ReportageVrieskou

In de Maassilo slapen de daklozen die echt nergens anders heen kunnen

In de monumentale Maaasilo aan de Rotterdamse Maashaven is een noodopvang voor daklozen gedurende de vriesperiode. Het overgrote deel van de slapers is man, een klein groepje van hen is vrouw. Beeld Otto Snoek
In de monumentale Maaasilo aan de Rotterdamse Maashaven is een noodopvang voor daklozen gedurende de vriesperiode. Het overgrote deel van de slapers is man, een klein groepje van hen is vrouw.Beeld Otto Snoek

Tientallen daklozen slapen tijdens de winterkou in een gigantische discotheek in Rotterdam-Zuid. 75 procent van hen is arbeidsmigrant en komt uit Oost-Europa. ‘Ze kunnen nergens anders heen.’

Een enkeling staart zittend voor zich uit, sommige anderen liggen nog versuft op bed, de dekens ver over het hoofd getrokken. Maar helpen doet dat nauwelijks: er is vrijdagochtend rond negen uur alweer volop rumoer in de Rotterdamse Maassilo, een gigantisch gebouw pal aan een haven aan de zuidkant van de stad.

Honderdvijftig veldbedden van het Rode Kruis staan hier, op wat normaal gesproken de dansvloer van de vermaarde discotheek Now & Wow was, steeds met anderhalve meter ertussen. Honderddertig van die bedden werden deze nacht beslapen. Toen het stevig begon te vriezen besloot de gemeente Rotterdam, net als drie andere grote steden in Nederland, op deze plek een tijdelijke 24-uursopvang te openen. Want daklozen ‘met papieren’ kunnen in de stad ook op andere plekken terecht, maar voor thuislozen die die papieren niet hebben, was er geen plek. Dat gaat hier niet op: in de Maassilo is iedereen welkom die een bed nodig heeft. 

“75 procent van de slapers hier is man en Oost-Europees”, vertelt Valerie Koning van de Nico Adriaans Stichting die de opvang coördineert, terwijl ze naar de keuken loopt. Daar wordt een lunch van brood en soep voor de slapers voorbereid. 20 procent van de slapers komt uit Iran, Irak, Algerije en Marokko, laat de stichting weten waarvoor ze werkt. 5 procent is Nederlands. “Veel van deze mensen kunnen niet zomaar ergens anders terecht”, vertelt Koning. “Maar je hoeft hier geen papieren te laten zien: alleen een naam is genoeg.”

null Beeld Otto Snoek
Beeld Otto Snoek

De emoties lopen hoog op

Het werk in de Maassilo is uitdagend, geeft ze toe. De emoties laaien weleens hoog op, ook ’s nachts, en in de enorme slaapzalen – maximaal dertig bedden per vertrek – ontstaan soms irritaties. Een sigaretje samen buiten roken helpt dan. “Dat kalmeert een beetje.” Overdag worden er dingen georganiseerd die verveling moeten voorkomen. “Ik denk weleens: waar moeten deze mensen straks naartoe? Zonder documentatie heb je weinig rechten in Nederland.”

Drank, in deze opvang strikt verboden, is een probleem: veel van de slapers zijn ’s avonds en ’s nachts onder invloed. Veel van de slapers spreken bovendien gebrekkig Engels, en nauwelijks Nederlands. Een paar keer per week komen organisaties daarom om de Oost-Europeanen en andere cliënten te helpen. “Veel van deze mannen hebben ooit hun gezinnen achtergelaten om hier te komen werken”, zegt Koning. “Ze hebben zo hun eigen problemen. Misschien hadden ze die daar ook al.”

Vrouwen apart

Vrouwen slapen in een aparte ruimte. Een bescheiden groepje heeft hier de nacht doorgebracht, blijkt vrijdagochtend. Een van de acht vrouwen vannacht is de Rotterdamse kunstenares Esther. Anderhalf jaar geleden raakte ze plotseling dakloos, na een heftige relatiebreuk. “De rechter wees het huis aan mijn ex toe”, zegt ze. “Sindsdien sta ik op straat.”

Esther (45) had voor die tijd een eigen bedrijfje en heeft nog steeds een website met haar kunst. Ze wil niets liever dan weer aan de slag, zegt ze, maar hoe? Ze weet het niet. Dus slaapt ze hier, in de Maassilo, waar ze ooit nog naar een concert kwam kijken. Dat waren betere tijden. Sindsdien heeft ze alle contact met familie verloren. 

“Ik ben ten einde raad geraakt”, zegt ze. Het is fijn om onderdak te hebben tijdens de winterkou, maar behelpen blijft het, zegt ze. Esther is het liefst alleen. Niet voor niets struint ze overdag liever buiten, in haar eentje.

De volledige naam van Esther is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Daklozen krijgen hun leven weer op de rails vanuit hotelkamer

De coronapandemie zette de belabberde opvang van daklozen in Nederland in het volle licht. Nu heeft het Rijk miljoenen vrijgemaakt en zoeken gemeenten naarstig naar huizen. Intussen zitten veel daklozen in hotels.

‘We zien mensen verloren raken, maar grijpen niet in’

De sociale kloof groeit in Nederland, zegt Cornel Vader bij zijn afscheid als directeur van het Leger des Heils. Zelfredzaamheid is de norm. ‘Mensen lijken de participatiemaatschappij te hebben geïnterpreteerd als: je moet vooral voor jezelf zorgen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden