Review

In de hemel is geen barmhartigheid

Wie in een boek met de titel 'God in de stilte' om de haverklap uitroeptekens gebruikt teneinde zijn woorden kracht bij te zetten, laat de inhoud van het betoog akelig vloeken met de vormgeving. En de predikant die zijn toehoorders ertoe maant God te zoeken in de volstrekte afwezigheid van het geschapene en ze daarbij telkens weer toeroept toch vooral goed te blijven opletten, gaat ook niet echt voor in het betrachten van stilte. De auteur van het genoemde boek en de man die preekt over afwezigheid, leegte en stilte bestaan echt. De een heet dominee Jan Nauta, de ander Meister Eckhart.

Nauta heeft onlangs een boekje geschreven `over het ervaren van een verborgen God' waarin hij ons een bonte rij mystici presenteert, onder wie Augustinus, Johannes van het Kruis, Moeder Teresa, Henri Nouwen en ook de veertiende-eeuwse Meister Eckhart. Allemaal hebben ze de stilte verbroken om de lof op de stilte te zingen. Daarmee bevestigden ze de paradox van de mystiek. Eigenlijk wisten ze wel dat ze van God moesten zwijgen, zoals Eckhart heeft gezegd, maar ze konden het niet laten om met meer of minder omhaal van woorden juist dát inzicht te verkondigen.

Wanneer je Nauta's samenvattingen van de grote mystici leest, is het of je vanuit de drukke Randstad het Groene Hart intrekt en er middels billboards op geattendeerd wordt dat je een zogenaamd stiltegebied nadert. `Motoren en draagbare radio's afzetten a.u.b.!' Het staat er niet precies zo, maar Nauta's exclamaties liggen er toch dicht tegen aan. In een echo van Jan van Baal schrijft hij letterlijk: ,,Gebrek aan stilte brengt godsdienstloosheid met zich mee! Zonder stilte is er geen godsdienstige ervaring meer!'' Het lijkt nogal overdreven en bovendien doet het geen recht aan de geschiedenis van het lawaai. Alsof het ijzerbeslag van de middeleeuwse karrenwielen niet tot ver achter de kloostermuren te horen was. Alsof niet elke parochiekerk en abdij hun eigen blatende, loeiende en kraaiende veestapel hadden.

Het werkelijke bezwaar tegen deze omheining van het geestelijke stiltegebied kan nog anders worden geformuleerd. Wie zich met Nauta zo snel uit zijn concentratie laat halen door fysieke geluiden, laat de oren hangen naar datgene wat hij verwerpt. Wie uitdrukkelijk om stilte vraagt, maakt het bijna onmogelijk dat het ooit nog stil wordt.

De stilte die de mysticus zoekt is van een heel andere aard dan de afwezigheid van geluid. Juist temidden van het gewoel kun je rust vinden, eenvoudigweg door je af te sluiten. Dat is precies wat Eckhart in zijn preken beklemtoont. Wie werkelijk wil versmelten met het goddelijke moet ophouden met te willen, te begeren, te weten en te bezitten. Hij moet leeg worden van alles omdat ook God een volkomen leegte vertegenwoordigt. Hij moet de voorgeboortelijke staat van het niet-zijn bereiken. Wie daarentegen God wil kennen, blijft steken in onwetendheid. Wie de zaligheid begeert, ervaart een permanente onlust. Wie prat gaat op het bezit van een gemoedsrust waar anderen een voorbeeld aan kunnen nemen, laat zich remmen door wereldse ijdelheid.

Eckhart preekt een oefening in passiviteit, in de kunst je over te geven aan eenzelfde loop der dingen als de natuur vertoont.

,,Denk niet dat het met God is als met een menselijke timmerman die werkt en niet werkt als hij dat wil; bij wie het dus van zijn wil afhangt of hij zin heeft om iets te doen of te laten. Zo is het niet met God: wanneer God jou bereid vindt, moet Hij werken en zich in jou uitgieten, op dezelfde manier waarop de zon, als de lucht zuiver en helder is, zich moet uitgieten en zichzelf niet kan tegenhouden. Zeker, het zou een heel groot gebrek zijn van God als Hij niet grote dingen in jou zou gieten, wanneer Hij je zo ontruimd en leeg aantrof.''

God is er pas als Hij de mogelijkheid krijgt zich te manifesteren, zoals het vuur pas ontvlamt als er brandbaar hout beschikbaar is. Om deze gedachte aanschouwelijk te maken, maakt Eckhart keer op keer gebruik van het kerstevangelie: God wil in ons geboren doen worden om er te zijn. Ook hier struikelen we weer over een mystieke paradox voor, want de in ons tot leven gekomen God is nu juist een leegte en een niets.

Hoe ver Eckharts godsbegrip afstaat van de conventionele christelijke leer, blijkt uit de eigenzinnigheid van zijn tekstuitleg. Een voorbeeld: prekend over de bekering van Saulus gaat hij in op het woordje `niets' in Handelingen 9 vers 8 waar te lezen valt dat Saulus, na door een lichtflits getroffen te zijn, niets zag, hoewel hij zijn ogen open had. Wij denken dan simpelweg dat hij tijdelijk verblind moet zijn geweest. Zo niet Eckhart. Dat `niets', stelt hij, is God, want toen Saulus God zag, noemde hij dat een niets.

,,De tweede betekenis: toen hij opstond, zag hij niets dan God. De derde: in alle dingen zag hij niets dan God. De vierde: toen hij God zag, zag hij alle dingen als een niets.'' God en de zichtbare werkelijkheid sluiten elkaar zo radicaal uit dat het geschapene en de Schepper niets met elkaar gemeen hebben. Het opvallende is trouwens dat Eckhart nooit over een 'schepper' spreekt. Geen wonder dat hij zich op zijn gemak voelde bij de negatieve theologie, die uitsluit dat er over God ook maar een zinnige uitspraak valt te doen. Zelfs barmhartigheid kan nooit als een attribuut van God worden gezien, zegt Eckhart, die daartoe gretig Augustinus citeert: ,,Het aardrijk is vol barmhartigheid, omdat het vol ellende en pijn is, maar in het hemelrijk is geen barmhartigheid, want daar is geen pijn.'' Heaven is a place where nothing ever happens.

Het krachtigst spreekt Eckhart zijn godsbesef én godsverlangen uit aan het slot van de preek over de barmhartigheid. De vonk van het eeuwige licht die in de menselijke ziel gloeit, wil herenigd worden met God zoals Hij onverhuld is, enkelvoudig, ,,in de stille woestenij, waar geen enkel onderscheid naar binnen ziet, noch de Vader, noch de Zoon, noch de Heilige Geest; in het innerlijkste waar niemand thuis is.''

Hier zijn we beland in de onmetelijke oneindigheid die Pascal zoveel schrik zou aanjagen. Ik vraag me af of de christelijke gespreksgroepen, voor wie Nauta zijn boekje heeft geschreven, met Eckhart niet van een heel koude kermis thuiskomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden