In de trilvenen van Tienhoven

Tot in de vroege Middeleeuwen was West-Nederland een enorm veengebied. De zee brak er af en toe in, want er waren nog geen dijken. Wat aan veen overbleef, werd later ontwaterd voor landbouwdoeleinden en voor de winning van brandstof. Eerst werd het veen tot grondwaterniveau afgegraven en toen de vraag naar turf toenam, werd het veen uitgebaggerd tot op de zandondergrond.

Bij deze 'natte' vervening ontstonden petgaten met daartussen legakkers, waar de bagger werd gedroogd. Het vervenen was aan strikte regels gebonden om te voorkomen dat te smalle legakkers door storm en golfslag zouden wegslaan. Uit winstbejag lapte men die regels aan zijn laars en als gevolg van deze 'wilde vervening' ontstonden de meeste plassen van West-Nederland.

,,Dit gebied kwam het laatst aan de beurt voor vervening, omdat de veenlaag hier veel dunner was dan verder naar het westen.'' Aan het woord is Niels Schouten, opzichter van het laagveenreservaat van Natuurmonumenten aan de Tienhovense Plassen.

,,De petgaten groeien weer dicht. We moeten zelfs nieuwe graven om open water in het land te houden. In het schone, voedselarme grondwater van de Utrechtse Heuvelrug, dat hier als kwel aan de oppervlakte komt, ontwikkelden zich trilvenen in geïsoleerde verlande petgaten. Op de resten van moeras- en waterplanten ging veenmos groeien, dat een basis vormt voor de vestiging van allerlei zeldzame planten.''

Drijvend land
Trilvenen zijn zeldzaam en daarom niet toegankelijk. Je kunt het reservaat overzien vanaf een openbaar voet- en fietspad, dat begint bij de in 1833 gebouwde wipwatermolen 'De Trouwe Wachter'. Gele plomp, watergentiaan en zwanebloem bloeien in de sloot bij de watermolen en glanzig en drijvend fonteinkruid en groot blaasjeskruid vullen het water in de in 1982 gerestaureerde houten schutsluis naast de molen.

Wij mochten mee met de opzichter. Schouten: ,,Zolang de trilvenen contact hebben met het kwelwater, zijn ze op hun mooist. Als de bodem te hoog wordt, moeten de venen het uitsluitend hebben van de neerslag, die tegenwoordig vol voedingsstoffen zit. Daardoor verzuren ze snel en degenereren ze op zijn best tot schraalland.''

De grond golft onder de voet. De dunne bodem 'drijft' op met water doortrokken modder. Hoe schoon dat water is, zien we in de slootjes. Daar groeit naast smalle ook brede waterpest. De later dan de brede verschenen smalle waterpest, tegenwoordig de gewone soort omdat hij tegen watervervuiling kan, neemt bijna overal de plaats in van de 'klassieke' brede waterpest, die verontreinigd water mijdt.

Je ziet aan de vegetatie direct waar de bodem verzuurd is. Padderus en veenpluis vormen er hele velden en er groeien fel oranje vuurzwammetjes in het veenmos. Donkergroen veenhaarmos heeft zich op een paar vierkante meters in het lichtgroene veenmos gevestigd. In het decimeters dikke haarmospakket willen alleen houtige gewassen ontkiemen, zoals elzen, berken, lijsterbes en appelbes. Daar is het trilveen bezig moerasbos te worden.

Trilveenplanten
Sommige bijzondere planten houden het in de verzuurde delen nog een hele tijd uit. We vinden er nog grote ratelaar en zijn verwant het moeraskartelblad, die beide op andere planten parasiteren, en wateraardbei met kenmerkend, van onderen witviltig blad en harde, aardbeiachtige purperen vruchten. Moeraswalstro, moerasvaren, grote kattenstaart en reukgras verdragen de verzuring ook beter dan de vermesting, die eveneens uit de neerslag voortkomt.

Kale jonker, een distel met een manshoge bloeistengel met helemaal bovenin een kluitje bloemhoofdjes, is in verzuurde delen veel talrijker dan in door kwel gevoed trilveen. Juist in dat matig voedselarme trilveen vind je naast gewone planten als watermunt, brunel, moerasandoorn, melkeppe en egelboterbloem kritische soorten als vleeskleurige orchis en rietorchis, nu alleen te herkennen aan de uitgroeiende vruchten. Een plek staat vol waterdrieblad, een plant van kwelplekken. Moeraszoutgras geurt vreemd zurig, als je de biesachtige bladeren kneust. Het is daaraan beter te herkennen dan aan de smalle aren van onaanzienlijke groenige bloemen. We vinden de nogal zeldzame geelgroene zegge, ook al zo'n grasachtige plant die je moeilijk thuis kunt brengen. Zeggen kun je met zekerheid determineren aan de urnvormige vruchtjes, die van soort tot soort verschillen.

Open petgat
Het lijkt vreemd dat je midden in de voedselarme trilvenen vogelwikke en moerasrolklaver tegenkomt. Die voelen zich doorgaans op voedselrijker grond thuis. Tot je bedenkt dat ze als vlinderbloemigen stikstof vastleggen in wortelknolletjes en dus hun eigen voedsel aanmaken. Grote plekken zien geel van de volop bloeiende moerasrolklaver, die zelfs van de oever af het water in groeit.

We zijn dan aangekomen bij een petgat dat nog niet helemaal is dichtgegroeid. Er bloeien witte waterlelies en in het oeverwater groeit pijptorkruid, met purperen helmknoppen, die fraai afsteken tegen de witte kroonblaadjes.

Hier vind je de planten die verantwoordelijk zijn voor het dichtgroeien van het open water. Het grootste aandeel leveren de velden van krabbescheer. Stekelige bladeren steken net de vaak door meerkoeten afgebeten punten boven water. Witte waterkers vormt een drijvende mat van gedeelde blaadjes en witte bloemetjes, met daartussen het blauw van vergeet-mij-nietjes.

Drijftillen
Uit drijvende knollen ontspruiten sterk gedeelde bladeren met daarbovenuit witte schermbloemen. Dat is de dodelijk giftige waterscheerling, die drijftillen vormt, eilandjes waarop andere moerasplanten zich vestigen. Spectaculair is de een meter hoge grote boterbloem met glanzend dooiergele bloemen, die in het water wortelt.

Aan het petgat leven ook meer vogels. Een kleine karekiet vliegt van de ene dichtbegroeide oever naar de andere. Verderop zingt een rietgors zijn eentonige liedje. Tien grauwe ganzen vliegen gakkerend op van de aanpalende weide en voegen zich bij een grote troep die in de verte heen en weer vliegt.

Blauwe oeverlibellen patrouilleren boven het water, juffertjes zweven tussen de zwaardbladen van grote egelskop, kalmoes en grote en kleine lisdodde. De juffertjes hebben grappige Nederlandse namen: watersnuffel en lantaarntje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden