In de stem van Cheikh Lô hoorde Youssou N'Dour een reis door Niger en Mali.

Traditiegetrouw opent de Boekenweek ook dit jaar met het Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Toch neemt de Crossing Border-organisatie alvast de gelegenheid te baat om zondag de inleiding te schrijven. Tijdens de manifestatie 'Het Voorwoord' zullen in Den Haag de letteren knetteren wanneer een bonte stoet musicerende en schrijvende artiesten bezit neemt van de Koninklijke Schouwburg.

door Stan Rijven

Het boekenweekthema van 2006 'Muziek & literatuur' is Crossing Border, gezien haar geschiedenis, op het lijf geschreven. Dat resulteert in een uitgelezen programma vol bijzondere combinaties tussen muzikanten en schrijvers. Zo duelleert pianist Guus Janssen met Bernlef, zullen Corrie van Binsbergen & Band Hagar Peeters begeleiden en speelt saxofonist Benjamin Herman een wedstrijd met Wilfried de Jong.

In plaats van te zingen worden Barry Hay, Spinvis en Raymond van het Groenewoud aan de tand gevoeld over het literair gehalte van hun teksten. Naast het optreden van een boel auteurs, variërend van Abdelkader tot Zwagerman, heeft Het Voorwoord drie verrassende concerten in petto. Het vernuftige Vlaamse orkest Hooverphonic, het spraakmakende Malinese duo Amadou & Mariam en de Senegalese ster Cheikh Lô.

Met zijn ravissante kleding, een bonte assemblage van stoffen en kleuren, past Lô naadloos in het modebeeld van komende zomer. Zelfs zijn lange lokken voldoen aan de norm. “Toch is dit al jarenlang mijn dracht“, zo vertelt hij onderuitgezakt in de lounge van het beige Hilton in Newcastle. Hij treedt er niet op tijdens de Womex, de grootste wereldmuziekbeurs ter wereld, maar komt er zijn nieuwste cd 'Lamp Fall' promoten. Een even fascinerend, veelkleurig album als zijn patchwork-uitdossing suggereert.

Cheikh Lô (50) behoort met Baaba Maal en Youssou N'Dour tot de nieuwe generatie zelfbewuste artiesten, die Afrika een krachtige internatonale stem verlenen. Mede dankzij hen ontpopt Dakar zich met haar talloze hiphop crews tot het New York van Afrika. Wegens hun combinatie van muziek en spiritualiteit gelden ze als de opvolgers van de traditionele 'griots', de Westafrikaanse troubadours die al zingend de geschiedenis doorgeven. Het verschil schuilt hooguit in de moderne middelen die ze in stelling brengen.

Zoals U2 haar eigen Windmill Studios in Dublin ten dienste stelt van aanstormend talent, zo benut Youssou N'Dour zijn eigen Xippi Studios in Dakar. Cheikh Lô viel in 1996 als eerste de eer te beurt om er zijn debuutalbum, 'Ne le thiass', op te nemen.

Desgevraagd - in een ander interview - herinnert Youssou N'Dour zich zijn eerste ontmoeting met Lô die al in 1989 voor hem wat sessiewerk deed, maar al te goed: “Toen Cheikh de koortjes inzong werd ik gegrepen door zijn stem. Het was alsof je een reis door Burkina Faso, Niger en Mali hoorde.“

Lô nu: “Ik had iets te bieden en had jarenlang op dit moment gewacht. Dankzij N'Dour brak ik met deze plaat internationaal door.“ Zodoende werd Cheikh opgepikt door Nick Gold, directeur van het onafhankelijke Britse platenlabel World Circuit. Gold bezit zowel een neus voor talent als voor marketing. De mondiale successen van de Cubaanse Buena Vista Social Club en de Malinese diva Oumou Sangare komen grotendeels op zijn conto.

Het intrigerende album 'Lamp Fall' bespeelt dezelfde registers, het is even toegankelijk als verrassend en biedt je een wereldwijde grondtoon met een lokale melodie. Vleugjes Congolese rumba vermengen zich met rollende mbalax-ritmes uit Senegal. Braziliaanse percussie wissselt Cubaanse son af, maar ook Amerikaanse soul-invloeden vol Stax-grooves en notabene de funkypartijen van James Brown-saxofonist Pee Wee Ellis. Daaroverheen wiegt Cheikh Lô zijn melancholieke zang, in elke noot zindert spanning.

Druk gesticulerend vertelt hij een kind van vele culturen te zijn: “Ik werd geboren in Opper-Volta, het huidige Burkina Faso, en verhuisde op mijn twaalfde naar Senegal. In Dakar vermaakte ik toeristen, in 1985 belandde ik zoals iedere muzikant met dadendrang in Parijs. Ik was als een spons die alle invloeden in zich opzoog. Van Otis Redding tot Cubaanse son, maar ook Zaïrese rumba.“

“In Parijs deed ik percussie en achtergrondzang. Het was studio-slapen-studio-slapen en dat twee jaar lang. Toute Afrique kwam er opnemen. Ik hield vooral van muziek uit Congo en Kameroen. Misschien hoor je nog een beetje de invloed van Papa Wemba's zangstijl bij mij terug.“

Maar vooral de invloed van zijn spirituele leidsman Cheikh Ibra Fall (1858-1930), waarnaar de cd-titel verwijst kleurt het thema van 'Lamp Fall'.

Lô: “Hij was oprichter van de Baye Fall broederschap. Zijn leerling Amadou Bamba stichtte de Mouridim beweging, een uiterst vredige islam-variant die vanaf eind 19e eeuw grote aanhang in West-Afrika verwierf'. Maar hoe zit het dan met die rastalokken, die komen toch uit Jamaïca? Cheikh, stellig: “Wij waren de eersten. Tot vandaag zijn de Baya Fall herkenbaar aan de uiterlijke kenmerken van toen, rastalokken en een patchwork-dracht.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden