DÉJÀ VU

In de koloniën liepen Nederlandse soldaten héél lang in verkeerde outfits rond

Knil-soldaten op patrouille in Borneo. Beeld ANP

Koloniaal overheerser Nederland wilde gezag afdwingen bij de oorspronkelijke bevolkingen van de overzeese gebiedsdelen. Daarbij pasten indrukwekkende uniformen.

In de ogen van de Nederlandse regering en de legertop hoorden dat grotendeels dezelfde tenues te zijn als die in eigen land werden gedragen. Onvrede en klachten bereikten in de strikt hiërarchische verhoudingen van destijds moeilijk de beslissers. Andersom betitelden die morren al snel als gezeur of zelfs dienstweigering. Dus bleef alles zoals het was.

Dat duizend Nederlandse militairen van nu zelf hun warme onderkleding hebben moeten aanschaffen voor een oefening in Noorwegen, zoals deze week bekend werd, is volgens staatssecretaris Barbara Visser van defensie een betreurenswaardig incident.

Verantwoordelijken schatten de daling van de temperatuur in Scandinavië niet goed in. In de koloniën waren ondeugdelijke uniformen geen incident. Daar liepen soldaten héél lang in verkeerde outfits rond.

In 'Dichter in de jungle. John Gabriel Stedman (1744-1797)', een boek van historicus Roelof van Gelder dat volgende week verschijnt, wordt beschreven hoe de hoofdpersoon, een Schots-Nederlandse officier, in mei 1773 voor het eerst het oerwoud van Suriname in ging om gevluchte slaven op te sporen. 'Van een tropenuitrusting was geen sprake. De mannen droegen wollen hemden, broeken en kousen, een linnen overjas en schoenen en mutsen van leer. Stedman zelf ging gekleed in een lange broek en een overhemd met opgerolde mouwen of liep, wanneer de zon niet te fel scheen, zelfs met ontbloot bovenlijf.' Kans om kleren -nat van transpiratie en doorwade moerassen en wateren- te laten drogen was er bij de hoge luchtvochtigheid niet. Op die manier veranderden de uniformen, die vaak ook gehavend raakten door takken, doornen en valpartijen, in vodden.

Geen schoeisel

In Nederlands-Indië hadden militairen het al even ellendig. Donkere kleuren, hoge en stijve kragen en dubbele borststukken waren normaal in Nederland en dus ook - tot ver in de negentiende eeuw - in de kolonie in de Oost. Het hoofddeksel, de naar boven taps toelopende en kokervormige sjako, had aan de voorkant wel een klep die beschermde tegen het zonlicht, maar liet de nek onbeschermd voor zon en stortregens.

Wie deel uitmaakte van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (Knil) zat aan zijn uniform vast. In het openbaar moesten militairen het dragen. Soldaat of officier zijn was geen vak, maar een manier van leven: 24 uur per dag, 7 dagen per week. Soldaten uit Indië zelf droegen wel uniformen maar meestal geen schoeisel. In het normale leven waren ze vaak niet anders gewend. Toch moet het met zware bepakking op lange marsen door onherbergzame streken een beproeving zijn geweest.

Met de strenge kledingvoorschriften werd overigens weleens de hand gelicht. Net als Stedman die in Suriname de mouwen opstroopte en soms alle bovenkleding uittrok, verkozen ook officieren in de Oost af en toe comfort boven ceremonieel en uitstraling. Daar kwam in het uitgestrekte Nederlands-Indië nog meer dan in Suriname de factor afstand bij. Wie dienstdeed in een uithoek van de archipel had, als het nodig was, niet zomaar snel een nieuw uniform of de stoffen, knopen en andere benodigdheden waarmee kledingherstel kon worden uitgevoerd. Dus werden ter plaatse kleermakers ingeschakeld die met wat ze voorhanden hadden kledingstukken vervaardigden en repareerden.

Helemaal aan het einde van de negentiende eeuw kreeg het Knil dan toch eindelijk uniformen die beter waren aangepast aan de tropische omstandigheden. Al voldeed niet alles. De nieuwe helmhoeden lieten nog steeds veel onbeschermd. En wie liggend wilde schieten, moest hem eerst verschuiven of afzetten.

Bovendien werd nog een tijdlang vastgehouden aan witte slobkousen. Die waren vrijwel onmogelijk wit te houden en als ze wel schoon waren, een dankbaar herkenningspunt voor tegenstanders.

In de rubriek 'Déjà vu' bekijkt Paul van der Steen wekelijks het nieuws door een historische bril. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden