In de Kaukasus zouden zelfs prijslijsten circuleren

Verpleegkundige Len Bosboom werkte anderhalf jaar voor het Rode Kruis in de aan Tsjetsjenië grenzende republiek Kalbardino Balkadia. Het kidnappen van buitenlandse hulpverleners is er aan de orde van de dag.

Met stijgende verbazing heeft Len Bosboom de afgelopen dagen televisie gekeken. Asielzoekers in tenten, en dat in haar rijke moederland! Ook op straat keek ze haar ogen uit. “Alles in de winkels is zo goedkoop!” Len Bosboom moet even wennen, want ze is net terug uit de Kaukasus.

Op haar etage in Amsterdam mag de 53-jarige verpleegkundige zes weken uitrusten van haar baas, het Rode Kruis. Een echt Hollands contract, lacht ze breeduit. “Daar zit ik niet mee, hoor. Anders plak ik er toch een paar weken achteraan - net zolang het geld op is. Ik kan gemakkelijk een jaar niks doen”, zegt ze, maar ze wekt helemaal niet de indruk van luieren te houden.

Het is de bedoeling dat ze vertelt over de verschrikkelijke ontvoeringen in het gebied waar ze werkt. In de Russische republieken die grenzen aan Tjetsjenië worden om de haverklap hulpverleners gekidnapt voor geld. Er schijnen zelfs prijslijsten te circuleren. Voor een lokale bestuurder moet minder betaald worden dan voor een buitenlander. Bij het stellen van de eis wordt de draagkracht van de achterban zorgvuldig gewogen.

Voor Len Bosboom toekomt aan de gijzelingen in de buurt van de plaats waar ze gestationeerd was, in Nalchik in de republiek Kalbardino Balkadia, heeft ze eerst iets tragikomisch te melden uit de streek: “Het straat- en straatarme Kalmukkïe in de Noord-Kaukasus organiseert het wereldkampioenschap schaken. In de hoofdstad Elista wordt een soort Olympisch dorp gebouwd. Waarom? Omdat de president van schaken houdt.”

De goedlachse Amsterdamse heeft oog voor bizarre situaties. Ze mag er ook graag over vertellen. Halverwege stokt ze meestal even om te vragen of ze zoiets wel kan zeggen, want ze is 'een echte flapuit'. Zo'n scène deed zich voor op Sri Lanka, waar Len Bosboom eerste-hulpposten opzette en cursussen gaf. Terwijl ze tussen twee smokkeltochten van melkpoeder naar vluchtelingenkampen door even uitblies in een hotel, hoorde ze voor het eerst sinds tijden Nederlands. “Heerlijk, dacht ik, Nederlands praten. Dichterbij hoorde ik waar die mensen het over hadden. Het waren toeristen en ze maakten ruzie of je een fooi moest geven of niet.”

Een curieuze ervaring had Len Bosboom in de bergen van Turkije, in het puntje dat in Irak steekt. Daar scholen Koerden voor het geweld van de Iraakse leider Saddam Hoessein. “De kinderen waren doodziek, diarree. Oorzaak was slecht voedsel en het spelen in de vieze modder. De moeders kwamen uit de grote stad en waren niet van plan hun baby's borstvoeding te geven. Toen heb ik die trullen - hoe heten ze ook al weer, o ja, fopspenen - afgepakt.” Met gevoel voor onderkoeld drama voegt ze eraan toe dat ze toen boos op haar waren, “maar ik was daarvoor al heel boos op hun.”

Over de mentaliteit van de Koerdische vrouwen in de koude bergen verder niets dan goeds. Het waren stadse madammen, maar ze pasten zich razendsnel aan de barre omstandigheden aan. “De vrouwen hadden een provisorische oven gemaakt in de grond, waarin ze tegen de randen broden bakten. Niet genoeg voor iedereen, dat spreekt voor zich. En dan toch het laatste brood weggeven. Daar heb ik respect voor.”

Voordat de verpleegkundige naar Rusland vertrok, werkte ze een tijdje in het asielzoekerscentrum in Zeewolde. “Dan ga je helemaal denken: die toestand in Ermelo met die tenten, dat was toch niet nodig ... Dat is Nederland toch onwaardig. Iedereen moet bedenken dat er hele échte vluchtelingen bij zitten, die niet of nog niet over hun ervaringen kunnen praten. Die zijn te erg. Ik heb ze meegemaakt, de asielzoekers die helemaal psychotisch werden.”

Al pratend zoekt ze naarstig naar een kaartje van het gebied waar ze gewerkt heeft. Tussen een Russisch natuurmagazine en het weekblad Vrij Nederland vindt ze een fotokopietje. Het gaat grofweg om de republieken tussen de Kaspische en de Zwarte Zee, bij Georgië en Tsjetsjenië. Streken die een tragische geschiedenis hebben, die strompelen van dieptepunt naar dieptepunt. “De bevolking is in 1944 door Stalin in veewagens naar andere republieken gedeporteerd. Ze werden verdacht van collaboratie met de Duitsers. Chroetsjov heeft hen gerehabiliteerd. Daardoor konden ze terug - en konden ze alles weer opnieuw opbouwen.”

“Een paar jaar geleden begon de strijd in Tsjetsjenië. Dat gebied is vrijwel met de grond gelijkgemaakt. Geen hulpverlener durft er meer naar toe. Het is een vergeten land, dat door niemand geholpen wordt. Soms laten bejaarden je zien wanneer ze voor het laatst hun pensioen kregen. 'Maart 1997' staat er dan. Hoe deze mensen er in slagen te overleven, is me een raadsel.”

De republieken waar Len Bosboom een jaar hulp heeft geboden, worden niet zo in de steek gelaten als Tsjetsjenië. Maar het gevaar bestaatdat hulporganisaties als het Rode Kruis ook de schrik te pakken krijgen en zich terug moeten trekken.

“De criminaliteit is groot, net als in heel de voormalige Sovjet-Unie. Het ergste voor ons hulpverleners is, dat ontvoeringen schering en inslag zijn. Sinds januari wordt de baas van de vluchtelingenorganisatie UNHCR vastgehouden voor geld. Zo gaat het maar door. Ook gewone mensen worden gegijzeld. Een groep Engelsen is nog niet zo lang geleden gelukkig vrijgelaten. Wij van het Rode Kruis wonen nu in twee huizen met z'n tienen. We hebben permanente bewaking van twee soldaten van het regeringsleger. Die zitten in een huisje vlakbij. We worden 24 uur per dag in de gaten gehouden voor ons eigen bestwil.”

Als er gasten komen, doen de bewakers de deur open, vertelt ze. Een pakje sigaretten halen in het buurtwinkeltje kan alleen als een van de soldaten meegaat.

“Toch ga ik soms de stad in om boodschappen te doen of te wandelen. Dan zeg ik waar ik naartoe ga. Nalchik is een echte communistische stad. Brede lanen, enorme gebouwen, pleinen met standbeelden van Lenin en een park waar je wel twee uur in kunt lopen. Je bent wel steeds op je hoede. Als er een auto stilstaat, loop je er met een boog omheen, zeker als er een paar mannen in zitten. Het is benauwend. Soms vergeet ik het, en dat is gevaarlijk.”

Als ze het land ingaat, is het altijd met een fors gezelschap. In twee Landrovers crossen ze door het eindeloze land. Len Bosboom probeerde een systeem van wijkzorg op te zetten. Er zijn veel zieken en bejaarden die medische en sociale hulp nodig hebben, maar niemand kijkt naar hun om.

“De huizen zijn in de oorlog vaak kapotgeschoten. De mensen leven in ruïnes. Sinds de val van het communisme moet iedereen voor medicamenten en zorg betalen. Er is geen water. We proberen nu lokale helpers op te leiden. Ook de 'presidenten' van de Rode Kruis-afdelingen krijgen les, in het werven van fondsen en het beheren van geld. Dat hadden ze nooit geleerd: de bedragen kwamen gewoon uit Moskou.”

Len Bosboom gaat niet meer terug. Op het programma staat op dit moment: genieten van Nederland. De schok van de thuiskomst is niet zo groot als toen ze in de jaren zeventig terugkwam uit Kenia, waar ze als vrijwilligster had gewerkt. “Toen zette iedereen ineens z'n gebruikte meubels zomaar buiten en kwam er een wagen die het boeltje kraakte en meenam. Dat vond ik schokkend. En opeens had iedereen een koffiezetapparaat. Die shock heb ik nu niet. Ik mis een beetje de grote Mercedessen; dat is het soort auto's waar de patsers daar in rijden. Voor de rest is het gewoon lekker dat je hier onbezorgd over straat kunt lopen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden