In één klap de winterdip voorbij

Met meer dan honderd werken van Matisse is in het Stedelijk Museum Amsterdam het voorjaar losgebarsten. De kleuren buitelen over elkaar heen, planten, bloemen, vissen, vogels, zonnige interieurs en sensuele vrouwen.

Het werk van de Franse kunstenaar Henri Matisse (1869-1954), een van de grondleggers van de moderne kunst, is over de hele wereld populair. Zijn vrolijke, kleurrijke knipsels zijn geliefd bij een breed publiek. Alleen daarom staat nu al vast dat de tentoonstelling 'De oase van Matisse', die vandaag opent, een kaskraker zal worden. Ook omdat er de afgelopen zestig jaar niet zo'n groot overzicht te zien was van zijn werk in Nederland.

Met deze tentoonstelling schrijft het Stedelijk in meer opzichten geschiedenis. Het is de eerste keer dat het museum sinds de heropening eind 2012 - na acht jaar sluiting en verbouwings- en financieringsellende - zich zo zelfbewust en eigenzinnig presenteert. Met 'De oase van Matisse' laat het Stedelijk zien dat het, net als in een ver verleden, spraakmakende tentoonstellingen van internationale allure kan maken, zonder de megabudgetten waarover topmusea in het buitenland beschikken. Hoe kreeg het museum dat voor elkaar? Gewoon, door uit te gaan van de kracht van de eigen collectie.

'De oase van Matisse' is het antwoord op 'The Cut-Outs', de alom bejubelde tentoonstelling van de knipsels van Matisse die vorig jaar te zien was in Tate Londen en MoMa New York. Voor deze expositie had het Stedelijk zijn publiekslieveling uitgeleend: 'La perruche et la sirène', die daar ook de show stal. Ann Goldstein, de toenmalige directeur van het Stedelijk, had bij deze bruikleen gevraagd of het bij zijn terugkeer 'ook zijn vriendjes mee mocht nemen'.

Dat was niet haalbaar. Vanwege hun lichtgevoeligheid mochten veel knipsels na Londen en New York sowieso al niet doorreizen naar Amsterdam. Maar deze expositie was ook te ambitieus voor het Stedelijk, erkent conservator Bart Rutten. "We hebben nu eenmaal niet het kaliber en de budgetten van MoMa en Tate. We moesten dus zelf iets verzinnen."

Die realiteitszin heeft zich uitbetaald. Rutten en zijn collega's hebben een duizelingwekkende presentatie neergezet. Uitgaande van het idee: we stoppen niet bij de knipsels, zoals in Londen en New York, we laten ook de toegepaste kunst zien die eruit voortkwam. Ook brengen we de route in beeld die Matisse aflegde naar zijn knipsels. En we tonen niet alleen het werk van Matisse - die heeft altijd solotentoonstellingen. We combineren het met voorgangers en generatiegenoten uit eigen huis. Zo kan zichtbaar worden wat ze gemeen hebben; en dat werpt misschien nieuw licht op de grote Matisse, die al zo uitgebreid is onderzocht, maar ook op de eigen collectie.

De tentoonstelling begint wat braaf bij het vroege werk van Matisse. Een donker stilleven met boeken wordt gepresenteerd met een al even academisch stilleven met appels van Piet Mondriaan. Nog wat bedeesd flankeren de jonkies een mooi uitgewerkt stilleven met flessen en perziken van Cézanne, hun grote inspirator. Maar daarna komt de vaart erin, met verrassende combinaties, waarop je soms ook even moet 'kauwen'. Zo wordt Matisse's 'Lezende vrouw' aan de ene kant geflankeerd door 'Jonge vrouw met mandoline' van Corot, en aan de andere kant door 'De rode kimono' van Breitner. Het bindende element tussen dit drietal blijkt de stofuitdrukking van de kimono die aansluit bij de liefde van Matisse voor weelderige stoffen en decoratieve patronen.

En zo gaat dat zaal na zaal door: kijk en vergelijk. Zoek de overeenkomsten, in kleuren, lijnen, ontdek hoe Matisse zich voortdurend vernieuwt, ook ten opzichte van tijdgenoten. Klapstuk van de tentoonstelling is de combinatie van Mondriaans 'Tableau III: compositie in ovaal' en Matisse's 'Gezicht op Notre-Dame'. Een gigantische ontwikkeling hebben ze dan allebei sinds hun brave stillevens doorgemaakt. Mondriaan werkt dan net helemaal abstract. Matisse zet die stap nog niet en zal hem ook nooit zetten. Zijn schilderij van het uitzicht vanuit zijn Parijse atelier lijkt net als de ovaal van Mondriaan abstract, maar alle lijnen in het werk zijn gebaseerd op de werkelijkheid.

Tijdens hun zoektocht naar combinaties lijken de conservatoren zelf ook steeds meer in de ban geraakt van de experimenteerdrift van Matissse. Zulke gedurfde keuzes hebben ze soms gemaakt. Want wie verzint het om het textiele werk met vierkantjes en driehoekjes van De Stijl-kunstenaar Bart van der Leck te combineren met een door Matisse ontworpen mantel voor een ballet van Diaghilev en Stravinsky? Laat die mantel nou ook een compositie van geometrische figuren hebben. Zo is in alle combinaties gezocht naar overeenkomsten, soms zijn het de kleuren, dan weer de compositie, de lijnen in een gezicht of de lichaamshouding van een naakte vrouw. Hoe langer je kijkt, hoe meer verbanden je ontdekt.

Door de focus te leggen op het kijken, slaan bezoekers de gekozen combinaties misschien in hun hoofd op. Daar hoopt Bart Rutten op. Zodat ze, als ze over een tijdje het werk van Van der Leck nog eens zien of de ovaal van Mondriaan, ook de Matisse die erbij hing weer op het netvlies krijgen. Zo slaat het Stedelijk met deze expositie twee vliegen in één klap. Het laat het publiek een onvergetelijke reis maken door het oeuvre van Matisse, maar ook met andere ogen kijken naar de iconen in de eigen collectie, die daardoor wordt opgefrist.

De tentoonstelling ontkracht ook een mythe. Over Matisse gaat het verhaal dat hij aan het eind van zijn leven niet meer kon schilderen, omdat hij in een rolstoel zat. Daarom zou hij zijn begonnen met het uitknippen van gekleurde figuren. Daar is hij al veel eerder mee begonnen, op zoek naar de ideale compositie. Zijn knipsels waren daarnaast de basis voor zijn toegepaste kunst. Matisse vond het belangrijk dat zijn werk voor een breed publiek toegankelijk was. Daarom ontwierp hij met evenveel liefde tegeltableaus, gebrandschilderde ramen en kazuifels, en wandkleden. Heel geleidelijk maakten de knipsels het schilderen overbodig. Hij ontdekte dat hij ook met een schaar en een minimum aan kleuren en vormen de lichte, vrolijke en tijdloze zorgeloosheid kon suggereren die zo karakteristiek is voor zijn werk. Met dat opgeruimde voorjaarsgevoel verlaat je de laatste zaal, waar de knipsels met bloemen en vogels precies zo hangen als in Matisse's atelier. "Ik heb een kleine tuin om me heen gemaakt, waarin ik kan wandelen", zei hij er zelf over.

HHHHH 'De oase van Matissse' t/m 16 augustus in Stedelijk Museum Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden