In de sporen van de bokkenrijders

Ook in Limburg is het soms zoeken, maar je kunt er ontsnappen aan snelwegen, industrieterreinen én het vlakke Holland.

Limburg, ja ook Limburg, wordt steeds drukker. Steden dijen uit, bedrijven vragen alsmaar meer ruimte en de invloed van wegen en spoorlijnen neemt ook zicht- en hoorbaar toe. Toch zijn er nog groene parels genoeg, soms verborgen achter geluidsschermen, soms moeilijk vindbaar in het welvende land.

Het dal van de Geleenbeek tussen Sittard en Heerlen is zo'n verscholen juweel. Treinen en auto's racen er rakelings langs, houden hun passagiers onwetend van de schoonheid die zij mislopen. Hier begint het buitenland in Nederland, schieten de eerste heuvels uit onze platte bodem en graven holle paadjes zich vol verrassingen een weg in de Limburgse löss. Bomen transformeren het op en neer deinende landschap tot kathedralen. Alles ademt rust en vrede. Het brouwen van bier mag hier nog een ambacht heten, de oogst van fruitgaarden is bestemd voor de appelstroop. Kan het onschuldiger?

De Geleenbeek is voor honderd procent een Nederlandse beek. Zij ontspringt in een buurtschap bij Heerlen en geeft al het water dat ze van haar 28 zijstroompjes krijgt toebedeeld na bijna vijftig kilometer af aan de Maas bij Stevensweert. Haar oorspronkelijke naam is Glana, wat Latijn is voor 'heldere beek'. Maar die betekenis zag je er heel lang niet aan af. In de vorige eeuw is deze Glana door de staatsmijnen Maurits en Emma misbruikt om hun kolenslib af te voeren. Dat gebeurt tegenwoordig gelukkig niet meer, maar bij elke hoge waterstand hapt de beek weer wat van de walkant af en komt er opnieuw van die zwarte smeerboel in het water. Dus helemaal schoon is de Geleenbeek nog niet. Maar de stroom heeft weer meer de vrije loop gekregen, natuurgebieden zijn hersteld en het aantal fiets- en wandelpaden is uitgebreid.

Redenen genoeg dus om de auto eens op een parkeerplaats neer te zetten of op een van de stationnetjes tussen Sittard en Heerlen uit de trein te stappen en aan de wandel te gaan. Neem Sweikhuizen, een 'heus' bergdorpje dat bijna helemaal omgeven wordt door loof- en naaldbossen. Schoolkinderen zwoegen naast hun fiets naar boven, ouderen kiezen ervoor naar beneden te lopen vanwege de steile helling. Alleen wielrenners wagen het de klim op de fiets te doen. Michael Boogerd heeft hier in 1996 nog de Klauterkoers gewonnen, zijn eerste zege als prof.

Die klimtoer bestaat overigens niet meer. Blinden en slechtzienden komen nog wel naar het dorp; in de hoop te genezen van hun oogkwaal bezoeken zij de patroonheilige St. Odilia.

Sweikhuizen is een mooi vertrekpunt voor een wandeling in de voetsporen van de bokkenrijders. Op het platteland van Limburg is deze naam nog steeds een begrip dat de gemoederen heftig bezighoudt. Zelfs na tweehonderdvijftig jaar zijn de geleerden er niet over uit. Waren de Limburgse (en Brabantse) bokkenrijders nu moordenaars, bandieten en - zoals een pastoor in 1779 schreef - 'nachtdieven en knevelaars'? Of moet je ze meer zien als armoedzaaiers die uit stelen gingen om in leven te kunnen blijven en die vooral rijke lieden, pastoors en boeren als hun slachtoffers kozen?

In veel verhalen waren bokkenrijders goddeloze bendes, die plunderend en moordend rondtrokken en daarvoor zwaar gestraft werden. Er wordt ook beweerd dat bokkenrijders niet bestaan hebben maar gecreëerd zijn door de schepenbanken (rechtbanken), die vaak onterecht mensen tot de doodstraf veroordeelden nadat ze hen fictieve bekentenissen hadden afgedwongen op de pijnbank of via de 'tortuur'. Ton van Reen, auteur van de verfilmde roman 'De bende van de bokkenrijders', typeert hen als hongerlijders die 's nachts eropuit trokken om voedsel te stelen. Het stelen van een brood kon je je leven kosten. In Limburg groeiden de galgen als koren, aldus Van Reen. Geschat wordt dat ongeveer 1400 meestal onschuldige en vooral arme mensen door zogenaamde rechtbanken werden vermoord. En honderden zijn verbannen of gevlucht.

Op het hoogste punt van Sweikhuizen ligt Gasterie De Bokkereyer, waar je kunt genieten van een biertje en mooi uitzicht en kunt griezelen van mythische verhalen. Van hier daal je pittig af door het Stammenderbos. Prachtig maar ook onheilspellend, want bokkenrijders zouden zich daar in de nacht van 4 op 5 maart 1750 hebben verzameld om na een geheimzinnige sessie met gezang en dans het huis van Henri Petri in Puth te overvallen. Petri en zijn vrouw werden daarbij zwaar mishandeld.

Volg de Geleenbeek en huiver bij Kasteel Terborgh, waar omstreeks 1750 bokkenrijders werden opgesloten voordat ze werden opgehangen aan de galg op de Danikerberg. Dan verkiest de route een holle weg en tussen steile wanden en over smalle trappetjes maak je een omweg over een helling in de richting van Schinnen en het kleine Wolfhagen met hun heftige bokkenrijdersverleden. In de tuin van de Lijsterhof stond destijds het huis van Geerlingh Daniëls, een bendeleider die ook zou hebben deelgenomen aan de inbraak bij Petri in Puth en bij de dames Gadé in Geleen. Hij werd in 1751 op de vlucht aangehouden. In het gevang beroofde hij zichzelf van het leven.

Wij gaan hier de hoek om, vóór het woonhuis van de toenmalige schout Adam Fabritius, die de vervolging van zeventien bokkenrijders in 1743 voor zijn rekening nam. Meteen zetten we de klim in en kunnen ons geluk op de holle weg niet op. Over open veld gaat het verder naar Puth: wat nu een beetje een dooie boel is, maar in 1750 het toneel van de overval op de Petri's. Snel het dorp uit en over de Koolweg - een herinnering aan de tijd van de mijnbouw - naar de beruchte Danikerberg. Menig bokkenrijder verloor hier zijn leven, maar nu is het een idyllisch plekje, waar je zeker bij stil moet staan. Dan gaat het in een grote boog om Sweikhuizen heen tot aan de beek waar de rust weerkeert. Door het Stammenderdebos keren we terug naar De Bokkereyer, waar het warm is.

meer wandelingen en fietsen op trouw.nl/natuurtochten

Waarom naar Limburg?
Het Geleenbeekdal is een groene long in het verstedelijkte gebied tussen Sittard, Geleen en Heerlen. De natuur is zeer gevarieerd, het landschap is mooi tot soms adembenemend en de geschiedenis is rijk aan boeiende verhalen.

Route

Gasterie De Bokkereyer in Sweikhuizen, dagelijks geopend, is een goed vertrekpunt voor wandelingen in het gebied. Veel routes zijn gedeeltelijk onverhard en daarom ongeschikt voor rolstoelers. Horeca is er ook in Kasteel Terborgh, Schinnen en Puth. De route van 12 km is niet gemarkeerd, maar wel beschreven in 'In de voetsporen van de bokkenrijders' (15 rondwandelingen van het Bokkenrijdersgenootschap, uitg. tic, prijs € 9,90).

Bokkenrijders

Meer informatie over de bokkenrijders onder meer op www.bokkenrijders.com, www.rijckheit.nl en in boeken als 'De bende van de Bokkenrijders' (Ton van Reen) en 'Ze reden bij nacht' (Ben Lindekens).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden