In een mandje

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Ik dwaal door de gangen van het ziekenhuis. Bordjes aan het systeemplafond wijzen mij de weg. Een verpleegkundige van de afdeling verloskunde heeft gebeld. Al een paar dagen bivakkeert een jong koppel op hun afdeling. Zij zijn hun baby verloren tijdens een bevalling die veel te vroeg begon.

In de kamer van de verpleging word ik bijgepraat door een stevige zuster. "Drie dagen geleden is moeder bevallen", begint ze haar uitleg. "Kort na de bevalling is het dochtertje overleden. Sindsdien is geen van beide ouders aanspreekbaar en willen ze de kamer niet meer uit."

"Waar is het kindje nu?" vraag ik.

"Het meisje ligt opgebaard in de koeling."

"En het stel wil de kamer niet uit?"

"Nee, ze zijn apathisch. Ze zijn nog jong, begin twintig. Hun ouders wonen ver weg. Die hebben we nog niet gezien."

Samen lopen we naar de bewuste ziekenhuiskamer. "Ik ga eerst naar binnen om je aan te kondigen", zegt de verpleegkundige.

Ik wacht voor de deur. Een verpleger loopt glimlachend voorbij met een schaal beschuiten met blauwe en witte muisjes. Jonge baby's huilen schril.

Na een paar minuten roept ze me naar binnen. De gordijnen zijn dicht. Het ziekenhuisbed is tegen de muur geschoven. In het schemerdonker ontwaar ik een tent van lakens en dekens die op het bed is gebouwd en omhoog wordt gehouden door de papegaai die erboven hangt.

Het stel is niet te zien, ze liggen in de zelfgemaakte tent. Ik stel mezelf voor in het luchtledige en begin te praten. "Ik heb gehoord dat jullie kindje te vroeg is geboren en is overleden. Dat is erg verdrietig. Samen met jullie ga ik nu kijken hoe we afscheid van haar kunnen nemen." Er komt gesnik en gekreun uit de tent. Een van de lakens gaat iets opzij. Ik zie twee bleke, verdrietige gezichten en stel mezelf nogmaals voor.

"Ik ben niet goed geworden", zegt zij. "Ik heb haar naar het ziekenhuis gebracht", vertelt hij.

Daarna blijft het opnieuw stil.

"Ik snap dat jullie de wereld buiten willen sluiten en even niet mee willen doen, maar jullie kunnen niet voor altijd in deze ziekenhuiskamer blijven. Hoe willen jullie afscheid nemen van jullie kindje?"

"Daar hebben we nooit over nagedacht", zegt zij.

"Ik wil er niet over nadenken", zegt hij.

""De wet zegt dat uiterlijk de zesde dag na overlijden de uitvaart moet volgen."

"Mag ik ons kindje nog eens zien?" vraag hij. "Ik wil het ook zien", zegt zij.

In een plexiglazen wiegje brengt de verpleegkundige het meisje naar binnen. Het stel raakt over hun toeren.

"Ze is zo mooi", gilt zij. "Ze leeft niet", snikt hij.

Voorzichtig vertel ik hoe ze afscheid kunnen nemen. Met z'n allen kijken we naar het meisje. Ze is zo klein dat ze niet eens kleertjes aan kan.

"Ik wil geen kistje en ik wil in het ziekenhuis blijven totdat alles achter de rug is", zegt zij. "Mag dat?" De verpleegkundige knikt.

Op de dag van de crematie haal ik ze op uit het ziekenhuis. We nemen het kindje mee in een met zacht katoen bekleed mandje. In het crematorium wachten hun beider ouders. Met z'n zessen zingen ze in een muisstille aula een slaapliedje voor het meisje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden