In de zandzee van West-Soedan

Reisschrijvers vertellen over hun favoriete reisbestemming. Vandaag: woestijnreizigster Arita Baaijens (47). Zij trok per kameel naar de Nukheila Oase in het wilde westen van Soedan.

Een verlaten oase met duizend palmbomen, midden in de waterloze vlakte van de Sahara. ,,Dat beeld zat al tien jaar in mijn kop'', zegt Arita Baaijens. ,,De volstrekt lege woestijn, waarin niks groeit. En dan is ergens in dat hele niks een oase, een geheim.'' Naar dat geheim - de Nukheila Oase in het noordwesten van Soedan - was Baaijens dus al jaren denkbeeldig op weg. Met duizend palmen in haar hoofd reisde ze door de woestijn van buurland Egypte.

Ze werd een bedreven kamelenrijdster, leerde Arabisch spreken, vuurtjes stoken, asida (meelpap met uien) eten, kamelenvoetzolen repareren.

Als een echte Saharaanse hardde zij zich tegen zonnesteken en dorst, vermoeidheid en kou. Steeds laaide het geweld op in de regio rond Nukheila en was het te gevaarlijk.

Maar in de winter van 2000 ging ze toch, in haar eentje, zonder haar toenmalige vriend: ,,Ik zei tegen hem: als jij meegaat, dan gaan die nomaden alleen met jou praten. Want het is heel onbeleefd om met andermans vrouw te spreken.''

Baaijens kocht een aantal kamelen en kwam in contact met woestijngids Yussuf. Met hem en twee bewapende beschermers dook zij in de zandzee van West-Soedan. Daar regeert de honger en dragen veel reizigers een kalasjnikov. Maar daar leven ook de woestijnnomaden met hun tijdloze cultuur en hun diepgaande kennis over reisroutes, waterbronnen, ruïnesteden en kamelen. Baaijens' boek Woestijnnomaden (2003), waarin zij haar tocht naar Nukheila beschrijft, is in de eerste plaats een liefdevol portret van deze mensen.

Tussen de schrijfster en haar reisgenoten ontstond onderweg een hechte band. Maar ze begrepen elkaar niet altijd even goed, zegt Baaijens. ,,Als Europeaan kun je bevlogen raken voor zoiets fictiefs als het bereiken van een oase. Maar de mensen daar zijn praktisch ingesteld. Al die moeite, alleen om je nieuwsgierigheid te bevredigen, dat is een concept dat daar niet bestaat.''

En dus lag de schrijfster soms in de clinch met Yussuf, die halverwege niet meer verder wilde omdat hij de tocht te gevaarlijk vond. Baaijens: ,,Het was hun reis geworden. Ik dacht: ik betaal jullie, dit hebben we afgesproken, dus dan doen we het ook. Ook zo'n westers concept. Yussuf begreep mijn missie niet.''

Uiteindelijk bereikte Baaijens toch haar gedroomde oase: ,,Palmkruinen zwiepten in de wind, zandduinen golfden. (...) Yussuf keek me verwachtingsvol aan en glimlachte toen ik een Tarzankreet slaakte.'' (uit: 'Woestijnnomaden'). Wat de topvijf is voor muzikanten, dat was Nukheila voor haar, vertelt Baaijens. Al was de reis door dit ruige, lege land minstens zo interessant als de begeerde bestemming.

Ze raakten 'ontzettend verknocht' aan elkaar, de schrijfster en de woestijngids: ,,Ik heb Yussuf verteld dat hij de hoofdpersoon van mijn boek zou zijn, dat hij in Nederland beroemder zou worden dan in Soedan. Dat vond hij wel een grappig idee.'' Aan Woestijnnomaden, haar derde woestijnboek, heeft Baaijens zeer gedreven gewerkt: ,,Juist omdat het de vervulling van een droom was. In Soedan sloeg de vlam over, een soort verliefdheid schoot door mijn teen naar binnen.'' Ze gaat vaker terug naar het land en dat wordt gewaardeerd: voor de mensen daar is dat het bewijs dat er een band is, dat ze niet alleen komt om iets te halen.

De woestijn is haar passie, maar inmiddels vindt Baaijens ook het schrijven en onderzoek doen 'waanzinnig leuk'. Haar schrijverschap geeft ook richting aan de reizen die ze maakt: ,,Ik moet wel een doel hebben, de woestijn is een te harde omgeving om zomaar in rond te klossen.'' Eenmaal in die harde omgeving voelt zij zich vaak gelukkig: ,,Ik hou van extremen, vooral van die hele kale vlakte, waarin je je geestelijk en lichamelijk niet kunt verbergen. In de woestijn leef je heel intens, er is geen grijze middenmoot, elke handeling heeft een nut. Het is een soort Dick Bruna-tekening.''

Ze voelt zich thuis, bonkend op de rug van een kameel, met haar reisgenoten rond het vuur, luisterend naar bandietenverhalen, op haar matje achter een acaciabosje, onder de sterren. Hoe dat komt, dat kan zij uiteindelijk niet verklaren.

Misschien ligt de kiem in haar gereformeerde jeugd, in de bijbel, waarin volkeren veertig jaar door de woestijn zwierven. Misschien gedijt zij vooral goed bij het contrast tussen haar Amsterdamse leven in de drukbevolkte Pijp en de totale leegte van de woestijn.

Er is wel iets veranderd sinds zij in 1990 haar baan als milieubioloog verruilde voor een onzeker leven als (parttime) woestijnnomade. In de beginjaren wilde zij vooral haar eigen grenzen verkennen: wat gebeurt er als je weken in je eentje bent? Hoe ga je om met angst, met fysieke ontberingen?

Baaijens: ,,Het was het Pietje Bel-gevoel: je wilt iets doen waarvan je niet weet hoe het afloopt.'' Maar na haar vijfde eenzame winter in de woestijn had zij het overleven wel onder de knie. Ze raakt steeds meer gefascineerd door de mens in de woestijn, de nomadencultuur. De woestijn blijft haar trekken: ,,Als ik daar ben, dan wil ik nergens anders zijn. Er mist dan niks. Zolang ik dat gevoel hou, blijf ik dit doen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden