In de schaduw van een seconde

Graven van schrijvers zwijgen niet, maar spreken. Zij roepen een leven en een oeuvre in herinnering en spreken zacht jes tot de verbeelding - na de laatste woorden. Een serie. Vandaag: het grafmonument van Louis Couperus.

'Wij dwazen en onzinnigen, wij die niet weten waarom wij leven, waarom wij geboren worden of sterven, wij kunnen tòch nog -o, al is het maar in de schaduw van een seconde- gelukkig zijn.''

Dat schreef Louis Couperus op zondag 8 juli 1923 in 'Intieme impressie', zijn allerlaatste feuilleton voor de Haagse krant 'Het Vaderland'. Achteraf klinkt dat als een epiloog. ,,De Goden hebben aan het einde medelijden met ons gehad!'' luidde zijn allerlaatste regel.

Toch wist de schrijver toen niet hoe dicht hij zelf het einde was genaderd. Couperus was, toen hij dit schreef, net gehuldigd voor zijn zestigste verjaardag. Dat was nog een heel pompeus gedoe geweest, waar de schrijver, naar eigen zeggen, 'braaf feestvarkengeknor' had laten horen en Lodewijk van Deyssel een ronkende speech had gehouden.

Couperus was net met zijn vrouw, na zijn leven lang over de wereld te hebben gezworven, teruggekeerd in Nederland. Hij had een huis, 'klein, maar lief', laten bouwen in het dorpje De Steeg, diep in de provincie. Om elke dag achter zijn schrijftafel te kruipen.

Hoewel Couperus zich van de naderende dood allerminst bewust was, tekende Simon Carmiggelt in een van zijn Kronkels de herinneringen op van de buurman van Couperus in De Steeg, die in een hele andere richting wijzen. Deze buurman had de schrijver in zijn laatste dagen in zijn tuintje bezig gezien met een aantal stenen. ,,Dit hier,'' zou Couperus tegen hem gezegd hebben, ,,wordt mijn laatste oeuvre.''

,,Wat is het dan?'' vroeg de buurman.

,,Mijn afscheid van de wereld,'' zei Couperus. ,,Dit is het begin van de letter V. Als ik hier klaar ben, staat er VALE.''

Het laatste oeuvre in het tuintje vorderde langzaam. En bleef onvoltooid. Toen Couperus stierf, had hij drie letters gereed. Aan de vierde was hij begonnen. Er lagen een paar stenen naast elkaar. Toen zijn kist het huisje uitgedragen werd, stond er: VAL.

Hoe is het werkelijk gegaan? Dat zal altijd onzeker blijven. De medische beschrijving van Couperus' ziektegeschiedenis is verloren gegaan. ,,De 14e Juli 1923 geraakte hij in coma,'' schreef Albert Vogel in zijn biografie. ,,Nog twee dagen leefde Louis Couperus, bewusteloos en in ijlende koortsen en op 16 juli om één uur in de middag stierf hij. Een snelle dood op middaghoogte.'' F. Bastet, Couperus' laatste biograaf, meldt dat de schrijver nog een helder moment moet hebben gehad en tegen de dokter had gezegd: ,,Ik heb mijn taak volbracht''. En tegen zijn vrouw Elisabeth: ,,Het is goed''.

Zeker is dat Couperus enige dagen tevoren in het ziekenhuis in Velp was opgenomen om zich te laten behandelen voor een neus infectie. Een ontsteking, een bloedpropje of misschien toch tuberculose maakte een einde aan zijn leven.

Al in Japan -de bestemming van zijn laatste grote reis- had Couperus het besluit genomen dat hij, als hij zou overlijden, moest worden gecremeerd. Van het begraven van lijken had hij een afkeer. Dat vond hij niet hygiënisch. In 'De boeken der kleine zielen' werd het wonen aan de Kerkhoflaan afgeraden: ,,Het is ongezond, weet je, hier te wonen, vanwege de miasma's.''

Op donderdag 19 juli om 12 uur, het was een stralende zomerdag, werd Couperus op Westerveld gecremeerd. Er was een hele stoet hoogwaardigheidsbekleders aanwezig, onder wie ook de schrijvers Top Naeff, Frans Coenen. Duidelijk afwezig waren Lodewijk van Deyssel, zo kort tevoren nog feestredenaar, en Frederik van Eeden. Die schreef de dag erna in zijn dagboek dat hij de crematie ,,glad vergeten was''. Enfin. Druk was het toch, zo'n ,,gedrang van meneeren in lichte zomerpakken'' zelfs, dat de schrijfster Annie Salomons de crematie ,,onwaardig gedoe'' vond. Er overviel haar een 'bitterheid', omdat ,,deze aristocraat, die het decorum zoo lief en zoo nodig had, om zich aangenaam te voelen, op zoo weinig stijlvolle wijze tot het eindpunt van zijn verblijf op deze wereld werd vergezeld.''

Een jaar na de crematie op Westerveld werd de urn met de as van Couperus overgebracht naar de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, de enige Nederlandse stad waar Couperus zich had thuisgevoeld ('Zoo ik íets ben, ben ik een Hagenaar') en dat het decor vormt van veel van zijn romans.

Op de statige begraafplaats liggen veel beroemdheden, ook uit de literaire wereld. Bordewijk ligt er, overwoekerd door conifeertjes, P.C. Boutens (op zijn steen staat: 'En alleen is leven leven / als het tot den dood ontroert.'), Menno ter Braak en boekhandelaar J. De Slegte - naast oud-premier Gerbrandy, dus niet eens in de ramsj.

In de bocht van een bomenlaantje staat het geknotte marmeren zuiltje, symbool voor het afgebroken leven, dat de as van Couperus (en sinds 1960 ook die van zijn vrouw Elisabeth, die maar liefst 92 jaar oud werd) afdekt. Het is een prachtige plek, in de schaduw van oude beuken en kastanjes. De kraaien, merels en de wind zijn de enigen die af en toe de stilte verbreken. Die stilte is geen metafoor voor het lot dat de literaire nalatenschap van Couperus heeft getroffen. Vlak na zijn dood noemde een Franse krant hem als Nederlandse schrijver ,,een orchidee onder de uien''. En zo is het: nog altijd wordt zijn werk driftig gelezen.

De goede staat van Couperus' graf op Oud Eik en Duinen is misschien een betere metafoor, al is daar in de jaren zestig wel een restauratie aan te pas moeten komen. In die tijd dreigde het zuiltje te kapseizen. Couperus' oude krant Het Vaderland, inmiddels zelf ook ter ziele, sprak er schande van in een artikeltje onder de kop 'Van dode mensen, de dingen waaraan wij voorbijgaan'. Daarna is er door een comité geld ingezameld om het graf te laten opknappen. De leden van het comité hadden succes, al kregen ze van Couperus' toenmalige uitgever, Geert van Oorschot, geen cent. ,,Alleen verwaarloosde graven vind ik mooi,'' sprak Van Oorschot. Had hij nog geleefd, dan had hij pas over geruime tijd Couperus' graf weer eens moeten bezoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden