Opinie

In de politiek zitten nauwelijks bèta's - terwijl die hard nodig zijn

Zoek de bèta: (vlrn) Ingrid van Engelshoven, Mark Rutte, Stef Blok, Wopke Hoekstra en Kajsa Ollongren in de tuin van het Catshuis voor een informele heisessie van het kabinet.Beeld ANP

In het publieke debat is er aandacht voor de samenstelling van het kabinet op het gebied van bijvoorbeeld geslacht en etnische achtergrond. Maar voor de kennis die de politicus in kwestie meebrengt nauwelijks. Terwijl voor politiek beleid veel bèta-kennis nodig is, zijn maar weinig politici bèta, schrijven Tamara Bos (student aan de WUR en lid PJO PerspectieF) en Jan Peter Blok (werkzaam in het onderwijs en lid PJO PerspectieF).

"Een auto die snel rijdt, vervuilt natuurlijk per definitie minder, want die is sneller op zijn bestemming." 

Nadat Mark Rutte door een journalist met deze uitspraak werd geconfronteerd, gaf hij direct toe dat dit een redenatie is die enkel door een alfa kan worden bedacht. Grappig, maar de uitspraak is wel tekenend voor het gebrek aan bètakennis in de politiek.

Recentelijk is de aandacht in politiek Nederland voor de bètasector en het technisch onderwijs toegenomen. De reden: het grote aantal vacatures voor bètaberoepen die bedrijven maar niet ingevuld krijgen. Te weinig jongeren schrijven zich in voor een technische opleiding. Om deze ontwikkeling te helpen keren, heeft het kabinet 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het technisch vmbo.

Bij veel thema's waarop de politiek directe invloed uitoefent speelt bètakennis een grote rol, zoals duurzaamheid, verkeer en digitalisering. Dit terwijl de politiek doorgaans beschouwd wordt als een atechnische wereld. Dit begint al in het voortgezet onderwijs waarin het vak maatschappijwetenschappen het beste in een vakkenpakket met geschiedenis en economie lijkt te passen. Het wordt in mindere mate gekozen door leerlingen die voor natuur- en scheikunde gaan. De studenten die rondleidingen geven op het Binnenhof, voldoen enkel aan de functie-eisen voor dit bijbaantje als ze iets in de trant van geschiedenis of bestuurskunde studeren. Zo komen technisch opgeleide mensen minder gemakkelijk het politieke wereldje binnen.

Dit is jammer, aangezien ieder vakgebied te maken krijgt met politieke besluiten, regelgeving of inmenging. Ook de ICT'er, de levensmiddelentechnoloog en de elektrotechnicus.

Gebrek aan bètabril

Door het ontbreken van bètakennis onder politici worden eerder genoemde thema's onvoldoende met een bètabril bekeken. Bij het beoordelen van een dossier worden zij geadviseerd door medewerkers en lobbygroepen, maar het zijn de politici zelf die de beslissingen nemen en een stem uitbrengen.

Daarom is het opvallend dat, als je kijkt naar de samenstelling van de Tweede Kamer, er nauwelijks bèta's te bespeuren zijn. We hebben van alle Kamerleden en bewindspersonen opgezocht wat hun opleiding is. Kamerleden die in hun studententijd een exacte wetenschap hebben gestudeerd bleken - afhankelijk van de definitie - op een of twee handen te tellen. Van de bewindspersonen heeft enkel minister Eric Wiebes een bètastudie afgerond; werktuigbouwkunde met als afstudeerrichting energievoorziening. Dit staat in geen verhouding tot het aantal politici die een kennisachtergrond in de gammawetenschappen hebben, zoals rechten en economie.

Bij verkiezingen is er in het publieke debat aandacht voor hoe de samenstelling is van een kabinet, kandidatenlijst of gemeenteraad. Die aandacht gaat in veel gevallen uit naar kenmerken als geslacht, etnische achtergrond, woonplaats of leeftijd. De kennis die de politicus in kwestie meebrengt, komt echter weinig ter sprake. Voor effectieve en adequate besluitvorming is een divers kennispalet hard nodig.

Door geld beschikbaar te stellen voor het technisch vmbo is er een begin gemaakt met een oplossing voor het gebrek aan technisch opgeleide vakkrachten. Maar met enkel verhoogde aandacht en het beschikbaar stellen van geld zijn we er niet. Men moet zich bewust worden van kennisdiversiteit bij het opstellen van kandidatenlijsten, bij het stemmen, bij het bij politiek betrekken van jongeren en bij het aanbieden van onderwijs op scholen. Enkel zo zullen degenen die het bètaonderwijs verzorgen, degenen die in de sector werken en degenen die het beleid bepalen elkaars taal leren spreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden