deze moderne mysticus is vooral bekend door zijn verhaal 'De kleine prins', over een prinsje dat houdt van een roos. Andere boeken zijn onder meer 'Terre des hommes' en 'Citadelle', zijn geestelijk testament.

Als piloot behoort Saint-Exupéry tot de pioniers die met gevaar voor eigen leven het luchtruim voor de mens hebben ontsloten. Hij propte zijn berenlijf in de cockpit van open vliegtuigjes met vleugels gemaakt van doek, en vloog in zandstormen boven de woestijn, beschoten door vijandige stammen. Verschillende keren moest hij een noodlanding maken. Hij liep zoveel schedelfracturen op dat je haast zou denken dat hij daarom zo open was voor het goddelijke.

Is bidden vooral vragen? Toen Saint-Exupéry zijn latere vrouw en muze Consuelo ontmoette, vroeg hij niet zoveel. Hij nam haar mee op een vlucht. Hoog in de lucht zette hij de motor af zodat het toestel naar beneden begon te storten. Hij boog zich naar haar over met de woorden: Pas als je me een kus geeft, start ik de motor weer. Een huwelijksaanzoek dat ze moeilijk kon weigeren.

In gebed gaat het echter vooral om zwijgen. Saint-Exupéry wijst erop dat we, zolang we vragen, gevangen blijven in onze eenzaamheid. Want in het antwoord ontvangen we slechts de 'ijzige echo' van onze eigen wensen en behoeften. Echt de ander ontmoeten, in zijn of haar uniekheid, begint daar waar niets meer verwacht wordt, waar stilte is. Gebed is oefening van die stilte, en daarmee van de liefde.

Dit werpt een nieuw licht op het gebed van Jezus aan het kruis: Mijn God, waarom heb je mij verlaten? Het bleef stil. Toch was God juist op dat moment, terwijl hij als het ware de dood tegemoet stortte, dichterbij dan ooit. Niet als een echo van Jezus' wil of wens, maar als zichzelf, de Onuitsprekelijke. In zijn laatste zucht heeft Jezus dat gezien en erkend: 'In jouw handen leg ik mijn geest'. Dat moest wel op een opstanding uitdraaien, een beetje zoals de kus van Consuelo haar redde van een ramp.

Gods zwijgen duidt dus niet op de dood van God, zoals Nietzsche dacht. Zijn stilte verbreekt de relatie met ons niet, maar geeft de grens aan: God is voorbij ons denken en verlangen. Pas op die grens kunnen we een werkelijke relatie met hem aangaan. De stilte 'is het domein waar de geest zijn vleugels spreidt'.

Dan wordt de stilte als een Stille Zaterdag waarop er iets met ons gebeurt. Op Gods zwijgen loopt ons eigenbelang, dat gonzend van alles wil en wenst, stuk als op een granieten rots. Vandaar ook het gebod om de vijand lief te hebben - Jezus vergaf zijn vervolgers. De vijand is bij uitstek degene die zijn grens aangeeft, niet samenvalt met ons en daarom een 'brug naar God' kan worden. Om dezelfde reden bevat een goede liturgie teksten en rituelen die zich niet zomaar prijs geven, die weerstand bieden. Zo kan ze een brug slaan die ons bevrijdt uit onze eenzaamheid.

Wat anders is maakt mij niet kleiner, maar groter. De ander opent een wereld die mij overstijgt en zin kan geven aan mijn bestaan. Er is iets of iemand om voor te leven, en te sterven. In 'Terre des hommes' vertelt Saint-Exupéry hoe hij in de woestijn een noodlanding maakt en de dood nabij lijkt. Zijn mecanicien huilt - niet om zichzelf, maar om hen die met smart op zijn thuiskomst wachten. Niet hij, maar zij zijn de slachtoffers die hij moet redden door niet op te geven en te overleven. Deze houding zien we ook bij hoogbejaarden voor wie het allemaal niet meer hoeft, maar die dapper blijven leven voor hun partner of kinderen.

We worden gevoed door wat God, door ons, aan anderen geeft. De mecanicien bekommert zich om de thuisblijvers en krijgt kracht om te overleven. De tijd die de Kleine Prins aan zijn roos besteedt, geeft zijn eigen leven inhoud en zin. Alle sterren lachen hem toe, sinds hij van een roos houdt die woont op een ster. En of die bloem wel of geen doornen heeft, doet er niet toe: zulke liefde is vrij en kan niet gekwetst of teleurgesteld worden.

Het mooie van een woestijn, zegt de Kleine Prins, is dat er altijd ergens een waterput verborgen is. Wanneer het bestaan guur en doods is, zodat we roepen: Mijn God, waarom heb je mij verlaten? - dan is hij niet weg, maar in de stilte onuitsprekelijk nabij. Beseffen we dat, dan verdwijnen al onze vragen als een dorst die gelest wordt.

En we treden uit het graf van ons isolement, knipogend in het morgenlicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden