In de sporen van Fürst Pückler (2)

De uitgave van 'Andeutungen über Landschaftsgärtnerei' die ik hier in de oude zitkamer van de barones van Twickel opensla, is een eerste druk uit 1834 en bestaat uit een grote cassette met 45 kleurenlitho's - waarvan een aantal uitklapbaar en omklapbaar - en een tekstboek, waarin Fürst Pückler zijn visie formuleert over zijn ideale tuinen, parken en landschappen in Engelse stijl.

De platen van parkachtige landerijen met boomgroepen en waterpartijen zijn adembenemend getekend en ingekleurd en ik had gelezen dat zo'n eerste uitgave, waarvan exemplaren destijds voor kostbare tachtig Reichstaler circuleerden aan Europese hoven, op een veiling ergens ruim dertigduizend euro had opgebracht.

Het boek dat ik had opengeslagen was niet in mint condition, geloof ik. Er lagen wat vlekken over en de pagina's vertoonden gebruiksporen aan de randen, maar de kleuren van de litho's straalden nog net zo als bijna tweehonderd geleden.

Wat maakte deze Fürst zo bijzonder? Daarvoor moeten we ons een beeld vormen van het Saksen en Brandenburg van het begin van de negentiende eeuw, landstreken van Pruisen inmiddels, met adelshuizen en boeren, maar de grond was betrekkelijk arm, net als de adellijke stand eigenlijk, waarvan het goed weliswaar als een klein koninkrijkje functioneerde maar met alleen de opbrengst van aardappelen en naaldhout. Deze contreien leken op één grote Veluwe: zand, stuifzand, heide en dennen. En meren en rivieren. Pückler behoorde met zijn vrouw Lucie tot het vermogende deel van de Pruisische adel (Saksen was net aan Pruisen toegevallen) en met haar deelde hij een passie: hij wilde de wereld verfraaien. Zijn 'Andeutungen' beginnen als een klaagzang tegen de eigen adelstand: al dat riddergoed was eigenlijk in een deplorabele toestand, met een hoofdaanzicht van mestvaalten, waaraan zich varkens en ganzen tegoed doen, groentuinen met hoogstens een lavendel ter versiering, en verder een paar kromgegroeide vruchtbomen.

Nee, dan Engeland. Daarnaartoe had de jonge Pückler in 1814 zijn eerste reis gemaakt en alle grote landschapsparken bezocht en toen wist hij het zeker: zo moest zijn eigen landgoed, dat van Muskau, er ook uit gaan zien.

En wat een inspanning werd daar verricht; zijn hele vermogen, en dat van zijn vrouw, ging eraan op. Om het slot werd een pleasure ground aangelegd, met strakke rozenperken; zichtassen werden gekapt, boomgroepen geplant - hij gebruikte daarvoor duizenden volwassen exemplaren - ; waterpartijen aangelegd. Zo ontstond een kolossaal park, nu verdeeld door de Duits-Poolse grens maar toch nog een eenheid, dat in continentaal Europa zijn weerga niet kende. Pückler herhaalde zijn kunstje later nog eens op het familielandgoed van Branitz bij Cottbus, waar hij zich na de verkoop van Park Muskau aan Frederik van Oranje, de broer van onze Willem II, had teruggetrokken.

Ik heb beide parken nog niet gezien, maar we kunnen voor een indruk dichterbij blijven; in Bonn wijdt de Bundeskunsthalle een prachtige tentoonstelling aan Pückler en diens erfgoed.

In de museumwinkel daar tref ik een facsimile aan van de Andeutungen, de cassette met platen, voor 550 euro. Frisse druk, maar de kleuren minder levendig dan het Twickel-exemplaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden