’In de sport droom je het leven’

Van curling, bobsleeën en roeien heeft Koen van Nol geen verstand. Als topsportcoördinator van de drie bonden bemoeit de oud-judoka zich ook niet met technische zaken als ’de steen in het huis werpen’.

,,In de sport droom je het leven. De mooiste tijd was toen ik zelf midden in die droom zat waarin ik wereldkampioen zou worden. Nu wil ik de wereld versteld doen staan door anderen tassen vol gouden medailles te laten winnen.’’

Sport sluit volgens Koen van Nol (32) terecht aan achter andere zaken. ,,Je hebt eerst het journaal en dan het sportjournaal, zoals je in een krant veel pagina’s door gaat voordat je bij de sport bent. Maar nergens ligt het realiseren van een doel zo dichtbij als in de sport.’’

,,Er zijn mensen die ervan dromen president van Amerika te worden, of filmster, minister, chirurg, piloot. In de sport zijn hoge doelen makkelijker te bereiken, omdat succes er redelijk maakbaar is.’’

Als judoka, en eigenlijk ook in zijn maatschappelijke loopbaan, bleef het voor Van Nol bij dromen. Hij werd nooit wereldkampioen, noch is hij rechter geworden. Toch is de ambitie om iets moois te bewerkstelligen niet getemperd.

Toen hij als judoka naar Haarlem verhuisde om bij Kenamju topsport te bedrijven, had hij geen flauw benul wat dat inhield. En eigenlijk hield niemand er rekening mee ’dat het ooit wat zou worden’. Hij werd zevende van Europa en de wereld. Voor de Olympische Spelen in 2000 kwam hij één treetje tekort.

,,Ik heb het net niet gehaald, maar het was niet eens zo teleurstellend. Ik heb er alles voor gegeven, was gewoon niet goed genoeg. Ik was er een in een grote grijze groep.’’

Gedurende zijn judoloopbaan studeerde Van Nol af als jurist. Zijn hartenwens om rechter te worden strandde vorig jaar in een lange afvalrace. ,,Ik heb altijd rechter willen worden, zeker geen advocaat. Ik houd van objectief oordelen, zuiver afwegen, helder analyseren. Op zoek zijn naar de waarheid, niet naar het gelijk krijgen. Een advocaat redeneert altijd vanuit twijfel.’’

,,Sportprestaties laten zich niet beredeneren, sport is ongeschikt voor berekeningen en calculaties. Trainingsmethodes worden als effectief erkend terwijl niet is bewezen of ze dat ook zijn. Je kunt mensen alles vertellen. Toen ik voor het eerst op een A-toernooi kwam, kreeg ik een chaos aan indrukken. Als ze me toen hadden verteld dat ik kon winnen door elke dag twee kiwi’s te eten, had ik dat gedaan.’’

Hoe vaak hoor je verslaggevers niet uitroepen ’hoe is het mogelijk?’ Onzin, het mooie van sport is dat alles mogelijk is. Wat je kunt controleren moet je zo goed mogelijk doen. Daarbinnen zwaait een slinger alle kanten op. ,,Als judoka kan je iedereen verslaan, maar je kunt ook van iedereen verliezen.”

Vierenhalf jaar was Van Nol topsportcoördinator van de judobond, ver op de achtergrond. Hij stopte vanwege een aloude tegenstelling, die van professioneel kader versus vrijwillige bestuurders. ,,Mensen met het minste verstand van topsport hebben er het meest over te zeggen. Het is een goede, volwassen bond, maar de topsport moet beleidsmatig worden losgekoppeld.”

Judo is nog altijd zijn grootste liefde. Van Nol is bang dat het huidige succes na de Spelen van Peking snel weg is. ,,Topjudo staat of valt met vijf coaches en acht sporters. Als die stoppen, is er niets meer. Ik heb geprobeerd daar iets aan te doen, maar het was trekken aan een dood paard. Het bestuur heeft geen kennis, geen visie en geen daadkracht.”

Van Nol had zich verzoend met een carrière als jurist toen Charles van Commenée, technisch directeur NOC-NSF, hem vroeg coördinator te worden bij drie kleine bonden. ,,Nu werk ik binnen drie totaal verschillende culturen.” Hij zegt het bijna beschaamd: ,,Kijken naar sport doe ik weinig. Betrokken zijn bij het proces dat leidt tot een prestatie is veel leuker dan kijken.” In dat proces predikt hij samenwerking en kruisbestuiving. Zo kan hij als ’buitenstaander’ binnen zijn nieuwe sporten zeker van nut zijn.

,,Ik vraag iedereen de oren van het hoofd. Acht van de tien keer vraag ik naar de bekende weg, bij de andere twee keer denkt een coach: hé, kan ik iets met dat andere inzicht? Er kan veel winst wordt behaald als coaches hun ego opzij schuiven en openstaan voor anderen. Laat Cor van der Geest een week AZ trainen en Louis van Gaal Kenamju. Ik weet zeker dat Van der Geest iets aan voetbal kan toevoegen en Van Gaal iets aan judo. Het is echt niet toevallig dat Guus Hiddink Joop Alberda heeft meegenomen naar Rusland.”

In het prilste stadium van zijn contact met de curlingbond, dacht Koen van Nol: ’Dat zal ik nog maar even stilhouden’. En jawel, het nieuws van zijn indiensttreding was amper een dag oud, of er werd een pakketje thuis bezorgd. Een bezem en een curlingsteen met zijn foto. Afzender: medewerkers bondsbureau judo.

Van Nol was even stil toen hem door NOC-NSF het coördinatorschap bij de curlingbond werd aangeboden. Hij had gerekend op iets in het verlengde van judo, boksen bijvoorbeeld. Nu praat hij enthousiast over curlingschema’s. ,,Wie meer inzicht krijgt, raakt geboeid. Curling is jeu de boules op ijs, maar als topsport wordt het schaken. Wat Dennis van de Geest op de mat doet, doen deze sporters op het ijs. Daar wordt lacherig over gedaan, maar ik heb er veel respect voor gekregen.”

Van Nol kwam in een warm bad. ,,Het Nederlandse niveau is laag, internationaal is de sport niet zo geëvolueerd. Het kan met gerichte steun alleen maar beter worden. De curlingbond krijgt van NOC-NSF alle mogelijkheden om topsport te bedrijven. De betrokkenen stonden te popelen om te beginnen. Curling is ontwikkelingsland. Niemand weet er iets van topsport, zoals ik niets van curling wist. Ik moet met de bondscoach structuur aanbrengen. Daarbij hoop ik dat we niet alleen in 2010 deelnemers op de Winterspelen hebben staan, maar dat de bond zich ook heeft ontwikkeld tot een volwassen organisatie. Voor een bond met 150 leden is dit een enorme kans, ik ben er van overtuigd dat deze sport op een bepaalde manier kan worden gehyped.”

Nooit eerder zag Koen van Nol bij topsporters zo’n ’innerlijke drive’ als bij bobpiloten. ,,Ik ken judoka’s die zich naast hun studie enorme opofferingen getroosten. Maar voor een man als Arend Glas is bobsleeën iets dat hij tot in het diepst van zijn genen wil. Desnoods steekt hij zich ervoor in de schulden.”

,,Het probleem was altijd dat elke piloot zijn eigen slee kocht en zijn eigen bedrijfje runde. Glas had zelfs zijn eigen chef-kok. Het regelen van de meest uiteenlopende dingen kostte zoveel energie, dat de ogen van vermoeidheid bijna dicht vielen op het moment dat de bobbers aan de start stonden. Het ging ten koste van de prestaties. Een topsporter moet zich onbezorgd op presteren kunnen richten.”

Met een nieuw bestuur, een fulltime trainer en topsportcoördinator Van Nol, heeft de Bob en Slee Bond (BSBN) na vele turbulente jaren nu de centrale rol opgeëist. De bond bezit de sleeën en levert faciliteiten voor de programma’s en wedstrijden. ,,We verspillen geen geld in de breedte, het gaat om het beste team. De beste piloot krijgt de beste remmers toegewezen. Dat is in deze sport, waarin vroeger iedereen zijn eigen team samenstelde, een grote verandering.”

De Brit Tom De la Hunty, al eerder in Nederland werkzaam, is begeleider en samensteller van de teams. Met een startbaan in Harderwijk is er in de zomer ook in eigen land een trainingsfaciliteit. ,,Dit jaar gaan we daar op een soort idolachtige manier een talentenjacht houden. Wij zoeken grote, stevige meiden die een bob kunnen aanduwen.”

’Bij de roeibond is mijn werk 180 graden anders dan bij curling en bobsleeën. Er zijn academisch geschoolde vrijwilligers die bekend zijn met bestuurlijke processen. En het is een bond die het anderhalf jaar voor de Spelen aandurft met harde keuzes de organisatie behoorlijk te veranderen.” ,,Een van die keuzes is iemand als topsportcoördinator binnenhalen die niets van roeien weet. Dat is een risico. De bond wil excelleren, en heeft keuzes gemaakt die geboren zijn uit een visie. Dat is precies datgene waaraan de judobond zo’n schrijnend gebrek heeft, dat ik er vorig jaar ben opgestapt.” Roeien had voorheen een commissie toproeien, bestaande uit vrijwilligers, die dicht op de coaches stond. Die is nu op de achtergrond adviescommissie geworden en ik heb een aantal taken overgenomen. Zoals een aantal taken van de coaches ook bij mij is terechtgekomen.”

,,De roeibond heeft zes of zeven uitstekende coaches. Kampioenenmakers die vroeger directeur waren van hun eigen project.” Van Nol meent ze dingen uit handen zoals de organisatie van krachttraining, mentale begeleiding, voeding. Kortom de randzaken die centraal kunnen worden geregeld.

,,Zo houden zij tijd over om zich richten op de dingen waar ze goed in zijn. Bovendien kunnen we veel winst behalen uit kruisbestuiving. Trainers werkten vroeger op zichzelf, waar het voor de hand ligt om als team te functioneren. Ik heb bij de judobond gezien hoe goed het kan werken. Sinds Cor van der Geest en Chris de Korte daar op één lijn kwamen, is een cultuur ontstaan van elkaar inspireren en beter maken. Roeien moet een succesverhaal worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden