In de topvij... euh, topacht

Analyse Plek op ranglijst zegt weinig, maar doe iets aan gebrekkige innovatiekracht

ESTHER BIJLO en REDACTIE ECONOMIE

Pijnlijk was het wel. De trotse woorden van premier Rutte in zijn Schoolezing, 'Nederland staat in de top-5 van meest concurrerende economieën', waren nauwelijks uitgesproken, of Nederland bleek naar plek 8 te zijn gekukeld.

Het is maar een lijstje, had minister Kamp van economische zaken gisteren in zijn reactie kunnen zeggen, maar de anders zo goed geluimde bewindsman was er niet blij mee. Het is weliswaar een van de vele ranglijsten, maar wel een gezaghebbende, bleek uit zijn serieuze reactie.

Het World Economic Forum (WEF), internationaal discussieplatform betaald door het bedrijfsleven, gaat inderdaad niet over één nacht ijs. Het kijkt naar vele factoren, zoals overheidsfinanciën, loonkosten, de financiële sector, de beschikbaarheid van werknemers, innovatiekracht. Daarnaast is er een enquête onder vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Uit die gegevens samen volgt de lijst.

Ook critici van het kabinet nemen de klassering ernstig. "Zie je wel, dit kabinet investeert niet", klonk er van alle kanten. "Bedankt Rutte", alsof de premier hoogstpersoonlijk verantwoordelijk is voor deze deceptie. Het roept de vraag op hoe Nederland dan eigenlijk vorig jaar op die prachtige vijfde plaats terecht is gekomen. Ook toen was Rutte premier. In 2011 stond Nederland nog zevende, in 2009 tiende. Er is dus onder het bewind van Rutte ook een gestage opmars geweest.

Het is echter lastig de schommelingen in zo'n lijst één op één terug te voeren op overheidsbeleid. Toen Nederland de vijfde plek bereikte, werd door de Nederlandse onderzoeker voor het WEF, Henk Volberda, gewezen op 'het stabiele innovatiebeleid'. Maar dit jaar is de score op de factor innovatiekracht slecht en zou het zogeheten topsectorenbeleid van de overheid juist falen. Dat kan zo zijn, maar het is in dit verband een moeilijk te volgen conclusie. Het is niet zo dat in één jaar tijd het innovatiebeleid 180 graden is gedraaid.

Het lijkt er meer op dat de zwakke kanten van de Nederlandse economie het land in toenemende mate een slechte naam bezorgen. De nog altijd zwakke financiële sector, de aanhoudend krimpende economie waarmee Nederland het slechter doet dan andere landen, en de moeizame vooruitzichten als gevolg van de hoge private schuldenberg. De factoren waarop Nederland hoog scoort, zoals infrastructuur, arbeidsrust, gemiddeld hoogopgeleid, kunnen dit jaar niet op tegen die slechte waarnemingen.

"Wat moet ik met die lijst", had minister Kamp dus ook kunnen roepen. Het zou echter jammer zijn al dat werk weer meteen in de prullenbak te gooien. Er zit door de jaren wel een aantal rode draden in, die overigens ook uit andere onderzoeken komen. Eén ervan is dat er in Nederland te weinig wetenschappers zijn. Daarnaast is er een gebrek aan technisch opgeleide werknemers op alle niveaus. Dat is geen nieuw probleem. In 2003 constateerde de Europese Commissie al dat het gebrek aan bèta-mensen de innovatiekracht van Nederland zou gaan belemmeren. Dit jaar is er dan eindelijk een toenemende belangstelling voor technische studies aan de universiteiten. Maar het techniek-pact, vooral bedoeld om meer technici op mbo- en hbo-niveau op te leiden, komt nog nauwelijks van de grond.

Een andere constante zijn de lage uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling, door zowel de overheid als het bedrijfsleven. Dat is ten dele te verklaren door de grote dienstverlenende sector in Nederland. Daarvoor gecorrigeerd, blijft Nederland echter nog steeds fors achter op bijvoorbeeld de Scandinavische landen en de VS. En dat betekent dat er in Nederland te weinig vernieuwende, kritische massa is om de economie weer op eigen kracht uit de dip te krijgen.

Die lacunes, die echt niet in één jaar tijd zijn ontstaan, zijn belangrijker dan de vraag of Nederland op zo'n lijst vijfde of achtste zou moeten staan.

Allerlei lijstjes
Er zijn vele ranglijsten. Om het concurrentievermogen te meten, zijn die van het World Economic Forum en de Zwitserse business school IMD het bekendst. IMD zette dit jaar vraagtekens bij de strenge bezuinigingen in Nederland. TNO ontwierp een ranglijst voor stedelijke gebieden. Voor universiteiten is de Times-ranking, naar het Britse tijdschrift. Die meet hoe vaak wetenschappers worden geciteerd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden