In de schaduw van de Grote Man

De invloedrijke theoloog Miskotte heeft eindelijk een biografie. Wat leert zijn kleindochter daarin over hem - en over zichzelf?

Leonie Breebaart (1962) studeerde wijsbegeerte. Ze is columnist van Letter&Geest en filosofieredacteur van Trouw.

Het huis staat er nog, een grote oude pastorie - recht tegenover de kerk, schuin tegenover de boerderij waar wij als kleinkinderen de biggetjes mochten aaien. Als je het hek opendeed en het grind opliep, stond je tussen twee machtige kastanjebomen. Verder in de tuin die helemaal rondom het huis liep, stonden twee rode beuken, die volgens mijn opa wel 250 jaar oud waren. Die opmerking moet indruk hebben gemaakt, want het zijn de enige woorden waarvan ik me herinner dat ze voor mij bedoeld waren. Toen hij in 1976 stierf was ik pas veertien. Anders dan mijn oudere broer en zus heb ik zijn beste jaren niet meer echt meegemaakt. In mijn herinnering zit hij somber, met een plaid over zijn knieën, in zijn bibliotheek, een kamer met het formaat van een balzaal, aan één kant volledig in beslag genomen door boeken. "Ik verga!" had hij tegen mijn moeder gezegd.

Die opa, dat was ook K.H. Miskotte. De theoloog die Nietzsche las, en Thomas Mann, en Kafka. De rooie dominee. De trouwe leerling van Karl Barth. De theoloog die de joodse religie verdedigde tegen het opkomend antisemitisme. Die het Oude Testament, dat christenen delen met Joden, belangrijker vond dan het Nieuwe. En die vijf dagen na de bevrijding in de Amsterdamse Nieuwe Kerk een klassiek geworden preek hield: "Gods vijanden vergaan." Zijn biograaf Herman de Liaigre Böhl noemt hem de belangrijkste protestantse theoloog van Nederland in de vorige eeuw.

Hoe lees je de biografie van zo'n opa? Natuurlijk ging ik eerst op zoek naar mijn moeder, zijn jongste dochter Heika. Over haar vertelt de biograaf weinig - zoals ik had kunnen verwachten. Wel trof me het portret dat Böhl schildert van Miskotte's eerste vrouw, de mystiek aangelegde Cor, die een moeizamer huwelijk heeft gekend dan ik wist. "Het huishouden lag haar niet", noteert Böhl - er was misschien een 21ste-eeuwse biograaf voor nodig om haar frustraties over de alledaagse vrouwentaken in beeld te brengen. Als man van zijn tijd had Miskotte daar geen antwoord op. Hij mocht dan weglopen met de dichteres-socialiste Henriëtte Roland Holst, hij mocht dol zijn op zijn kinderen, de concrete zorg voor vier dochters en een zoon kwam vanzelfsprekend op haar neer. Hoe had hij ook anders zo veel kunnen studeren, schrijven, preken? Pas in 1962, mijn geboortejaar, schrijft hij over Cor: "Het is me zelden bewust geworden, dat ze zo helemaal géén huisvrouw was in aanleg. Van den beginne aan, moet het haar zwaar gevallen zijn."

Het pleit trouwens voor hem dat hij daarover bleef tobben, al is zijn schuldgevoel versterkt door haar veel te vroege dood. Een jaar na de oorlog, die de hele familie ondanks Miskotte's illegale activiteiten tegen de bezetter overleefd had, kreeg het hele gezin tyfus. Dat gebeurde tragisch genoeg op de bruiloft van de jonge Joodse vrouw die bij hen ondergedoken had gezeten. De oorzaak was een besmette haringsalade. Naast moeder Cor (49) en lievelingsdochter Alma (21) stierf ook de bruidegom. Mijn moeder Heika, 17, bungelde op het randje van de dood.

Miskotte rouwde intens, maar de biograaf windt er geen doekjes om dat hij ook egocentrisch kon zijn in zijn zelfbeklag. En dat dit lang niet zijn enige zwakte was. Hij kon erg mopperen over kleinburgerlijke gemeenteleden. Zijn preken ontaardden volgens Böhl soms in 'opgeschroefde geheimtaal'.

Die milde spot is voor Miskotte's eigen kinderen, van wie alleen mijn moeder nog leeft, misschien niet prettig om te lezen. Voor een kleinkind is zo'n afstandelijke, licht ironische blik juist een opluchting. Achter de vage vermoedens van grootheid, de familiekiekjes en de bekende anekdoten schuilt een veel completer en complexer mens.

Dat Miskotte een bekend theoloog is geweest, wist ik. Maar hoewel ik als twintiger door nature of nurture naar de filosofie gedreven werd, ben ik altijd met een grote boog om het werk van mijn opa heen gelopen. Met een erfenis, zeker met zo'n intimiderende intellectuele erfenis, wilde ik niets te maken hebben.

Het lezen van 'Miskotte in de branding' heeft me intussen wel geleerd, dat het negeren van het verleden de slechtste strategie is om vrij te komen. Want terwijl er toch een generatie tussen ons in ligt, kwam ik in Miskotte's voorkeuren voortdurend de mijne tegen. Dat ging van zijn liefde voor Kafka en Thomas Mann tot zijn affiniteit met Joodse denkers, want toen ik na mijn studie Levinas ontdekte, ervoer ik zijn visie op religie en ethiek onmiddellijk als buitengewoon waar. En dan zwijg ik nog van de ook

door mij gedeelde liefde voor bomen, die opa als jongen had opgedaan in de bossen van Hattem, bij zijn tante Heika.

Voor mijn gevoel heb ik die voorkeuren allemaal zelf ontwikkeld - maar onbewust was ik kennelijk toch een volgzame kleindochter. En dat is een beetje teleurstellend. Want wat zijn denkbeelden eigenlijk waard, als je ze niet zelf hebt veroverd? Juist dat Heiko Miskotte zoveel meer deed dan zijn traditie voortzetten, maakte hem bijzonder.

Het allermeest trof me wat dat betreft zijn onmiddellijke afwijzing van het nazisme. "God helpe ons als het losbarst en de hele onderwereld over ons heenslaat", schreef hij in 1933 in zijn dagboek. En, woedend over de wetten die Hitler uitvaardigde: "Alle vakbonden, ook katholieke en evangelische worden opgeheven. Nieuwe wet: sterilisatie van zwakzinnigen, gedepriveerden en joden." Tegelijk voelde hij zich door de Duitse dreiging gedwongen te breken met zijn vroegere vrienden, de pacifisten, die hij nu scherp veroordeelde: "Er ligt een verborgen hoogmoed in de verachting van het door wet en geweld verbonden leven."

Kwaad over de slappe houding van de kerk, begon hij bovendien de joodse religie te bestuderen, volgens hem een humanistisch tegenwicht tot het 'heidense' nazisme. Het resultaat van die studie, 'Edda en Thora', kwam net uit voor de Duitse inval en werd meteen door de bezetter verboden.

En dan wist hij na de oorlog nog de halve kerkelijke wereld op stang te jagen door zich aan te sluiten bij de goddeloze socialisten van de SDAP, omdat 'de kerk niet kan regeren en dat ook niet moet willen'.

Eén smet op het blazoen vermeldt de biograaf niet: dat de Joodse jonge vrouw die bij de familie ondergedoken zat, christelijk werd. Haar eigen moeder heeft dat Miskotte kwalijk genomen, wat vanuit haar perspectief heel begrijpelijk was.

Maar alles bij elkaar kun je zeggen dat hij in de meeste gevallen gelijk heeft gekregen - zeker met zijn vroege aanval op de ideologie van het nationaal-socialisme. Dat is voor de nazaten een comfortabele erfenis: opa was 'goed in de oorlog'. Maar het voorrecht als familie 'aan de goede kant gestaan te hebben' ontslaat de opvolgers natuurlijk niet van de plicht zelf goed op te letten. In welke vorm dient de barbarij zich vandaag aan, waar sluipt het gif naar binnen - en hebben wij nakomelingen ook de moed het gevaar te herkennen, tegen de comfortabele leugen in dat het allemaal niet zo'n vaart zal lopen? "Waarachtigheid is meer waard dan overgeleverde waarheid."

Tegelijk ontmoedigt zo'n grootheid in de familie ook het zelfstandig nadenken. Zonder dat het benoemd werd, hadden opa's ideeën groot gezag. We leefden zowel in de beschutting als in de slagschaduw van De Grote Man. Dat had niet alleen te maken met diens statuur, maar ook met de tijdgeest en zijn beroep. Dominees werden vroeger geacht overal verstand van te hebben, niet alleen van God, maar ook van het huwelijk, van cultuur en van seksualiteit.

Dat imago van alwetendheid klinkt nog sterk door in de toon waarmee Miskotte zijn eerste gemeente in het Zeeuwse Kortgene aansprak. Met deze woorden kondigde hij bijvoorbeeld het besluit aan de dorpelingen elke zaterdag een tekst van zijn hand te verschaffen: "Dan hebt ge 's zaterdagsavonds niet alleen een blaadje in huis, maar het woord van uw leraar, en wat meer is: de zegen van de opperste Herder der zielen. Komt Díe op huisbezoek - wat wilt ge meer?" De biograaf doet er met recht wat spottend over. Al moet gezegd dat Miskotte juist als predikant ook erg onzeker kon zijn.

Het vanzelfsprekend gezag van De Dominee, van De Autoriteit überhaupt, werd halverwege de vorige eeuw zoals bekend langzaam ondergraven, zeker in gezinnen waar Vrij Nederland wekelijks op de mat viel, zoals in het gezin waar ik opgroeide. Intussen vonden vrouwen soms de moed uit de schaduw te stappen. Mijn moeder, neerlandica, ging weer studeren. Maar het lezen van deze biografie stemde bij alle spijt over gefnuikt talent ook tot een soort feministische dankbaarheid: wat is er niet allemaal overgedragen door de vrouwen rond De Grote Man, zonder dat iemand het doorhad, en zonder dat de dochters daar veel waardering voor kregen - wat werd bevestigd door het gegeven dat ze hun 'meisjesnaam', de naam van hun vader, bij hun huwelijk altijd kwijtraakten.

Neem deze natuurbeschrijving van Miskotte zelf, uit de dagboeken die deels ook weer werden ontcijferd door twee dochters: "De jonge avondwind komt over zee over het land. De helm wiegde zijn bleke sprieten, de duinrozen beefden, het water in de meertjes is donker geworden van duizend kleine glooiende voren en de bladen van de eenzame waterlelies hebben gerild onder zijn aanraking." Toegegeven: het is ouderwets geformuleerd, een hang naar het extatische kon Miskotte niet ontzegd worden. Maar het is ook mooi gezien - precies zoals mijn moeder kan kijken. Een rilling van het wateroppervlak, de wind door het gras: ze ziet dat niet alleen, maar beschouwt dat kijken denk ik ook als een zinnelijke vorm van vroomheid. En dat had ze niet van een vreemde. Miskotte mocht dan afkerig zijn van een natuurbeleving die God en de Bijbel niet meer nodig had, van 'romantische dweperij', die afkeer was ook een gevecht tegen zijn eigen romantische en kunstzinnige gevoeligheid.

Het godsgeloof waar Miskotte nog aan vast hield, heeft de 21ste eeuw niet overal ongeschonden overleefd - ook niet in al zijn kleinkinderen. Als wij de natuur goddelijk noemen, dan is dat vooral metaforisch bedoeld: een mooie boom is een mooie boom en geen deel van de Schepping. De verticaliteit ontbreekt. Die ontbreekt ook aan de 'Joodse' oproep tot gerechtigheid, waar Miskotte zo aan hechtte. Voorzover dat engagement is doorgestroomd naar de volgende generatie, komt ze niet meer recht van boven, als een bliksemflits, als een bron die we God kunnen noemen.

Maar misschien had onze grootvader juist daarvoor wel begrip gehad. Uit het verhaal van Böhl blijkt dat hij voortdurend twijfelde of hij niet zelf van zijn geloof gevallen was. "Miskotte leed aan zijn eigen ongeloof, meer dan hij theologisch kon verantwoorden." Zijn succesvolste preken hield hij voor buitenkerkelijke studenten, voor twijfelaars die de kerk al half en half de rug toegekeerd hadden. Een van zijn meest gewaardeerde, op Nietzsche geïnspireerde boeken heette 'Als de goden zwijgen'.

Juist die durf te twijfelen, die afkeer van betonnen zekerheden, is een erfenis die het waard is bewaard te blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden