In de wereld, maar niet het geheim op straat

Het leek wat stil rond Dietrich Bonhoeffer (1906-1945). En dan verschijnen er ineens weer twee studies over hem: een heel groot boek en een klein. Het ene beschrijft leven en werk van de befaamde Duitse theoloog, verzetsman en martelaar. Het andere houdt zich vooral bezig met de vraag of zijn gedachtegoed onze tijd nog wat te zeggen heeft. En om het alvast te verklappen: het antwoord luidt 'ja'.

Op zich is het een uitstekend idee om de monumentale biografie die zijn leerling, strijdmakker en geestelijk executeur testamentair Eberhard Bethge eind 1966 over Bonhoeffer schreef weer op de markt te brengen, in een geheel herziene uitgave. Maar de Nederlandse editie nu in de boekhandel wordt ontsierd door een reeks slordigheden die uitgeverij Ten Have valt aan te rekenen. Ook heeft men weinig moeite gedaan de niet-theologisch geschoolde lezer van dienst te zijn. Wat niet wegneemt dat het herlezen van dit magistrale werk een belevenis was.

Het is in belangrijke mate de 'schuld' van de in 2000 overleden Bethge dat Bonhoeffer in de jaren '60 en '70 postuum uitgroeide tot goeroe van het christendom-na-Auschwitz. Een positie die deze burger-aristocraat uit Berlijn nimmer had voorzien en zeker niet zou hebben begeerd. Maar in een naoorlogse, zich langzaam seculariserende tijd, waarin de oude verbinding tussen hemel en aarde verbroken werd, de vluchtweg naar het hiernamaals versperd bleek en het vertrouwde godsbeeld in scherven lag, klonk een stem die exact vertolkte wat een groot deel van de westerse christenheid dacht en voelde.

Lang voor Thomas Altizers 'donkere nacht van de ziel' zei Bonhoeffer dat we eerst door een pijnlijke stilte heen moeten voordat we nieuwe beelden van God kunnen oproepen die de moderne mens mogelijk ooit weer zullen inspireren.

Zijn advies: 'Geen paniek. Ook al lijkt alle geloofsgrond onder je voeten weg te zakken, blijf vol vertrouwen wachten op het moment dat God in aangepaste taal de dialoog hervat. En volg ondertussen in je dagelijks handelen het voorbeeld van Christus'. Een voorbeeld dat eerder verwijst naar Gods onmacht dan naar zijn almacht. Met Auschwitz, Hirosjima en de killing fields van Cambodja, Rwanda en de Balkan is het idee van de Oneindig Rechtvaardige Schepper uiteengespat.

Na Bonhoeffers dood werd zijn gedachtegoed door iedereen geclaimd. Door de god-is-dood-theologen al evenzeer als door aanhangers van de bevrijdingstheologie. Zo kreeg hij een verwarrende verscheidenheid aan stempels opgedrukt: van de radicaal die kerk en christendom vaarwel zei tot de conservatieve romanticus die, tegen alle secularisatie en indivualisering in, zocht naar religieuze verbanden.

Nu is de storm wat geluwd, maar nog steeds houdt zijn denken en doen christenen bezig. Zoals de godsdienstsocioloog Gerard Dekker. Hij beschrijft zijn interesse in een glashelder boek. Dekker constateert dat veel van Bonhoeffers werk fragmentarisch is, onaf en daardoor soms tegenstrijdig. Logisch, want hij werd door de nazi's midden uit het leven gerukt. Dat wil volgens Dekker niet zeggen dat zijn gedachtegoed geen relevantie meer heeft voor onze tijd. Integendeel. We moeten zijn ideeën vooral zien als criteria waaraan men kerk en christendom dient te toetsen. Al wordt Bonhoeffer dan misschien niet 'de profeet van de 21ste eeuw', als Rothuizen voorspelde, hij wist als weinig anderen de kern te vangen van het god- en religieloze realisme bij de moderne mens. Die vraagt zelfs in situaties van schuld, lijden en dood niet langer naar Hem.

Terecht, oordeelt Bonhoeffer. God voorstellen als stoplap, als noodhulp bij existentiële grenssituaties, is zinloos in een mondig geworden wereld die de gevolgen van haar keuzes zelf draagt. Voorbij zijn de tijden waarin men het menselijk geweten gelijkstelde met het woord van God.

Dekker citeert daarbij uit brieven die Bonhoeffer schreef toen hij na zijn arrestatie in 1943 in een nazi-gevangenis zat: ,,De mens heeft geleerd de grote problemen zelf op te lossen, zonder terug te vallen op de werkhypothese God''. De wereld serieus nemen en leven alsof God niet bestaat - dat is volgens Bonhoeffer de enige manier waarop de kerk, inmiddels teruggedrongen naar het private erf, weer geloofwaardig kan worden voor het publieke domein. In een tijd waarin niet alleen in ons land de aandacht voor normen en waarden weer toeneemt, kan, meent Dekker, de kerk die religieus ondersteunen en bevorderen.

De kerk moet er voor de wereld zijn en niet omgekeerd, schrijft Dekker in navolging van Bonhoeffer. Maar dat wil niet zeggen dat ze, in een vruchteloos streven om mensen naar zich toe te lokken, de drempel naar de wereld almaar moet verlagen. ,,Hoezeer de kerk er ook is voor de wereld, het mag nooit betekenen dat het 'geheim' op straat gelegd wordt als brood voor de honden.'' Zo is het maar net!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden