In de oorlog reed het peloton door

Sporters die stierven in de oorlog herdacht in Amsterdam. Waardoor bloeide de wielersport op tijdens de bezetting?

Met vijf kransen in de vijf Olympische kleuren werden gisteren bij het Olympisch Stadion in Amsterdam de sporters herdacht die het leven lieten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de herdenking is ieder jaar een thema verbonden. Die 'eer' viel ditmaal te beurt aan de wielersport, een toentertijd mateloos populaire sport en als zodanig een wapen in handen van de bezetter.

Oud-baanwielrenner Jan Pronk, 96 inmiddels, staan de beelden nog altijd vers voor ogen. Afgeladen tribunes in het 'Olympisch' als 'de grote motoren' brullend over de betonnen piste jakkerden. Hoe Pronks gewiekste Amsterdamse gangmaker in de onbeschutte hoeken van het stadion met de brandstoftoevoer speelde om maar geen snelheid te verliezen. De wind was zijn grootste vijand. Het leven van topsporter Pronk, wereldkampioen in 1951, ging die eerste bezettingsjaren gewoon door.

Zoals alles en iedereen eigenlijk zijn ritme weer oppakte na de capitulatie van 15 mei 1940. "De bioscopen zaten vol, de cafés en dus ook de stadions", zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. En de publieke belangstelling nam alleen maar toe naarmate de Duitsers hun greep op de samenleving verstevigden. Van de Vooren: "Dernywedstrijden, wielerkoersen, ze boden allemaal afleiding."

Het klinkt de naoorlogse generaties vreemd in de oren: naar wielrenners kijken terwijl de wereld in brand staat. Sportjournalist Frits Barend wijdde er in Vrij Nederland in 1979 een dikke bijlage aan. Barend, gisteren presentator van de themabijeenkomst, worstelde na het controversiële WK voetbal in Argentinië van een jaar eerder met deze vraag, bekende hij. "Wielrennen bloeide in de oorlogsjaren als nooit te voren. Hoe kwam dat?"

Barend liep tegen het verhaal van Cor Wals aan, drievoudig Nederlands kampioen en bekeerd tot het nazisme. Wals shockeerde in 1941 het publiek in het Olympisch Stadion met zijn witte shirt met SS-logo. De Hagenaar werd uitgefloten, herinnert oud-baanwielrenner Piet van Heusden zich, toen een jongetje van 11.

Barend zocht Wals in 1979 op. "Hij had spijt van zijn keuze als jongeman. Dat vertelde hij mij meermaals. Wals had zich laten meevoeren in zijn enthousiasme." De baanwielrenner vocht daarna aan het Oostfront. Voor zijn collaboratie betaalde Wals een stevige prijs: vijftien jaar celstraf.

Aan de andere kant van de scheidslijn is er het verhaal van coureur Wim de Ruyter. Zijn trainingsuurtjes op de racefiets gebruikte De Ruyter om Duitse oorlogsinstallaties in kaart te brengen. Daarna mocht het verzet het werk afmaken. Op een van zijn ritten liep hij tegen de lamp. De Ruyter overleefde kamp Amersfoort en ontsnapte op weg naar Bergen-Belsen uit de trein. Na de oorlog reed hij driemaal de Tour de France. In zijn laatste, die van 1950, bezorgde hij de Zwitser Ferdi Kübler mede de eindzege.

Wielrenners die hun sport konden uitoefenen tot diep in de oorlog met goedkeuring van de Duitsers. Het is minder vreemd dan het lijkt, weet oud-wielerjournalist Fred van Slogteren. "Ze waren voor de bezetters net artiesten. De wielersport was enorm populair. Daarmee kon je de bevolking paaien, meende het bewind."

Had Nederland voor de oorlog 50 tot 60 beroepsrenners, in de oorlogsjaren was dat aantal spectaculair gegroeid tot meer dan driehonderd. Niet allemaal waren het serieuze licentiehouders, weet Van Slogteren. "Engelse piloten werden soms als coureur vermomd en konden zodoende ongestoord de grens over." Vanwege hun lange trainingen van soms wel zes, zeven uur, kregen profs veelal een vrijgeleide.

De meesten beroepsrenners reden echter simpelweg door tijdens de oorlogsjaren omdat het voor brood op de plank zorgde, nuanceert Van de Vooren het zwart-wit beeld. "Vorig jaar hadden wij de roeisport als thema. Veel roeiers, bijna allemaal studenten, kozen de kant van het verzet. Het overgrote deel van de wielercoureurs, vrijwel allemaal uit arme gezinnen, koos ervoor het hoofd boven water te houden. Net als zoveel Nederlanders."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden