In de voetstappen van kunstenaars

Bergen is een dorp waar de kunst al honderd jaar tastbaar is. Architecten kregen er de kans zich uit te leven op villawijken, componisten schreven er hun muziek, schilders en beeldhouwers vonden er inspiratie, schrijvers en dichters kwamen er voor de rust. Veel kunstenaars raakten zelfs zo gecharmeerd van het duindorp, dat ze er een villa, vakantiehuisje of atelier kochten of huurden.

Bergens meest bekende dichter is natuurlijk Adrianus ('Jany') Roland Holst. Maar ook Herman Gorter, C.S.Adama van Scheltema, Anthony van Kampen, Victor van Vriesland, Gerrit Kouwenaar en Lucebert woonden er. Sommige schrijvers zijn er zelfs geboren: Elly de Waard, Neeltje Maria Min en Adriaan van Dis. Anderen, zoals Sjoerd Kuyper, Theo Olthuis en Carry Slee wonen er nog steeds.

In wat voor huizen woonden zij? Waar wandelden ze het liefst, waar kochten ze hun boeken en waar dronken ze hun borreltje? Het beginpunt van de wandeling, de Eerste Bergensche Boekhandel, is veelbelovend. In deze winkel was Adrianus Roland Holst kind aan huis. De Prins der Dichters schafte er poëziebundels aan van dichters die hij ontmoet had en kocht er boeken voor mensen die hem te eten hadden gevraagd. Met ingehouden adem van eerbied schuifelen we door de kleine winkel. En realiseren ons dat op al die plekken waar wij onze voeten neerzetten, ook de schoenen van Nijhoff, Marsman, Slauerhoff, Ter Braak, Du Perron, Gorter, Nescio, Bloem en Carmiggelt hebben gestaan. Hans Andreus, die in de barre winter van '62-'63 een zomerhuisje had gehuurd, kwam hier vaak om zich bij de grote kachel te warmen. En Neeltje Maria Min bracht hier hele middagen door voor de poëziekast, want geld om boeken te kopen had ze toen nog niet.

Buiten op het plein staat een bronzen beeld van A. Roland Holst, met in de knik van zijn elleboog de onafscheidelijke wandelstok ('mijn ziel', noemde hij die). Verderop, voorbij Museum Kranenburgh waar een kabinet is ingericht met herinneringen aan Roland Holst, gaan we schuin links de Roodeweg in. Op de linkerpilaar van de toegangspoort naar 'Het Oude Hof' staat een gedicht van -alwéér- Roland Holst.

Rechts van de Mosselenbuurt ligt de Buerweg. Hier woonden de schilders Leo Gestel, Charley Toorop met zoon Edgar Fernhout, Dirk Filarski en Gerrit van Blaaderen. In Huize Westdorp, waar de oom en tante van Roland Holst woonden, kwam Roland vaak logeren voordat hij zich definitief in Bergen vestigde.

Op de Meerweg heeft J.J.Slauerhoff gelogeerd, de vraag is alleen of hij dat op nummer 19 of 21 heeft gedaan. Op de Midden Geestweg 14 woont schilder en dichter David Kouwenaar, hier vierde zijn broer Gerrit in 1948 zijn bruiloftsfeest. Voor het huis staat een auto met brandende koplampen. We kijken elkaar aan: zou-die van Kouwenaar zijn? Ietwat beschroomd bellen we aan. De kunstenaar himself doet open, zijn blik is afwerend. Wanneer de auto inderdaad van hem blijkt te zijn, verdwijnt dat stugge en bedankt hij ons vriendelijk. Giebelend als twee pubermeiden lopen we de Midden Geestweg af: stel je voor, als wij er niet waren geweest had David Kouwenaar zijn auto moeten opduwen!

Op nummer 35 woont Sjoerd Kuyper, maar wat veel leuker is: op nummer 56 woonde Lijsje Lorresnor, het talentvolle maar straatarme meisje uit het gelijknamige kinderboek van Nancy Selleger-Elout. Lijsje heette in werkelijkheid Jansje van Wonderen en was 31 jaar dienstmeisje bij de familie Selleger. Het huisje aan de Midden Geestweg waar zij met haar ouders, zusjes en broertjes woonde is zo klein, dat het bijna onvoorstelbaar is dat ze er allemaal in konden.

In 1927 kocht de vader van David en Gerrit Kouwenaar een stuk land en liet daar een vakantiehuis op bouwen dat hij 'De Kouw' noemde. Hier, op de Doorntjes 32, brachten de Kouwenaartjes al hun vakanties door. Vanaf 1 mei 1940 werd het huis voor elf maanden aan de familie Du Perron verhuurd. Omdat er de dagen daarna nogal wat bommen vielen in de buurt, vluchtten de Du Perrons op 10 mei naar een huis aan de Eeuwigelaan, waar Edgar vier dagen later aan angina pectoris overleed.

Op de Loudelsweg staat de voormalige huishoudschool, waar Neeltje Maria Min net zo lang uit het raam heeft zitten staren tot ze niet meer leerplichtig was. Met een omweggetje langs de Boendermakerhof 10, waar Lucebert woonde en werkte, zijn we dan weer terug bij Min, want op de Natteweg 3 staat het lieve witte huisje waar zij van haar vierde tot haar zestiende heeft gewoond.

Bij de Ruïnekerk staat het Huis met de Pilaren, de stamkroeg van veel kunstenaars. Op de tafels liggen pluchen kleedjes die daar misschien al honderd jaar liggen. We kiezen een plekje aan het raam en hopen dat Roland Holst hier zijn vaste stekkie had. Dan zou dit dus de tafel kunnen zijn waar hij zijn bewonderaars en vriendinnen ontving, de tafel waaraan hij af en toe een paar dichtregels noteerde. Er loopt een rilling langs mijn rug. Ja, het is koud vandaag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden