In fraai vormgegeven paviljoen is zelfs een Duits-Oostenrijks woordenboek te krijgen

FRANKFURT AM MAIN - Dat Oostenrijk geen Duitse deelstaat is, blijkt overduidelijk uit de manier waarop het Alpenland zich op de Buchmesse in Frankfurt presenteert. Als wij Nederlanders al dachten dat Musil, Kafka, Handke, Canetti, Bernhard, Bachmann, Jelinek en Celan Duitse schrijvers en schrijfsters zijn, dan is die veronderstelling ondenkbaar na een bezoek aan de grootste boekenbeurs van de wereld, waar Oostenrijk dit jaar centraal staat.

In de talloze essays die ter gelegenheid van de beurs verschijnen en de lezingen die worden gehouden, wordt vooral gehamerd op de verschillen met de Duitse literatuur. De overeenkomsten zijn hier niet zozeer aan de orde. In het fraai vormgegeven Oostenrijkse paviljoen van de Weense architect Adolf Krischanitz, dat het binnenterrein van het beurscomplex siert, is zelfs een Duits-Oostenrijks woordenboek te krijgen. Om duidelijk te maken dat het hier in sommige gevallen zelfs om een andere taal gaat. Oostenrijk is het eerste Duitstalige land dat zich op de 47ste versie van deze beurs centraal mag stellen. Dat is Duitse gastvrijheid.

Hok Hoewel Oostenrijk zich hier nadrukkelijk van Duitsland wil onderscheiden, proberen de organisatoren de schrijvers niet allen in één hok onder te brengen. Er bestaat geen gemeenschappelijke noemer, er bestaat hooguit een aantal overeenkomsten in thematiek of onderhuidse stemming. De nadruk ligt hier overigens op de Oostenrijkse literatuur van de twintigste eeuw. En eigenlijk krijgt de naoorlogse generatie de meeste aandacht.

Bij die jongere schrijvers, die eigenlijk allang niet meer zo jong zijn, was jarenlang de omgang met de geschiedenis opvallend vaak een thema. De overeenkomst zat hem in de terugblik zelf, niet in de manier waarop naar de Oostenrijkse geschiedenis wordt gekeken.

Uit de kritische omgang met het verleden blijkt één van de belangrijkste verschillen met de Duitse collega's. Hier in Duitsland was na de Tweede Wereldoorlog de behoefte groot om met een schone lei te beginnen en de Duitse literatuur opnieuw uit te vinden. In Oostenrijk was er enerzijds een hang naar de tijd van vóór 1939 en de Habsburgse monarchie en anderzijds een vlucht in de literaire anarchie te bespeuren. Dat is natuurlijk een verregaande generalisatie, maar het biedt een mogelijkheid greep te krijgen op de verschillen met de Duitstalige buurlanden.

Een ander verschil tussen Duitsland en Oostenrijk - Zwitserland blijft hier geheel buiten beschouwing - is het feit dat Oostenrijk veel meer op het breukvlak ligt van Oost en West. Dat blijkt alleen al uit het feit dat veel zogenoemde Oostenrijkse schrijvers eigenlijk uit de oude Oostbloklanden stammen of juist naar het westen verhuisd zijn. Dat heeft geleid tot een nieuwe, internationalere variant van de Oostenrijkse literatuur. Rüdiger Wischenbart, een van de organisatoren van de Oostenrijkpresentatie, beschrijft het als volgt: “Het beeld van Oostenrijk als Eiland der Zaligen tussen twee politieke machtblokken, als draaischijf, als ontmoetingsplek voor spionnen, is met het verdwijnen van de oost-westgrenzen in 1989 de grond onder de voeten weggeslagen. Ook de situatie in de binnenlandse politiek met de twee grote partijen, waartegen zoveel schrijvers te hoop liepen, bestaat niet meer. (...) Niet geheel toevallig hebben we tegelijk een nieuwe generatie schrijvers gekregen. Plotseling staan Ransmayr, Menasse, Köhlmeier en Haslinger in het middelpunt. Dat zijn schrijvers die zich niet meer in overzichtelijke groepen laten vangen. Elk van hen is lokaal verankerd en toch internationaal. Met andere woorden: het specifiek Oostenrijkse van heden zijn juist de onoverzichtelijke verhoudingen.”

Blijft de vraag of ook in die nieuwe Oostenrijkse literatuur nog de typische beklemmende berglucht te proeven is. Is het de scepsis ten aanzien van het hier en nu? Is het de zwaarmoedigheid, het verval van de ouderdom, het cynisme, de moedwillige onsamenhangendheid of de nadrukkelijke haat-liefde-verhouding met het vaderland? Al die elementen zijn terug te vinden bij de naoorlogse Oostenrijkers, ook die van vandaag.

De bundel 'Alpengras' die uitgeverij Balans presenteerde, met daarin werk van representatieve hedendaagse Oostenrijkers, geeft een goede doorsnede. De oudere vrouw die schrijfster Karin Ivancsics beschrijft in haar verhaal 'Het programma', wacht op de dood. Haar leven speelde zich duidelijk niet af in het paradijs. Ze drinkt teveel, eet eentonig en doodt de tijd met de televisie. Het enige ongerief is dat haar huis nog niet is bekabeld: “Tussen het ochtend- en middagprogramma ligt dan altijd een gat van drie à vier uur, die ze al slapend doorbrengt. Ze moet zichzelf ertoe dwingen om vijf uur weer op te staan. De middagslaap is de gevaarlijkste en de verleidelijkste. Dan slaapt ze diep, alsof ze bewusteloos is. Anders dan 's nachts, wanneer ze vaak badend in het zweet en angstig wakker schrikt uit haar dromen. Dat zijn de dromen waarin ze van alles meemaakt, ze zijn inspannend, alsof ze zwaar werk verricht. Die dromen zijn haar leven, of een soort conserven van het leven. En zoals alle conserven hebben ook dromen hun houdbaarheidsdatum, waardoor ze soms slecht vallen.”

Het gaat goed met de Oostenrijkse uitgevers. Er verschenen vorig jaar maar liefst 6811 nieuwe boeken waarvan 679 in het genre bellettrie. 119,9 miljoen mark gaven de Duitsers uit aan literatuur van het buurland. Ze voerden voor 407,7 miljoen mark uit. Na deze Buchmesse zijn de grenzen tussen de beide landen weer duidelijk getrokken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden