Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

In Den Nul telt de Joodse begraafplaats één grafsteen

We waren te ver gelopen op de Rijksstraatweg tussen Olst en Wijhe. Het verlangen naar de rivier, die daar ergens achter de dijk moest liggen, was te sterk geweest en zo hadden we een weg naar rechts gemist, de Berkenweg om precies te zijn. Omdat we strikt de routebeschrijving van het IJsselpad volgden, moesten we dus terug, tot we de juiste weg gevonden hadden en koers konden zetten naar het dorp Den Nul. Alleen al voor de plaatsnamen zou je het stille land in willen trekken.

Vreemd trouwens, het ging ons om het lopen, niet om de bestemming, en toch leken de extra meters die we nu te gaan hadden zwaarder te zijn dan de andere. Misschien was het ook omdat Den Nul niets meer bleek te zijn dan een plukje bleke nieuwbouw in de weilanden. Maar er stonden bordjes ‘Joodse begraafplaats’ en dat maakte nieuwsgierig. Een Joodse begraafplaats, hier? Die zou ik niet graag ongezien voorbijlopen, ik word – vooral sinds mijn jaren in Oost-Europa – altijd naar dergelijke plekken toegetrokken, ik weet niet goed waarom. Ze vertegenwoordigen het verlies, ze spreken van vernietiging, ook als ze stammen van voor de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn de merkstenen van een gemeenschap die er was en niet meer is. Plekken om bij stil te staan.

We passeerden de Berkenweg, sloegen de Hazelaar in, vervolgens de Beukenweg en daar, in een verloren hoek tussen de huizen, onder enkele bomen, was het. Een fors opschrift: ‘Joodse begraafplaats’. En een steen achter een hek. Eén steen. Er stonden Hebreeuwse tekens op, met daaronder een naam in het Nederlands, die we niet goed konden ontcijferen. Er ging een grote eenzaamheid uit van die oude steen in deze moderne woonwijk, maar misschien was dat alleen omdat wij dat zo wilden, met in gedachten het gewicht van de geschiedenis.

We vervolgden onze wandeling en kwamen weer uit op de Rijksstraatweg; de extra meters waren de moeite waard geweest. Thuisgekomen zocht ik ’s avonds naar wat informatie over de begraafplaats en via de site Dodenakkers.nl leerde ik dat er mogelijk meer stenen hadden gestaan, drie tot vijf wellicht. De enige die was overgebleven was die van Mariana Zendijk-van Spiegel, overleden op 21 juni 1914, 89 jaar oud. Zij was de weduwe van Mozes Zendijk, met wie ze in 1843 in het huwelijk was getreden. Hij was toen 48 jaar, zij 17. De familie was actief in de vleesproductie, twee zonen stichtten een vleesfabriek in Olst, indertijd een belangrijke bedrijfstak in deze regio. En dan volgde deze zin: “Meerdere­­­ leden van de familie Zendijk, onder wie de jongste zoon van Mariana Zendijk, Joseph Aron en zijn vrouw, zijn om het leven gekomen in concentratie- en vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor.”

Na de oorlog raakte de begraafplaats verwaarloosd, maar buurtbewoners namen in het begin van deze eeuw het initiatief om er weer een verzorgde herinneringsplek van te maken. Op de steen van Mariana Zendijk staat een afkorting, die het volgende betekent: ‘Moge zijn/haar ziel gebonden zijn in de bundel der levenden’.

Stevo Akkerman
Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden