In de tl-buis gebeurde iets raars

(Trouw)

Hij wist dat zijn ontdekking niet strookte met de theorie, maar hij was ervan overtuigd dat hij goed had gemeten. Het Reifenschweiler-effect was er echt.

’Het duurt niet meer zo lang”, zei hij tegen zijn geliefde Hildegard, „of ze reizen naar de maan”. Het was net na de oorlog en ze dacht dat haar Otto gek begon te worden.

Maar Otto Reifenschweiler wist waar hij het over had. Hij was in Peenemünde geweest, het oord waar Wernher von Braun zijn V2-raketten had gebouwd en al droomde over bemande ruimtevaart. Otto kon alleen niet voorzien dat het zo lang zou gaan duren.

Pas een kwart eeuw later zette Neil Armstrong zijn eerste stappen op de maan, en eigenlijk was Reifenschweiler er toen nog niet helemaal klaar voor. Want hoewel hij al vele jaren voor Philips in Eindhoven werkte, was er in huize Reifenschweiler geen televisie. Ondingen vond hij het. De tv maakte mensen passief. Hij wilde gezelligheid in huis, gesprekken voeren, liefst met een goed glas wijn en eventueel kaarslicht erbij. Voor de gelegenheid maakte hij een uitzondering en leende een toestel. Maar toen de Apollo 11 terug op aarde was, ging het ding weer de deur uit.

Otto Reifenschweiler werd op 7 maart 1920 in Bad Krozingen geboren, dichtbij Freiburg in het Zwarte Woud. Hij was een leergierige jongen. Op latere leeftijd vertelde hij graag het verhaal over de Italiaanse arbeiders die bij zijn vader, een bosbeheerder, in dienst waren. Hij raakte gefascineerd door hun zangerige taal, wilde ook zo leren spreken maar daar kon geen sprake van zijn.

Dus deed hij het stiekem. Wat leer je toch voor vreemde woordjes, vroeg zijn moeder, als hij wat luid had zitten oefenen. Latijn, moeder, was het antwoord. Maar het kwam toch uit. Toen zijn vader op een dorpsfeest in een geanimeerd gesprek was verwikkeld met zijn arbeiders kon de jonge Otto zich niet inhouden en hij mengde zich in het debat, in vloeiend Italiaans. Du Lausbub, schimpte vader.

Niet lang daarna is de deugniet een blauwe maandag lid van de Hitlerjugend, maar ook dat vindt vader niks gedaan en hij haalt zijn zoon eraf. Gevolg is wel dat Otto wordt opgeroepen voor militaire dienst. Hij bedient in de oorlog een tijd het luchtafweergeschut op de Brandenburger Tor in Berlijn, krijgt daar een keer bezoek van niemand minder dan Hitlers minister van propaganda Joseph Goebbels, maar grijpt de eerste de beste kans om het oorlogsgeweld achter zich te laten.

Duitse soldaten kunnen studieverlof opnemen en Reifenschweiler wil niets liever dan dat. De natuurkunde, dat is zijn passie. De raketten van Von Braun fascineren hem, maar van het militarisme moet hij niets hebben.

Dus wordt het de universiteit van Freiburg, waar hij promoveert op ionenbronnen. Dat is niet zo opmerkelijk: in die dagen denken velen dat ionenmotoren de raketten van de toekomst zullen aandrijven.

Maar het proefschrift levert hem emplooi op in een heel andere sector. De medische tak van Philips heeft zijn oog laten vallen op de jonge fysicus – zijn kennis komt goed van pas bij het ontwerp van de röntgenapparaten die het Eindhovense bedrijf bouwt. Reifenschweiler krijgt een baan in de Philips-vestiging in Hamburg, een fabriek die ooit is opgericht door Wilhelm Röntgen zelf. Maar voordat hij er één handeling heeft kunnen verrichten, wordt hij in 1951 naar het moederbedrijf in Eindhoven gehaald.

Reifenschweiler is een van de eerste Duitsers die na de oorlog in Nederland komen werken. Niet iedereen is enthousiast over zijn komst, maar Otto ontpopt zich als een beminnelijke collega en later als een afdelingschef die op handen wordt gedragen. Een man zonder kapsones, die altijd zichzelf blijft en voor wie iedereen gelijk is.

Zijn grootste ontdekking is een verbeterde neutronenbuis, een apparaat dat wordt gebruikt bij kankertherapie. Het vullen van de buizen luistert nauw en vreet tijd, zodat het team regelmatig tot diep in de nacht doorwerkt. Niemand klaagt, Otto heeft een stretcher op zijn werkkamer en als de magen knorren, bakt hij eitjes voor iedereen.

Op gezette tijden neemt hij zijn mannen mee naar buiten. De directie trekt de wenkbrauwen op, maar daar heeft Otto geen oog voor. Ze gaan eropuit, naar de Ardennen, waar ze tochten maken, vuren stoken en waar hij biefstuk braadt aan het spit. Auf Deutscher Art, dus met spek ertussen. Precies zoals hij gewoon is met zijn gezin te doen. Het werk mocht belangrijk wezen, vakantie is ook belangrijk, zegt hij altijd. En hij geniet ervan als anderen het goed hebben.

Begin jaren vijftig doet hij zijn grote ontdekking. Philips heeft problemen met zijn tl-buizen. Om ze sneller te laten ontbranden, is er radium in aangebracht; de radioactiviteit versnelt de ionisering van het gas. Maar radium blijkt gevaarlijk. In korte tijd overlijden zes mensen die ermee hebben gewerkt. Reifenschweiler wordt gevraagd te zoeken naar een alternatief.

Dat wordt tritium, een zware, radioactieve variant van waterstof. Hij brengt het tritium in de buizen, terwijl het is ingekapseld in titaan, een bekende techniek destijds. Reifenschweiler doet proeven om te testen hoe de titaan-tritium-combinatie zich houdt in de tl-buis.

Hij constateert iets vreemds. Wordt het heet in de buis, een paar honderd graden, dan neemt de radioactiviteit af. Hij doet allerlei tests, maar het fenomeen is onmiskenbaar. Zo keert de radioactiviteit bij nog hogere temperaturen weer terug; het tritium is dus niet verdampt.

Eigenlijk kan het niet, dat weet hij ook wel. Radioactiviteit is het domein van de zwakke kernkracht. Die laat zich niet door zo’n macro-effect als temperatuur beïnvloeden. De hele kernfysica zou op de schop moeten als het ’Reifenschweiler-effect’ werkelijk zou bestaan. Hij krijgt bij Philips niet de kans om het tot op de bodem uit te zoeken. Er zijn andere verplichtingen en de tritium-metingen verdwijnen op de plank.

Daar liggen ze een jaar of dertig. Hij is al meer dan tien jaar met pensioen als zijn oude baas, de inmiddels ook allang gepensioneerde Hendrik Casimir, contact met hem opneemt. In 1989, zegt Casimir, een zeer gerenommeerd fysicus, hebben de elektrochemici Martin Fleischmann en Stanley Pons de wereld versteld doen staan met hun ’koude kernfusie’. De twee claimen dat ze waterstofkernen bij kamertemperatuur hebben laten fuseren, in een opstelling die op een laboratoriumtafel past. De opwinding luwt snel als niemand dit onmogelijk geachte kunststukje weet te reproduceren.

Casimir is niet overtuigd. Er moet daar toch iets gebeurd zijn, redeneert hij, en dat iets heeft misschien verband met de tritiummetingen van Reifenschweiler. Hou vast aan je idee, is Casimirs motto, totdat je erachter komt dat de duivel met je heeft gespeeld.

Hij zet Reifenschweiler ertoe aan zijn bevindingen op te schrijven en ter publicatie aan te bieden. Dat lukt. In 1994 verschijnt zijn tritiumverhaal in het vakblad Physics Letters A.

En het werkt. Zijn idee wordt opgepikt, met name door Roger Cox, een fysicus die werkt in de kernwapenindustrie. Tritium vormt namelijk ook de lading van waterstofbommen. Maar omdat tritium radioactief is, vervalt het: elke twintig jaar moeten de kernkoppen worden vervangen. Als iemand een manier weet om die radioactiviteit te verminderen, bespaart dat de Amerikaanse defensie miljoenen dollars per jaar.

Dat zint de antimilitaristische Otto niet helemaal, hij wilde zijn vinding voor vreedzame doeleinden inzetten; maar het idee dat iemand zijn metingen serieus neemt, vergoedt veel. Het experiment van Cox verdwijnt evenwel in de mist. Het kan niet in Cox’ eigen laboratorium plaatsvinden, wordt daarom verplaatst naar het militaire complex van het Amerikaanse Los Alamos, maar het is tot op de dag van vandaag onduidelijk wat er precies mee is gebeurd.

Hij vecht nog een tijd voor zijn experiment, schrijft nog enkele artikelen, maar langzaam laat zijn geest hem in de steek. Het frustreert hem dat hij de denkkracht niet meer kan opbrengen om het probleem te doorgronden.

Zijn levenslust blijft langer bij hem. Tot kort voor zijn dood grapt hij op de vraag hoe het gaat: „Auf zwei Beinen, wie ein halber Hund”.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden