IN EEN KROEGJE ANNEX KRANTENZAAKJE VALT DEFINITIEF HET DOEK VOOR FESTINA

GARE DE CORREZE - Om half twee zaterdagmiddag stoppen bij bar-tabac Chez Gillou, een paar honderd meter van de finishlijn van de eerste individuele tijdrit in de Tour de France, vier auto's van Festina. Op het dak staan blinkende tijdritfietsen, uit de wagens stappen acht wielrenners; zo te zien klaar om zich warm te rijden voor een van de belangrijkste etappes uit de ronde. Wat doen ze eigenlijk nog in de Corrèze? Ze zijn de avond er voor tot persona non grata verklaard, maar worden niettemin luid toegejuicht door de vele Franse omstanders, die ineens hopen op een wonder.

JOHAN WOLDENDORP

De eigenaar van het onooglijke kroegje annex krantenzaakje weet ook al niet wat hem overkomt, zeker als een half uur later een droef kijkende Jean-Marie Leblanc arriveert. Die verdwijnt met enkele van de renners in een achterkamertje. Onder hen Richard Virenque. Vrijdagavond laat hadden hij en juryvoorzitter Martin Bruin hem al duidelijk gemaakt wat in de ogen van een ieder onvermijdelijk was geworden, nadat de in hechtenis genomen ploegleider Bruno Roussel in Lille niet alleen had bekend zijn renners aan te sporen tot het gebruik van verboden stimulerende middelen, maar daarnaast ook een heel dopingnetwerk te hebben opgezet. Tourdirecteur Leblanc kon toen op grond van artikel 29 van het reglement niets anders doen dan Festina uit te sluiten van verdere deelname. De geloofwaardigheid van 's werelds grootste wielerwedstrijd stond op het spel, wanneer de laakbare handelwijze van Roussel en arts Eric Rijckaert ook in sportief opzicht zonder gevolgen zou blijven. Virenque, kandidaat-Tourwinnaar, deed een dramatisch beroep op Leblanc 'onschuldige renners' niet mee te sleuren in de onstuitbare val. “Hij wilde hem er nogmaals van overtuigen dat de Societé du Tour ongelijk heeft met de uitsluiting”, legde ploegleider ad-interim Michel Gros het doel van de 'mission impossible' uit. Ter ondersteuning van zijn betoog had Virenque een advocaat meegenomen. De koersdirecteur is evenwel niet te vermurwen. De tranen biggelen de Franse volksheld bij het verlaten van het barretje over de wangen. Leblanc staat het huilen eveneens nader dan het lachen.

De smeekbede van Virenque als laatste strohalm was begrijpelijk, maar tegelijkertijd volstrekt irreëel. Dat hij en zijn ploeggenoten de vermoorde onschuld uithingen, was een pose, leerde een opmerkelijk interview dat de advocaat van dokter Rijckaert (eveneens Rijckaert geheten, zij het geen familie) op de Belgische televisie gaf. Daarin verklaarde hij dat renners de premies die ze in de Tour en andere wedstrijden verdienen in een geheime pot stortten, waarvan Rijckaert (de arts) verboden stimulerende middelen kocht. “Ze liegen dus als ze zeggen dat ze het niet gebruikt hebben”, sprak de jurist Rijckaert. Hij vertelde ook dat de renners zichzelf injecteren met de synthetische bloeddoping EPO. Op een bloedspiegel kunnen ze de hematocriete waarde aflezen. Die mag, omdat EPO niet in de urine kan worden opgespoord, maximaal vijftig bedragen. De arts Rijckaert zou niets anders doen dan toezicht houden op dat handwerk. Het is niet denkbeeldig dat renners van andere ploegen op dezelfde manier in staat blijken buiten schot te blijven. Enkele jaren geleden, nog voor EPO tot het snoepje van de week werd uitgeroepen, ontdekte een journalist van L'Equipe dat renners van Banesto zich in de nachtelijke uren afbeulden op hometrainers. Achteraf bleek dat ze op die manier het risico uitbanden door bloedstolling in hun slaap te overlijden.

De afmars van Festina lijkt daardoor niet een op zichzelf staand geval. Die overtuiging is ook het Nederlandse jurylid Wim Jeremiasse, die in de Tour de France de bloedcontroles coördineert, toegedaan. Het feit dat andere ploegleiders zich niet publiekelijk afkeerden van het gedrag van Roussel, is al even veelbetekenend. Adri van Houwelingen (Rabo) was donderdag een van de weinigen, die vond dat Festina niet langer in koers kon blijven. De rest legde de schuld gemakshalve bij de vermoorders van het cyclisme, de media.

De Tour de France, en daarmee de hele wielersport, is een rijdende tijdbom geworden. De roep om schone sport kent slechts de eindeloos lege woestijn als klankbord. UCI-voorzitter Hein Verbruggen is blij dat de Franse politie de Festina-bazen als bedriegers en drugskoeriers heeft ontmaskerd. “Ze heeft iets gedaan wat wij als internationale wielrenunie niet kunnen, namelijk criminelen oppakken.” De UCI investeert jaarlijks zeven miljoen in dopingcontroles. Eén procent reageert positief. Verbruggen wil professionele coureurs voortaan eens in de twee maanden controleren.

De Haarlemse arts Michiel Karsten, voorstander van het verstrekken van anabole steroïden onder toezicht (om te voorkomen dat sporters gaan rommelen), vindt dopingcontroles in de huidige vorm een wassen neus. “Ze controleren om te controleren, niet om iets te vinden”, is zijn overtuiging. “Ik heb het idee dat plasjes gewoon worden weggegooid. Alles wordt verdoezeld.”

Oud-renner Hennie Kuiper, die in 1977 de Tour verloor van de met cortisonen gedrogeerde 'collega' Bernard Thevenet, is in andere nuanceringen dezelfde mening toegedaan. “Als de UCI een hematocriete waarde van vijftig toestaat, bindt ze de kat op het spek. Dan legaliseert ze in feite het gebruik van EPO.” Kuiper spreekt over een wedloop waarvan de finish nooit in zicht komt. “In mijn tijd (jaren zeventig en de eerste helft van de jaren tachtig - red) was stimul het nieuwe wondermiddel dat niet viel op te sporen. Dat het wielrennen meer dan andere sporten in opspraak komt, is te wijten aan het open karakter van de sport. Alles staat meteen in de krant. Tennissers houden hun wereld meer gesloten, terwijl zij zich toch niet op een andere manier dan wielrenners op hun grote toernooien zullen voorbereiden. Alleen komt daarvan niets naar buiten. In onze sport slaat het door.”

Kuiper zou niet weten hoe het cyclisme deze crisis te boven moet komen. Meer controles helpen in zijn optiek niet. “Net zo min als je met honderd politieagenten meer op straat in Amsterdam-West de problemen in die wijk oplost.” Karsten geeft een aardige opening. De arts vindt het een gotspe ethische problemen met bloedproeven te hebben. Om die en juridische redenen is de UCI met ploegleiders en renners overeen gekomen 'slechts' gezondheidscontroles uit te voeren. De renner van wie het bloed te dik is, is te ziek om te fietsen; hij moet zijn licentie twee weken inleveren, maar wordt niet geschorst. “Een onzin-argument”, vindt Karsten. “Bloedprikken is niet erg, dat gebeurt bij wielrenners elke dag. Ze vinden het heel gewoon.” Urinestalen verzamelen, dat is pas smerig, onethisch en ver beneden de menselijke waardigheid. “Ik heb niet een artsenstudie van zeven jaar gevolgd om iemand een plasje te zien doen. De meeste controleurs wenden het hoofd ook af. Daarom kan iemand als Michelle Smith (de Ierse zwemster bij wie recent een deliriumrijpe hoeveelheid alcohol in de urine werd aangetroffen - red) bij de controle rommelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden