In de kookpot van het tophandbal

Samen op de bank bij hun nieuwe club: Laura van der Heijden (11) en Lois Abbingh (10). ( FOTO FRED TROOST) Beeld
Samen op de bank bij hun nieuwe club: Laura van der Heijden (11) en Lois Abbingh (10). ( FOTO FRED TROOST)

Je wortels loslaten om elders beter te worden. Dat is de filosofie achter het vertrek van jonge handbalsters naar het buitenland. Laura van der Heijden en Lois Abbingh spelen bij Vfl Oldenburg in Duitsland.

De moeder van Laura van der Heijden heeft het er erg moeilijk mee gehad, toen haar dochter naar Duitsland vertrok. Laura was al sinds haar zestiende intern op de Handbalacademie, „maar dan kwam ze in het weekend nog thuis”, zegt haar moeder. Behalve handballen leerde ze op de academie op Papendal ook huishoudelijke zaken, dus de was doen en een ei bakken behoorden al tot haar uitrusting. Maar toch.

De Van der Heijdens zijn niet de enigen die aan de grotere fysieke afstand tussen ouders en hun kind moesten wennen. Het is beleid van de Handbalacademie dat jonge speelsters na verloop van tijd elders hun talent verder ontwikkelen. Zo was het vertrek van Laura van der Heijden naar het buitenland een logische stap. Ze kwam terecht in Oldenburg, een provinciestad in het noordwesten van Duitsland, maar niet zo provinciaal of er is een handbalclub die in de Bundesliga speelt.

Van der Heijden (20) streek er neer, samen met de twee jaar jongere academiegenoot Lois Abbingh. De twee delen een appartement en een auto van de club.

„Het zijn sympathieke speelsters, die zwei Holländerinnen”, verwoordt de persofficial Ole Rosenbohm van Vfl Oldenburg. „Ze zijn snel populair geraakt. Ze hebben het niet gemakkelijk, want de concurrentie is groot, maar ze werken hard. Ze vormen een aanwinst voor de club.”

Zaterdagmiddag speelde Oldenburg voor de Europacup tegen het Roemeense Cluj (37-30). Meteen blijkt wat Rosenbohm met concurrentie heeft bedoeld. Van der Heijden begint in de basis. Ze scoort driemaal uit vier kansen, zit goed in de wedstrijd. Na twintig minuten wordt ze gewisseld. Ze heeft de pech dat het team daarna beter begint te draaien. Een 10-6 achterstand wordt ingelopen en Oldenburg krijgt meer vat op de Roemeense vrouwen. Van der Heijden zal niet meer tussen de lijnen komen.

„De anderen deden het ook goed”, verklaart ze achteraf. „Dan laat de coach die speelsters staan. Nee, ik ben niet teleurgesteld. We hebben toch gewonnen?”

Het is zoals het is. Woensdagavond nog speelde ze in een competitiewedstrijd het hele duel mee en dat deed ze goed.

Niet teleurgesteld misschien, maar toch stof tot nadenken? Van der Heijden: „Ik speel de wedstrijd altijd na in mijn hoofd, ’s nachts als ik in bed lig. Ik evalueer mijn fouten en bedenk hoe ik het beter moet doen. Zo probeer ik patronen tot automatismen te maken. Volgende keer mag ik het niet meer fout doen.”

Abbingh, die pas na een klein kwartier in het veld komt, profiteert van de ommekeer waaraan ze zelf bijdraagt. Ze speelt met overzicht, aanvallend gericht, maakt weinig fouten. Als jongste in het veld benut ze ijzerenheinig een strafworp, zonder spoortje van spanning. In totaal scoort ze driemaal.

Na veertig minuten is het 22-22, maar dan slaagt Oldenburg erin weg te lopen. Het eind laat zeven ‘Tore’ meer op de Oldenburgse teller zien. Dat maakt de uitgangspositie voor de return in Cluj volgende week gunstig.

Dus reizen twee Hollandse meiden volgende weken naar Roemenië. Kunnen ze, na amper drie maanden, al vertellen wat ze in Oldenburg geleerd hebben? Van der Heijden: „Omgaan met het fysieke spel. Dat was ik in Nederland niet gewend. Hier is een schijnbeweging niet voldoende om erlangs te zijn.” Abbingh vult aan: „Hier leer je dat je elke wedstrijd weer moet vechten. In Nederland is al gauw duidelijk welke ploeg het sterkst is. Hier duurt het veel langer; het is echt een gevecht tot de wedstrijd jouw kant opdraait.”

Het was, vindt Abbingh, de hoogste tijd dat ze naar Duitsland vertrok: „Als je in Nederland geen uitdagingen meer vindt, moet je wel. Handbal leeft hier veel meer. Er komen ook veel meer toeschouwers kijken.”

Abbingh straalt een noordelijke nuchterheid uit die haar leert relativeren, ook in de kookpot van het tophandbal. Zo liet ze na deelname aan het WK -18 (jaar) het WK -20 lopen. „Ik speel soms drie, vier wedstrijden per week. Dat is zwaar. Dan moet je kiezen. Je kunt niet handballend de hele wereld rondreizen zonder vakantie”, zegt de achttienjarige wijs.

Moeder Van der Heijden is inmiddels gewend aan de afwezigheid van haar dochter. De ouders reizen nu voor elke thuiswedstrijd van Leusden naar Oldenburg. „Drie uur heen en drie uur terug. Maar goed, dan hebben we haar toch weer even gezien en gesproken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden