IN DE LOENERMARK: RAVEN EN HAGEDISSEN

Ten zuiden van het Veluwse dorp Loenen strekt de Loenermark zich uit.

HENK VAN HALM

Plotseling houdt het bos op en sta ik aan de rand van een wijd glooiend en golvend landschap: de heide van de Valenberg. In de blauwige verte, achter een boerderijtje - 'Bij van Ark' lees ik op de kaart -, begint de Imbos. Op de heide schilderachtige vliegdennen en veel mooie ruwe berken. Links, wazig in het licht van deze augustusmorgen, jeneverbessen. Bloeiende struikheide vormt paarse plekken in de ruimte, maar grote delen zijn ook erg vergrasd, een door de wind zacht bewogen veld van bochtige smele. Aan de blonde halmen wiegen bruin met creme dennespanners.

'Kroak. . . kroak. . .' Als uit een luidspreker klinkt schor krassen als van een reuzenkraai over de heide. Nog eens en nog eens is er dat geluid. Ik weet hoe ver de roep van een raaf draagt. En ik herinner me dat in de Imbos een paar jaar geleden raven zijn uitgezet.

Weer roept de raaf, of zijn het er meer dan een? De raspende geluiden in verschillende intonaties dienen ongetwijfeld de communicatie. Ik speur over de dennenbossen, maar daar verroert zich niets.

Ik schenk er verder geen aandacht aan. Geritsel vlakbij is interessanter: een hagedis. Een zandhagedis, een vrouwtje lag op een zandplekje te zonnen en vlucht een heipol in. De polletjes zijn hier klein en staan een eindje uit elkaar. Het duurt dan ook niet lang of een kopje met een nieuwsgierig oog verschijnt tussen de heitakjes. Ik houd me doodstil. Het lenige lijf van de hagedis schuift wat verder uit de dekking. Het tongetje flitst snel in en uit de bek. Vrouwtjeshagedissen zijn stemmiger van kleur dan de mannetjes, die prachtig groen zijn op de flanken, maar even mooi getekend in lichte en donkere tinten bruin, met rijen oogvlekken op de flanken.

De hagedis draait met het kopje, fixeert me scherp met een oog. Ik ga ik voorzichtig achteruit om haar niet verder te storen. De voortdurende storing door recreanten en vooral hun struinende honden op druk bezochte heidevelden zijn de voornaamste oorzaak van de achteruitgang van de zandhagedis. Op veel heidevelden zijn ze helemaal verdwenen. Ze zijn erg gebonden aan hun vaste plekjes en sterven op den duur aan stress als ze daar steeds worden verjaagd.

'Kroak. . . kroak. . .' klinkt het weer, metalig nu. Het is boven mij. Twee raven cirkelen hoog boven de mark. Niet alleen hun harde roep, ook hun grootte is indrukwekkend: anderhalf keer de maat van een zwarte kraai. In hun vliegbeeld is de wigvormig eindigende staart onmiskenbaar. De vleugeltoppen zijn opvallend gevingerd. De laatste wilde raaf broedde in 1927 in ons land.

Als oorzaak van hun verdwijnen wordt naast uitroeiing het zorgvuldige opruimen van kadavers gezien. Een plausibele theorie is dat de jongen gevoerd werden met de nageboorten van in het veld geboren lammeren.

De raven verdwijnen over het Loenense Bos. Een geelgors dreint in de top van een alleenstaande berk. Een staalblauw glanzende bosmestkever vliegt brommend rond in de zon. Hij ploft neer bij wat reeekeutels, nogal onbeheerst, waardoor hij zijn doel op een halve meter mist. Schokkerig loopt hij het laatste stuk door de heide. Er zijn al soortgenoten bezig de mest onder de grond te werken, waar die zal dienen als voedsel voor de larven.

Op een bloeiende heitakje baltst een mannetje van het heideblauwtje met open en dicht klappende wieken, van boven helderblauw met zwarte vleugelranden. Het heideblauwtje was vroeger een gewone soort op heidevelden. Het aantal vliegplaatsen is in de laatste dertig jaar drastisch afgenomen. Dat komt bijna zeker omdat de meeste heidevelden niet meer voldoen aan de eisen van de soort.

Het heideblauwtje heeft een voorkeur voor het heidetype, waar ik de hagedis tegenkwam: veel open grond met kleine maar vitale heipollen, die voor de rupsen een hoge voedingswaarde hebben.

Het wordt warm en ik ben blij dat ik een watertje vind, een vijver aan de voet van een vrij hoge heuvel, met een rood bloeiende waterlelie en een deels betonnen rand. Mensenwerk dus. Op de natte lage oever groeien pitrus, tormentil, dopheide en waternavel en struikvormige grauwe wilgen staan op de grens van land en water.

Ik loop over het smalle paadje achter de wilgen langs. Een ringslang van een meter glijdt het water in, zwemt met lome slingerbewegingen naar de waterlelie en kruipt rond over de grote bladeren. Blauwe waterjuffers zweven in paren aaneengekoppeld langs de oeverzoom van grote egelskop. Grote libellen jagen laag boven

het water. Ik herken oeverlibellen aan hun blauw berijpte achterlijf en verschillende soorten Aeshna, groter maar met een smaller lijf, geblokt in zwart, groen en blauw.

Waar de oever wat droger is, staat het vol akkerdistels. Boven de paarsrode hoofdjes dartelen heivlinders en bruine zandoogjes en fladderen dagpauwogen, kleine vossen, citroenvlinders en dikkopjes. De akkerdistels trekken veel insekten vanwege de ondiep liggende nectar. Daar is een slanke bloembok, die met zijn halve lijf tussen de buisvormige bloempjes verdwijnt.

Oversekste vliegen

Hier kom ik erachter dat roestbruine blaaskopvliegen wellicht de meest oversekste insekten zijn: je ziet ze niet alleen voortdurend in paring, maar ook niet zelden als trio, drie boven op elkaar. Het is een druk heen en weer vliegen van allerlei blinde bijen, rosse, heester-, pendel- en bessezweefvliegen. Er is een enkele wespevolucella, een zweefvlieg die eieren legt in wespennesten.

Knutterend vliegen kneuen over. In het nabije bos schalt het liedje van de winterkoning. Veldsprinkhaantjes sjirpen in het gras, een slaperig makend geluid. Tot mijn schade merk ik dat overal waar maar een beetje gras groeit, venijnige rode knoopmieren hun nesten hebben. Ze vallen aan zodra je ergens gaat zitten of liggen en veroorzaken een zeer branderige jeuk. Ze zijn niet de enige mieresoort. Glanzend zwarte houtmieren hebben hun nesten gemaakt in bijna vermolmde boomstammen op de heuvel. Rode bosmieren spoeden zich voort over mierenpaadjes die van de eiken op de heuvel naar hun nesten in het bos lopen.

Een plekje om ongestoord te zitten vind ik uiteindelijk onder een vliegden aan de rand van een oude stuifkuil, waar ik kan kijken naar tientallen in de zonnehitte rondhollende zandloopkevers. Ik voel me heel tevreden.

NATUUR DEZE WEEK

Fitissen begeven zich nu in grote aantallen op weg naar het zuiden. Veel fitissen uit Scandinavie passeren ons land. Dat is goed te zien in bosjes op de Waddeneilanden, zoals de eendenkooien op Terschelling. Daar kun je nu verscheidene, tot wel tien fitissen tegelijk zingend aantreffen. - Spreeuwen, merels en zanglijsters hebben zich op de oranjerode vruchten van de lijsterbessen geworpen. De spreeuwen zijn uiterst luidruchtig en zingen en kwetteren onder het eten. - In zwoele augustusnachten klinkt het sjirpen van de grote groene sabelsprinkhanen. Ook is het zagende sjirpen te horen van huiskrekels, die zich ophouden bij huizen en afvalhopen. Huiskrekels kunnen de winter alleen binnenshuis overleven. - Deze week zag ik veel dagpauwogen op rijk bloeiende bosbramen in een bosrand. - De menuetzweefvlieg heeft een voorkeur voor de witte of heel licht roze bloemen van de grote waterweegbree.

De kleine zwarte zweefvlieg heet zo omdat een paar tegenover elkaar stil in de lucht zweeft en plotseling van positie wisselt, alsof het een menuet danst. - Er komen steeds meer paddestoelen. Onder berken groeien streperig gevlekte paddestoelen met de kleur van gevulde koeken en een omgeslagen hoedrand: krulzomen. Geschubde inktzwammen komen in een enkele nacht bij tientallen tegelijk op in goed bemeste grasvelden. Grote stinkzwammen vind je op de reuk.

Ze komen in een nacht uit een 'duivelsei' met een zachte schil. Groene keizersvliegen en blauwe bromvliegen komen af op de lijkgeur en likken de groene sporenmassa van de hoed, die leeggelikt er een beetje uitziet als een honingraat.

EN VERDER

Maandag houdt het IVN Arnhem een publiekswandeling over de Wolfhezerheide, beginnend om 9.20 uur op de hoek van de Utrechtseweg en de Kasteelweg te Oosterbeek. Onderweg wordt koffie gedronken in Hotel Wolfheze.

- De Stichting Studiedag Heidebeheer Ede houdt op woensdag 15 september een studiedag 'Nieuwe versus oude heide' over actuele ontwikkelingen in het heidebeheer. De plaats is de herberg Zuid-Ginkel, Verlengde Arnhemseweg 99 te Ede. Deelnamekosten F 75 per persoon. Informatie en aanvraag aanmeldingskaart: tel. 08380- 59413/51777. - Tot 29 augustus herbergt de Vleugelgalerie van Slot Zeist een tentoonstelling van aquarellen van vogelkenner Erik van Ommen, getiteld 'Trekvogels van rots tot rots'. Open dinsdag tot en met vrijdag van 11 tot 17 uur, op zaterdag en zondag in aanwezigheid van de kunstenaar van 13 tot 17 uur. - Tot 10 oktober duurt de tentoonstelling over de vos in het Natuurmonumenten-bezoekerscentrum Oisterwijk, Van Tienhovenlaan 5. Open dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur. - Al twee maal schreef ik in deze rubriek over de Veluwse Bandijk tussen Voorst en Wilp, die dankzij de Stichting Vrienden van de Bomendijk voorlopig bewaard is gebleven voor dijkverzwaring.

Uitgeverij 't Widde Vool maakte een boekje over de dijk, een bibliofiele uitgave met een omslag van Japans papier en een echt gedroogd plantje van de dijk. 'De Bomendijk' (16,5 x 23,5 cm, 36 blz.), F 34,50, uitg. 't Widde Vool, Vlasoorsteeg 4, 9755 TG Onnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden